Sponsors





Nieuwsbrief

Sponsors




Member of The Internet Defense League

Onderwerpen

 

 Open in nieuw venster

Promotie

Poll

Planeet Niburu snel zichtbaarder voor blote oog vanaf 23 september 2017?
Anunnaki, onze Goden – (deel 170) – De ‘Vorstelijke Palts van Zutfen’ - deel 3
Zondag, 06 augustus 2017 20:09
PDF Afdrukken

Dit is een reeks artikelen waarin Evert Jan Poorterman ons meeneemt op een fascinerende ontdekkingsreis.

Over de komst van een ster en vooral zijn bewoners die al sinds 445.000 jaren álles, maar dan ook écht alles op onze planeet bepalen.

 

The Future is Bright, the Future is Orange

De Vorstelijke Palts van Zutfen - deel 3

Het gaat eigenlijk om de Babyloniërs en de Soemeriërs uit de landen Babylon, Akkad en Sumer. Die vrijheidslievend als zij zijn ooit gedwongen wegtrokken het Midden-Oosten om hier een nieuw bestaan op te bouwen... en sinds hun komst in Europa belaagd worden... en dat opbouwen gaat heel moeilijk omdat ‘krachten en machten’ van de onze opponenten steeds weer de confrontatie opzoeken. En kennelijk valt er hier meer te halen dan ‘vrijheid’ alleen, getuige de instroom van miljoenen niet-Europeanen. Die hier hun heil, geluk en inkomen zoeken. Ze willen mee-eten uit de goed gevulde ruif die het ‘Westen’ is. Al vroeg na hun vlucht naar westelijk Europa vallen de zuidelijke Friezen af en zij noemen zich de ‘Franken’. Zij tasten het Friesche Rijk op de kusten van Europa aan.

Dan komt de tweede ster RA (Gud of Anu) voorbij ergens tussen 1588 en 1550 voor de jaartelling (volgens het Oera Linda Boek in 1565 voor de jaartelling) en brandden de oerbossen van midden-Europa af door de inslagen van meteorietenregens. En komen horden uit het zuiden naar het noorden omdat de natuurlijke barrière is verdwenen. In Egypte vindt de Exodus plaats en trekken anderhalf miljoen Israëlieten naar de Rode Zee om aldaar over te steken. Het is ‘pasover’ zeggen de Engelsen, ‘pasen’ zeggen wij want de tweede ster Gud passeert ons in de astroïdengordel. Verwarring alom op de wereld. Er komt een einde aan het Egyptische Midden Rijk en na veertig jaren wordt het Nieuwe Rijk gesticht en op dat moment betreed Mozes met een geheel nieuw volk ‘het beloofde land’.

De Exodus

De uittocht uit Egypte was uiteraard een enorme logistieke operatie; anderhalf miljoen Israëlieten moesten op het juiste moment opdagen en klaar zijn (zie ook mijn twee afleveringen over Pasen, afleveringen 68 en 69). Bepakt en gezakt voor de trektocht door de droge bedding van de Wadi Hammamat, vroeger de Wadi Kirouth en in de tijd van Mozes de Pi Hachiroth. Deze rivierbedding, een droge canyon, komt uit in de Rode Zee bij Pi Ha Chirot, een eilandje met een fort der op... door de oude Grieken (tijdens de Ptolemeïsche tijd) Philo Thera genoemd; ‘plaats van het wonder’. Dus trokken de Israëlieten niet ongeordend door de woestijn, maar netjes achter elkaar en één lange onafzienbare sliert van mensen en dieren. Wat we hieronder zien zou zich wel op de Arabische kust hebben afgespeeld...


xxx

Uittocht uit Egypte of aankomst in Arabië...


xxx

Nehalennia met kanten kapje op

De generatie uit Egypte is inmiddels grotendeels gestorven en nieuwe Israëlieten zijn geboren de afgelopen veertig jaren van zwerven door de woestijn (meetrekken met de vegetatie-grens) en de uiteindelijke tijdelijke bewoning op de vlieghaven Kadesh Barneum in de Sinaï. Kort daarop, als de eerste ‘Bronstijd’ speelt (14e eeuw voor de jaartelling) krijgen we hier de Grieksche oorlogen tussen de Hellenen, Phoeniciërs en Friezen en het beleg van Troje in het oosten van Brittannia. Dan zien we tijdgaten, maar opeens duiken de Romeinen die hier wel even korte metten zullen maken met de ‘achterlijke’ en heidense stammen in het noorden. Zij kijken op en verbazen zich over de gestructureerde en rijke samenlevingen in noordelijk Europa. Nà de Romeinen komen de Hunnen.

