Sponsors


Nieuwsbrief

Sponsors




Member of The Internet Defense League

Onderwerpen

 

 Open in nieuw venster

Promotie


 

Poll

Wist jij dat dikke bomen gekapt worden voor 5G?
Anunnaki, onze Goden (deel 128) – De Atlas-Profilax-Methode 3.0
Zondag, 31 juli 2016 12:46
PDF Afdrukken

Dit is een reeks artikelen waarin Evert Jan Poorterman ons meeneemt op een fascinerende ontdekkingsreis.

Over de komst van een ster en vooral zijn bewoners die al sinds 445.000 jaren álles, maar dan ook écht alles op onze planeet bepalen.



De Zon en de bij-Zon (slot 10)

Afgelopen week kreeg ik een e-mail van Peter Lucardie. Die wist me te vertellen dat de zogenaamde ‘Atlasprofilax-methode’ al in 2005 door Guido Jonkers van ‘WantToKnow’ werd besproken (was 2 juni 2006 toen Guido op xxx.niburu.nl las over de Atlasprofilax-methode) en hij (Peter dus) toen in contact kwam met de methode. Ik behoor dus tot de eersten die in Nederland al werden onderworpen aan de ‘rechtzetting’ van de scheefstaande Atlas-wervel. Misschien geen nummer 13... Ik dacht aanvankelijk dat Bart Schubert de voortrekker er van was, omdat hij op meerdere gebieden vaak voor de muziek uit liep als het ging op ‘gezondheidszaken’ als gezonde voeding, effect van straling in en om het huis en meer van dat.

Bart was in onze regio wel de eerste die ons in contact bracht met de Atlasprofilax-methode. Peter heeft een eigen praktijk en bood me een behandeling aan. Dank je wel! Maar ik ben als uitverkorene (mag niet meedoen in het ‘breeding-programma’ van de Anunnaki omdat mijn zaad niet geschikt is voor nakroost. Zitten te veel mutaties in) wel door de eerste selectie gekomen direct nà mijn geboorte. Zodoende kon en mocht ik me vrijelijk ontwikkelen, wat ik dan ook deed; speelde op mijn veertiende nog met soldaatjes met mijn neefje op de vloer van de keuken... en was nog niet gericht op mijn toekomst. In al mijn rapportjes van de lagere school stond steevast dat ik ‘veel naar buiten keek’, zat te dromen en ook snel afgeleid was...


xxx

Het had inderdaad niet zozeer mijn aandacht. Buiten was de wereld veel interessanter en binnen kon ik alleen aardrijkskunde (geografie), geschiedenis (jaartallen), schrijven (schoonschrijven en dictee’s), tekenen en gymnastiek (binnen en buiten en schoolzwemmen) waarderen. De rest; (hoofd)rekenen, taallessen(grammatica) en meer van dat, kon me niet boeien. Wel weer handenarbeid (van kleien tot en met timmeren) en in de vijfde en de zesde klas; bijbelles. Ik zat op een openbare school en mijn ouders moesten toestemming geven voor zoiets als bijbelles. Dat vonden ze prima! Ik mocht ook naar de zondagschool (wilde ik niet) en later ook naar de jeugdkerk (bah! vies woord - mond spoelen) en dat wilde ik ook niet. Zou wel goed zijn voor mijn ontwikkeling... meende mijn vader.

Juffrouw Baars vertelde...

en ik hing aan haar lippen. Dat was me toch een interessante wereld. Niet het geloof, maar de verhalen. Later begreep ik dat de oude boeken, de eerste vijf (van Mozes; Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium) in essentie de geschiedenis behandelen van de twaalf stammen Israëls. Een Eskimo, Mongool of een Zoeloe heeft helemaal niks aan die verhalen; ze gaan niet over zijn land, niet over zijn volk... alleen het eerste gedeelte van Genesis is voor hen interessant om te lezen dat God de mens naar zijn beeld schept. Het maakt duidelijk dat er op de planeet dieren leefden, aardlingen en een handjevol Nefilim/Elohim, maar nog géén mensen! Die verscheen pas nadat God EN.KI. met zijn team van wetenschappers in staat was een nuttig en werkzaam model te maken...

die als een subras op de planeet ingezet kon worden voor de het zware, het vuile en het gevaarlijke werk. Ramen lappen, een beetje stofzuigen en afwassen konden de Nefilim/Elohim zelf ook wel. Maar diep in de ondergrondse mijnen ertsen en mineralen delven of naar gas en olie boren, was gevaarlijk, slecht en smerig werk. Daar hadden ze dan nu toch mooi een mens voor! Juffrouw Baars was een mevrouw, want ze was getrouwd en ze had twee zonen. Ik kende haar wel; ze woonde een straat verder. Haar zoons waren ouder, dus daar had ik geen contact mee. Die zaten ook op de ‘christelijke’ school, je weet wel ‘de school met den bijbel’. Nou een bijbel hadden wij niet, maar ik mocht der wel aan ruiken in klas vijf en klas zes. Voor mij ging een nieuwe wereld open.