Zeeuws Friesch meisje

In het noorden zijn op de wateren de Friezen ‘heer en meester’. De Noordzee wordt dan niet alleen de Hellesee genoemd (naar Frau Holle/Helle - Nyhelle, Nehalennia en/of Neeltje Jans, dochter van admiraal Ion van de Friezen... of dochter van Enki, de schepper van de mens) - maar vooral de Friesche See. Zoals gezegd is de ons bekende naam ‘Neeltje Jans’, het werkeiland in de Zeeuwse wateren, de zelfde als de godin Nehalennia of Nyhelle of ook frau Helle/Holle. Mogelijk dankt Holland de naam aan frau Holle... Deze Nyhelle of frau Holle zou de dochter zijn van zeekoning Yon/Jon en een vroege Friezin... meegekomen op de grote vloot schepen uit Finland en Estland. Volk dat afkomstig was van Samara aan de Wolga die op hun beurt weer afstamden van de ‘munabtutu’...

uit de landen Akkad en Sumer. Als enige overlevenden van een ‘grote ramp’ als we een atoomoorlog zo mogen noemen. Nu ver weg van oorlog en geweld en ‘frank en vrij’ levend in noordwest-Europa kunnen we hen zien als de Vrijen of Vrieën en als de Vriezen. Alle drie de ‘zeekoningen’ beschikten over marineschepen en dus zeesoldaten. De zeesoldaten van Jon echter kennen we ook als de ‘jannen’ en nog steeds worden onze matrozen jannen genoemd. Destijds hadden ze ‘houten schepen en ijzeren jannen’ en tegenwoordig hebben we ‘ijzeren schepen en houten jannen’ is een bekende uitspraak. Van wie weet ik niet. Dochter Nyhelle van vader Jon verscheen in 2002 in een ‘graancirkel’. Het was Amiel Kamphuis die meer zag in het ‘alien-gezicht’.

Hij werkte aan zijn bureau en had de bovenstaande foto (gemaakt door Lucy Pringle) in zwart-wit uitgeprint en op een stapel gelegd. Hij wilde een kleurenafdruk maar het werd per ongeluk een zwart-wit. Hij vond het zonde om de print weg te gooien en zo belandde deze op een stapel paperassen. Dagen en dagen keek hij met een scheef oog en met een afwijkende kijkhoek zeg maar naar de print op de stapel. Zijn blik werd er als het ware naar toe getrokken... en opeens zag hij het! Er was nog een gezicht zichtbaar! Dat van een jonge vrouw. Amiel zegt daarover op xxx.dccs.nl het volgende;

’Begin februari 2004 wilde ik deze prachtige foto van Lucy Pringle uitprinten. De foto rolde al spoedig uit mijn printer. Niet in kleur zoals ik gewild had maar in zwart-wit. Ik legde de print naast mij neer en ging verder met mijn werk. Tijdens mijn werkzaamheden werd mijn blik steeds naar de zwart-wit print getrokken en na enige keren naar de print gekeken te hebben zag ik plotseling iets vreemds. Behalve het gezicht van de alien stond er nog een gezicht op de print; het gezicht van een vrouw die over haar linkerschouder achterom kijkt’.

Hij zag in de drie, schuin boven elkaar geplaatste stippen (UFO’s zeggen anderen), neus, lippen en kin van een vrouw. Op de print zijn de neus, wang en verdiept gelegen oog duidelijk zichtbaar. Haar voorhoofd gaat over in een kanten mutsje en het oog van de alien (zeer waarschijnlijk schepper en Vader Enki) kan een metalen (zilver of goud) speld of beugel zijn (een oorijzer zoals we dat kennen van de klederdrachten in Nederland). Zij wend haar hoofd af en kijkt schuins naar beneden. Enki echter kijkt ons strak aan... en heeft er een boodschap bij gedaan. Foto werd gemaakt bij de Crabwood farmhouse in Pitt, Winchester, Hampshire op 15 augustus 2002 door Lucy Pringle. Het bericht zou in een ‘binaire’ ASCII code zijn gemaakt.

Beware the bearers of False gifts & their Broken Promises. Much Pain but still time. Believe. There is Good out there. We oPose Deception. Conduit Closing.

Tijden van grote beroering

Dus na de uittocht uit Egypteland kwamen de stammen Israëls aan op de Arabische kust en zouden ze meetrekken met de vegetatiegrens en uitkomen op de vliegbasis Kadesh Barneum. Volgens sommige onderzoekers zijn er ook Israëlieten in Arabië gebleven, terwijl anderen naar het zuiden trokken om in Yemen te gaan wonen. Veel geografische namen in Yemen en in Arabië komen overeen met de latere namen in Kanaän (Palestina, trans-Jordanië en nu Israël). Uiteindelijk zullen alleen de stammen Juda en Benjamin in het Midden-Oosten blijven; de anderen verdwijnen uit het zicht. Die trekken zeer waarschijnlijk door naar noordwest-Europa en voegen zich bij de aangekomen vluchtelingen uit Babylonië en de ‘munabtutu’ uit de landen Akkad en Sumer.

Dat zijn de tien verloren stammen. Ze willen in vrede leven... maar kan dat ook?! Neen want dan breken de ‘tin-oorlogen’ uit ofwel de Grieksch-Helleense Oorlogen. Na de de Romeinen komen de Hunnen en zitten we middenin de ‘grote volksverhuizingen’... en dan duikt Karel de Grote Moordenaar op en vervolgens wordt ook noord-Europa ‘christelijk’... en verlaten deze edele volken hun culturele en heidense herkomst. Als dan de ‘noordelijken’ moeite hebben met de Roomsch-christelijke signatuur van het geloof in God, Jezus en vooral Maria en terug willen naar een vereenvoudiging van het geloof, gebonden aan strakkere uitingsvormen, zijn de poppen aan het dansen... euh vallen de heiligenbeelden.

De Tachtigjarige Oorlog

De Nederlanden komen dan onder Spaansch Bestuur... en de Nederlanden krijgen uiteindelijk steun van Willem de Rijke junior. Willem de Rijke (1533-1584), prins van Oranje en graaf van Nassau leeft tot zijn elfde levensjaar op het ‘Hooge Huys’ ofwel het stamslot van de Nassau’s de Dillenburght te Dillenburg, alwaar hij een ‘Lutherse’ opvoeding krijgt omdat zijn moeder dat zo wil. In 1544 sterft een neef van Willem, René van Chalon, die in 1530 door erfenis ondermeer het onafhankelijke prinsdom Orange in Frankrijk verworven had. Ooit in bezit van ene Guillaume de Orange, die naar verluidt landgoederen en kastelen verhuurde aan de Katharen (zie ook het onderzoek van Klaas van Urk - Rennes-le-Chateau).


xxx

De Dillenburght te Dillenburg


xxx

Echte Willem van Nassau en een neppert...

Karel V, keizer van het Duitse Rijk en koning van Spanje, bedong echter dat de rechtmatige erfgenaam Willem de Rijke junior... jawel de 11-jarige Willem, overging tot het Roomskatholieke geloof en aan het hof in Brussel zou worden opgevoed. Vanwege het familiebelang gingen Willem’s ouders (Willem de Rijke senior en Juliana van Stolberg) hier mee akkoord. In Brussel werd de jonge Willem ingewijd in de diplomatie en zo ontmoette hij Fernando Alvarez de Toledo, hertog van Alva en ontmoette hij ook keizer Karel V en diens Spaansche zoon Filips. Karel V had een veel betere relatie met de jonge Willem dan met zijn eigen zoon Filips (die dan ook behoorlijk jaloers was op Willem), wat de latere verhoudingen onderling tussen koning Filips II van Spanje...

en Willem van Orange-Nassau niet ten goede kwam. In 1555 werd Filips ‘heer der Nederlanden’ en het jaar erop ook koning van Spanje. Hij was een vroom, ernstig en sober mens, Willem was daarentegen opgewekt, sociaal vaardig en ambitieus. Toen Filips II middels de Inquisitie de ketterij in de Nederlanden (en ook in Frankrijk) wilde uitroeien (lees de niet-Roomsche sentimenten en aanhangers), stuitte dit op weerstand bij Willem van Orange Nassau en groeide het verzet tegen koning Filips II. Willem van Orange-Nassau schrijft dan ook;

‘Ick wil gaerne toegeven dat ick toen een groten maete van medeleyden voelde met zovele menschen van eer die aan den doodt overgelevert waeren, tevens voelde ick mee met dit landt, waarmede ick zozeer verbonden ben en waer men dacht een sekeren vorm van inquisitie in te voeren die wreder zoude zijn dan de Spaansche’.

Friesche hegemonie brokkelt af

Terug naar de koninklijke Palts in Zutphen en de hoofdlijnen van dit verhaal... en dat is (ook in tal van andere historische mijmeringen in mijn BRIEVEN en in deze nieuwe reeks) dat de tegenstellingen in Europa wat betreft religie, taal en cultuur de zichtbare uitingen zijn van de oude broederstrijd tussen de halfbroers Enki en Enlil. Mythologische en bijbelse goden en kolonisten en astronauten van een naburige planeet rond de tweede ster (of uit de 6e dimensie en amphibisch van oorsprong). Die tegenstellingen beginnen in Europa met de afscheiding van de zuidelijke Friezen door de burghtmaagd Kålta, ergens in de 17e eeuw voor de jaartelling, waar de Franken uit voortkwamen (die de Haan in hun banier voerden) en de latere Fransen.