De Torah en de Pentateuch en ...

De Hebreeuwse bijbel (het Oude Testament) bevat drie delen; De Wet (Torah), De Profeten (Neviim) en De Geschriften (Chetoevim). De eerste vijf boeken van de Bijbel vormen het eerste deel van het Hebreeuwse Oude Testament. De eerste vijf boeken van het Oude Testament noemt men de Pentateuch (is letterlijk: vijf rollen, in de Joodse traditie Thora/Torah geheten). Boek 1 Genesis (Grieks – voor ontstaan of wording) gaat over onze planeet, het paradijs, de schepping van Adam en Eva, de Ark van Noach, de zondvloed, de Babylonische spraakverwarring, Abraham de aartsvader, Jacob’s zonen, de verkoop van Jozef en het vertrek naar Egypte. In Exodus, boek 2, lezen we over Mozes in het mandje in de Nijl, over de tien plagen en de uittocht uit Egypteland.

In boek 3, Leviticus, lezen we over de wetten voor de twaalf stammen Israëls en in boek 4, Numeri, lezen we ook over wetten en over het verblijf in de woestijn. In boek 5, Deuteronomium, worden de tien geboden doorgenomen en lezen we over de dood van Mozes en zijn opvolging door Joshua/Jozua. Het boek Jozua is het eerste boek nà de Thora en in de Bijbel het 6e boek. In zowel de Joodse bijbel (Thora/Torah) als in de Christelijke Bijbel is het boek Jozua het 6e boek! Die zes boeken noemt men ook wel de Hexateuch. Ze vertellen het verhaal van het Volk Israël, vanaf de roeping van Abraham, de beloften die hij kreeg (van God) tot en met de inname van het ‘beloofde’ land. Jullie begrijpen intussen dat ik als ongelovig geboren kind, als ‘heiden’, interesse kreeg in God’s woord.

Heiden = kop van de romp scheiden

Een ‘heiden’ is in de ogen van een gelovige een ‘ongelovige’. Moslims maken zich zelf wijs dat zij ‘gelovigen’ zijn en alle andere mensen op de planeet ‘ongelovigen’, dus moeten zij de ongelovigen dwingen moslim te worden. Willen ze dat niet! ook goed... maar dan gaat wel hun kop der af! Deed Karel de Grote Moordenaar ook; liet koppen rollen als je geen ‘christen’ wilde worden. Heiden in oertaal Kwando wordt HE ID EN>, met de betekenis; ‘heftig-identiek-Heer’, ofwel een heiden is even hevig of heftig als zijn Heer (God). Een geboren dwarsligger dus en niks mee te beginnen... want zowel God Enki als GOD de tweede ster blinken uit in tegenwerken. EN.KI. door op te staan tegen de hoofdgroep van de Anunnaki en ster GOD door tegen de stroom van de planeten om de Zon te draaien.


xxx

Ze zijn ‘moordenaar’ vergeten!

Een heiden is iemand die wel in GOD geloofd. Dat wil zeggen; hij gelooft en weet van het bestaan van de ster, de tweede ster! Omgekeerd is een heiden dan NE DI E H(A)<, met de betekenis; ‘nevel-divers-lichaam-emoties/stromen’, ofwel heiden betekent ook nevel en mist... of noem het de enorme stoomwolken die uiteindelijk de staart van de komeet zal vormen... want de tweede ster GOD wordt uiteindelijk een komeet. Om hem heen draaien vier planeten. Het is een mini-stelsel en de ‘heidenen’ hebben er weet van. Waarschijnlijk alleen hun priesters/sjamanen en niet de bevolkingen zelf. de moslims zweren bij ‘De Baard van de Profeet’, maar dit is strikt genomen onjuist. Het moet zijn; bij ‘De Staart van de Komeet’. Heidenen zijn dus mensen die in één GOD geloven (de tweede ster) en...

Terug naar de Atlas-wervel

die in de ‘goden’ geloven. In hun meesters de Nefilim/Anunnaki. Ze zijn op de hoogte van de verschillende figuren die deel uitmaken van het godendom. Goden die belast waren met taken. Goden die verbonden konden worden met landbouw, metallurgie, druiventeelt en zeevaart. Die ideologie mag je niet aanhangen, dus ben je een ‘ongelovige’. Men wil iedereen één GOD opdringen. Maar ik dwaal af... ik raakte door juffrouw Baars geïnteresseerd in de verhalen in de bijbel. Zodoende zoog ik ze op en vergat ze ook weer; alleen de hoofdlijnen bleven behouden. Later interesseerde ik me voor oude culturen en beschavingen en daar doken de ‘goden’ in alle hevigheid weer op. Mijn vrije manier van denken en doen, dank ik hoogstwaarschijnlijk aan mijn rechtstaande Atlas-wervel!

Uit BRIEF 428 (van 1 september 2006) het volgende: Vrijdag 15 augustus was ik om 15.00 uur aan de beurt en de eerste van die middag. Vier anderen zouden nog volgen, waaronder mijn vriendin Berna en Cees Meulemans, die helemaal vanuit Hoogezand kwam. Het regende pijpestelen en toen ik me had uitgepeld en de regenkleding te drogen had gehangen, maakte ik kennis met Klaus Heuser. Deze behandelaar komt uit Duitsland en tracht de Atlasprofilax-methode hier aan de man te brengen. Tot nu toe zijn er 15 personen door hem in Nederland geholpen. Ik ben nummer 11 (gek), mijn vriendin nummer 12 (god) en Cees was nummer 14 omdat hij verdwaald was in de straten van Warnsveld. De gemeente Zutphen heeft enige jaren terug...

Cees was de weg kwijt

de gemeente Warnsveld ingelijfd en heeft buiten de binnenstad een aantal grote wijken (Zuidwijken, Leesten, Noordveen, Waterkwartier en Warnsveld) en mannen met de naam Kees kunnen moeilijk koers houden. Cees zou nummer 13 zijn (ongeluk), maar dat werd voorkomen. Cees was op een steenworp afstand van het huis van Bart Schubert. Hij belde Bart met de vraag; ‘hoe kom ik bij jou’?, maar Bart vroeg hem ‘waar sta je momenteel’? en dat was genoeg voor mij om naar hem toe te fietsen en mee te loodsen naar Bart’s huis. Zodoende werd Berna klant nummer 11, Cees nummer 12 en ik opeens nummer 13. Cees en ik hadden elkaar al eens ontmoet in Winsum (Groningen). Cees las mijn BRIEVEN en wist dat ik naar het noorden zou komen, op bezoek bij Anton Teuben...

Dik Stukkien/Ns-station Winsum:


xxx

Ik was er op uitnodiging van Anton Teuben. Hij wilde ‘s middags vergaderen over het aanstaande Niburu-Event en ‘s avonds zouden hij en Dik Stukkien een lezing geven. Cees bezocht die avond Winsum voor de lezing van Anton en om mij te ontmoeten. Leuke vent, met droge humor en zeer voorkomend. We hebben even gekletst in de pauze en ik ben direct nà de voordrachten naar het station gelopen om terug te reizen naar het zuiden. Voordat ik door Klaus (de naam doet het al vermoeden; het is een stevige vent) werd behandelt kreeg ik een animatie te zien over de Atlas-wervel. Zo dat me duidelijk zou worden waar het om gaat, hoe het er uit ziet en wat Klaus zou gaan doen. ‘Snappen Sie alles’? vroeg Klaus... ‘Jasicher Ich begreife warum es geht’ antwoordde ik hem...

In de houdgreep van Klaus Geesink...

en zo togen we naar de behandeltafel. Ik moest gaan zitten zodat Klaus kon zien of mijn hoofd recht op de romp zit. Er geen onderbrekingen zijn in mijn ruggewervel. Vervolgens moest ik op mijn buik liggen en trekt en strekt Klaus been voor been om te zien of alles in balans is. Wederom rechtop zitten zodat Klaus met zijn vingers kan voelen waar en hoe de Atlas-wervel zit. Zo Klaus weet nu hoe de wervel zit en hij laat dat aan de hand van een kunststof schedel zien. ‘So sitzt Ihrer Atlas und jetzt wirde Ich der Atlas richten’ en hij voegde de daad bij het woord. Hij legde de kunststof schedel terzijde en pakte de mijne alsof hij Anton Geesink zelf was. Hij drukte mijn schedel stevig tegen zich aan. Ik werd letterlijk in de houdgreep genomen door Klaus en...

met een soort Dremel-achtig apparaat begon hij mijn nek aan beide zijden te bewerken. ‘Tuth das Weh’? vroeg hij nog, terwijl hij de druk opvoerde... waarop ik zei; ‘Nein das geht wel’. Het apparaat werd met kracht tegen de spieren van mijn nek gedrukt. Achter de spierbundels zit de Atlas-wervel en omdat ik nogal gespannen was, waren mijn spieren nogal hard. Ik was niet gespannen vanwege de behandeling maar omdat ik de laatste tijd te laat naar bed ga en mijn nekspieren overbelast waren (vanwege het dragen van mijn zware kop). Klaus raadde me aan een massage-kuur te nemen en ook regelmatig een ‘kersenpittenkussen’ te verwarmen en in mijn nek te leggen en te ontspannen. Dat beloofde ik hem te doen... en een massage had ik inmiddels gehad van...


xxx

Kersenpitten in mijn nek...