De naam Friezen kan duiden op ‘koude’ maar ook op ‘vrijen’ als we Friesen kunnen zien als Vrieën (van vrij/vrie) dat verbasterde tot Vriesen (de achternaam De Vries is de meest voorkomende in Nederland, maar dat zal wel toeval zijn). Ik zie er ook een verwijzing in naar de temperaturen in Europa. Als de oer-Friezen of proto-Nederlanders daadwerkelijk uit Soemer en Akkad komen (en Babylon) dan zijn zij andere temperaturen gewend. Zij die naar het noorden trokken (Rusland, Finland en Estland) werden de Finnen genoemd (naar de vinnige koude aldaar) en de zuidelijken de Kelten (ook koukleumen) en die in het westen de Friezen (hadden het ook niet warm). Ten slotte is de ‘zomer’ of summer und Sommer een duidelijke verwijzing naar Sumer/Soemer...

Jaja dat weten we nu wel!

want alleen in de zomer komen de temperaturen hier overeen met die in Sumer. Zodoende kennen we eigenlijk maar drie seizoenen; de voorzomer, de zomer en de nazomer (of voorjaar, jaar en najaar); de winter was enkel het omslagpunt van najaar naar voorjaar. ‘De oorsprong van de naam/begrip ‘zomer’ is waarschijnlijk afgeleid van het Middelnederlandse ‘someren’ en verwant aan het Oudsaksische, Oudhoogduitse en Oudnoorse ‘sumar’ (Wikipedia). Kålta kiest voor de rivier de Seine als de noordgrens. De Vrijen, die ‘frank en vrij’ waren hebben nu zuidelijke broeders en zusters met de naam Franken. Zoals gezegd voeren zij de Haan op hun banieren en vanen. Ook nu nog zijn de Franse ‘haantjes’ behoudend, afkerig en huiverig om samen te werken met anderen.

Hun afsplitsing werkt nog steeds door; de Fransen blijven dwars en eigengereid en werken heel moeilijk mee. Het is de aard van het volk zeg maar... Na de afscheiding van de Franken komen de Griekse oorlogen om Brons (Tin uit Brittannia) en de gekaapte schone jonkvrouwe Helena (Troje-verhaal), ergens in de 14e of 13e eeuw voor de jaartelling, de komst van de Romeinen, de Hunnen en Karel de Grote Moordenaar, de Spanjaarden en de Fransen, die de basis legden voor het opdelen van de Nederlanden in een ‘noordelijk’ en een ‘zuidelijk’ deel en waarbij hertogdom Luxemburg zelfstandig werd - en dat de macht van de Nederlanden gebroken werd… (volgende keer meer in deel 4 over de Vorstelijke Palts in Zutphen en de ‘Slag bij Ane’ en mijn leven in Tecklenburg).

Evert Jan Poorterman

Delen tekst zijn overgenomen uit de Statenvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap Haarlem - 1987 (350 jaren Statenvertaling 1637-1987). Ik dank Carolus Verhulst; oprichter van Uitgeverij Mirananda te Wassenaar, voor het uitgeven van Sitchin's boek en voor zijn bijdrage als vertaler van de tekst, mijn ouders, mijn gidsen en onderzoekers en schrijvers als Immanuel Velikovsky, Erich von Däniken, Robert Charroux, Zecharia Sitchin, Alan Alford, Ernst Gideon, Iman Wilkes, de schrijvers danwel samenstellers van het Oera Linda Boek en tal van andere pioniers zoals Jan van Gorp (Iohannes Goropius Becanus, geboren te Hilvarenbeek, 1518-1572), Simon Stevin van Bruggen (Brugge, 1548-1620), Berend Willem Hietbrink (Maastricht 1943-...), Hylke Welling (1933 - ...), Michel de Nostradame (St. Rémy, 1503-1566), Pieter van der Meer en Alex Onbekend en Ansi mijn mentor en taalmeester en anderen die mij inspireerden...

Voor vragen en/of suggesties kun je Evert Jan rechtstreeks mailen op evertjan(apestaart)niburu.co

EVERT JAN POORTERMAN/NIBURU.CO



Bezoek ook eens gezondheidswebwinkel Orjana.nl