Elisabeth Colenbrander, een goede bekende van mij. Ze paste een zogenaamde ‘Indiase’ hoofdmassage op mij toe en dat was gisterenavond (omdat ik vandaag naar Klaus zou gaan). Mijn god wat zat die Klaus te duwen en te wringen met dat vreemde apparaat.. Het was beslist niet pijnloos, maar wel te verdragen. Klaus voelde met zijn handen en ja hoor! de Atlas-wervel zat nu op zijn plaats, ofwel in de goede stand. Ik zou snel resultaat kunnen vernemen, maar het kon evengoed ook dagen, weken en zelfs maanden (en jaren) kunnen duren voordat er verbetering voelbaar is. Ik dankte Klaus voor zijn behandeling en Bart voor zijn gastvrijheid en ging met Berna naar huis. Cees was inmiddels al weer op weg naar het hoge noorden.

de dag erop (zaterdag 16 augustus) waren we weer present voor de evaluatie en controle. We kregen een formulier mee dat we uiterlijk zes weken nà de behandeling moesten invullen en opsturen naar Klaus. De gegevens worden verwerkt in het centrum van René Schümperli in Sider/Sierre, Zwitserland. Ik arriveerde om 09.00 uur en verdikkeme daar zat Cees Meulemans ook al! Hij was pas om 10.00 uur aan de beurt en nu kroop hij al weer voor... Dat was niet echt zo hoor; Cees was vroeg vertrokken omdat het dan zo lekker rustig rijden is. Bovendien is de energie hier erg lekker en Cees voelt dat en komt hier dan ook graag. Hij overweegt zelfs te verhuizen naar het mooie Zutphen. Nou hier stopt eigenlijk vrij abrupt mijn verslag.

Ik kan er nog aan toe voegen dat ik voor C 20,00 weer ‘normaal’ ben. Weken heb ik het volgehouden (6 weken) en toen heb ik Henk Louw verzocht naar mijn Atlas-wervel te kijken (en te voelen). Hij constateerde een scheefstand en beloofde me na de massage de Atlas-wervel weer recht te zetten. Klaus had bij twijfel mijn Atlas niet mogen behandelen. Toch gedaan en waarschijnlijk omdat het verleidelijk is in korte tijd zo vel geld te verdienen... Dat schreef ook Peter Lucardie. Voor veel behandelaars, waaronder Klaus Heuser, was het snel verdienen te verleidelijk waardoor ook gevallen zoals ik werden geholpen van de wal in de sloot. Nou meer de volgende keer en dan weer richting obelisken, menhirs en irminsuuls, penissen, kolommen, zuilen en bomen... en lollies en Lolita’s.

Evert Jan Kommee(t)man

Delen tekst zijn overgenomen uit de Statenvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap Haarlem - 1987 (350 jaren Statenvertaling 1637-1987). Ik dank Carolus Verhulst; oprichter van Uitgeverij Mirananda te Wassenaar, voor het uitgeven van Sitchin's boek en voor zijn bijdrage als vertaler van de tekst, mijn ouders, mijn gidsen en onderzoekers en schrijvers als Immanuel Velikovsky, Erich von Däniken, Robert Charroux, Zecharia Sitchin, Alan Alford, Ernst Gideon, Iman Wilkes, de schrijvers danwel samenstellers van het Oera Linda Boek en tal van andere pioniers zoals Jan van Gorp (Iohannes Goropius Becanus, geboren te Hilvarenbeek, 1518-1572), Simon Stevin van Bruggen (Brugge, 1548-1620), Berend Willem Hietbrink (Maastricht 1943-...), Hylke Welling (1933 - ...), Michel de Nostradame (St. Rémy, 1503-1566), Pieter van der Meer en Alex Onbekend en Ansi mijn mentor en taalmeester en anderen die mij inspireerden...

Voor vragen en/of suggesties kun je Evert Jan rechtstreeks mailen op evertjan(apestaart)niburu.co

EVERT JAN POORTERMAN/NIBURU.CO



Bezoek ook eens gezondheidswebwinkel Orjana.nl