Sponsors





Nieuwsbrief

Sponsors




Member of The Internet Defense League

Onderwerpen

 

 Open in nieuw venster

Promotie

Poll

Planeet Nibiru snel zichtbaarder voor blote oog vanaf 23 september 2017?
Anunnaki, onze Goden - (deel 181) - De ‘Vorstelijke Palts van Zutfen’ - deel 13
Zondag, 21 januari 2018 13:05
PDF Afdrukken

Dit is een reeks artikelen waarin Evert Jan Poorterman ons meeneemt op een fascinerende ontdekkingsreis.

Over de komst van een ster en vooral zijn bewoners die al sinds 445.000 jaren álles, maar dan ook écht alles op onze planeet bepalen.



De Vorstelijke Palts van Zutfen - deel 13

Ik dwaal wel eens wat af zoals jullie bemerken... hieronder de aanhef uit aflevering 170. Dus moet het deze keer maar eens echt gebeuren; verder met de ‘Vorstelijke Palts van Zutfen’ en de ‘Slag bij Ane’. Vorige week zaterdag werd ik om half vijf wakker en kon ik geen aflevering meer af krijgen. Dat de twee afleveringen daar aan voorafgaande wel lukten, is een wonder; ik rommel al sinds de kerstdagen met mijn gezondheid. Tussen kerst en Oud&Nieuw lag ik dagen in bed vanwege totale vermoeidheid... en vanaf 2 januari opnieuw maar nu met koorts en heftige stekende pijnen in mijn lijf. Ik zocht naar oorzaken en zeer waarschijnlijk heb ik een lichte longontsteking onder de leden.

Friesche hegemonie brokkelt af

Terug naar de koninklijke Palts in Zutphen en de hoofdlijnen van dit verhaal... en dat is (ook in tal van andere historische mijmeringen in mijn BRIEVEN en in deze nieuwe reeks) dat de tegenstellingen in Europa wat betreft religie, taal en cultuur de zichtbare uitingen zijn van de oude broederstrijd tussen de halfbroers Enki en Enlil. Mythologische en bijbelse goden en kolonisten en astronauten van een naburige planeet rond de tweede ster (of uit de 6e dimensie en amphibisch van oorsprong). Die tegenstellingen beginnen in Europa met de afscheiding van de zuidelijke Friezen door de burghtmaagd Kålta, ergens in de 17e eeuw voor de jaartelling, waar de Franken uit voortkwamen (die de Haan in hun banier voerden) en de latere Fransen.

De naam Friezen kan duiden op ‘koude’ maar ook op ‘vrijen’ als we Friesen kunnen zien als Vrieën (van vrij/vrie) dat verbasterde tot Vriesen (de achternaam De Vries is de meest voorkomende in Nederland, maar dat zal wel toeval zijn). Ik zie er ook een verwijzing in naar de temperaturen in Europa. Als de oer-Friezen of proto-Nederlanders daadwerkelijk uit Soemer en Akkad komen (en Babylon) dan zijn zij andere temperaturen gewend. Zij die naar het noorden trokken (Rusland, Finland en Estland) werden de Finnen genoemd (naar de vinnige koude aldaar) en de zuidelijken de Kelten (ook koukleumen) en die in het westen de Friezen (hadden het ook niet warm).

Jaja dat weten we wel!

Ten slotte is de ‘zomer’ of summer und Sommer een duidelijke verwijzing naar Sumer/Soemer... want alleen in de zomer komen de temperaturen hier overeen met die in Sumer. Zodoende kennen we eigenlijk maar drie seizoenen; de voorzomer, de zomer en de nazomer (of voorjaar, jaar en najaar); de winter was enkel het omslagpunt van najaar naar voorjaar. ‘De oorsprong van de naam/begrip ‘zomer’ is waarschijnlijk afgeleid van het Middelnederlandse ‘someren’ en verwant aan het Oudsaksische, Oudhoogduitse en Oudnoorse ‘sumar’ (Wikipedia). Kålta kiest voor de rivier de Seine als de noordgrens. De Vrijen, die ‘frank en vrij’ waren hebben nu zuidelijke broeders en zusters met de naam Franken.

Zoals gezegd voeren zij de Haan op hun banieren en vanen. Ook nu nog zijn de Franse ‘haantjes’ behoudend, afkerig en huiverig om samen te werken met anderen. Hun afsplitsing werkt nog steeds door; de Fransen blijven dwars en eigengereid en werken heel moeilijk mee. Het is de aard van het volk zeg maar... Na de afscheiding van de Franken komen de Griekse oorlogen om Brons (Tin uit Brittannia) en de gekaapte schone jonkvrouwe Helena (Troje-verhaal), ergens in de 14e of 13e eeuw voor de jaartelling, de komst van de Romeinen, de Hunnen en Karel de Grote Moordenaar, de Spanjaarden en de Fransen, die de basis legden voor het opdelen van de Nederlanden in een...


xxx

Stadstaat in Sumer

De Slag bij Ane

‘noordelijk’ en een ‘zuidelijk’ deel en waarbij hertogdom Luxemburg zelfstandig werd - en dat de macht van de Nederlanden gebroken werd… (volgende keer meer in deel 4 over de Vorstelijke Palts in Zutphen en de ‘Slag bij Ane’ en mijn leven in Tecklenburg). Uit BRIEF 574 (van 8 augustus 2011) het volgende over de ‘Slag bij Ane’. De Slag bij Ane(in 1227) - deel 4 (mijn leven in Tecklenburg in de 13e eeuw). Ik was indirect betrokken bij de 'Slag bij Ane', nabij Coevorden, Gramsbergen en Ommen... Uit het bericht 'Geen zielepieten maar sylphieden' van 28 juni 2011, de onderstaande inleidende tekst. Ooit reed ik als bijrijder met mijn nieuwe vlam José van Almelo naar Brummen.

We kwamen van José's zus Ellie en hadden daar een kleine week gebivakkeerd. Samen hebben we de slaapkamer behangen en geschilderd. We zouden nog een nacht blijven en terwijl ik nog aan mijn bakje vla zat en Ellie afruimde, pakte José de tassen. 'Gaan we naar huis'?, vroeg ik aan Ellie. 'Kennelijk wel', antwoordde ze. 'Maar ik dacht'... 'Ja ik ook'... Ik was te verbaasd en kwam toen nog onvoldoende op voor mezelf en sprak geen woord. Onderweg was het ijzig stil in de auto en met betraande ogen trachtte ik door de condens op de ruit naar buiten te kijken. Ik voelde me machteloos. José kennelijk ook... Een tijdje later, mei 1997, waren we opnieuw enkele dagen bij Ellie in Almelo.

Een dagje uit

Samen opruimen, werken in de tuin en 's avonds zei ik; 'Ellie als het kan blijven we nog een nacht slapen, want we willen samen met jou een dagje uit. En jij mag kiezen'. 'Nou dan gaan we naar Tecklenburg', antwoordde Ellie. 'Dat is hier vlak over de grens (bleek nog 95 kilometer van Almelo te zijn) en dat lijkt me een leuk doel'. 'Maar waarom Tecklenburg'?, zei ik. 'Omdat jij daar zo graag naar toe wil'. En dat is ook zo. Uit BRIEF 571 het onderstaande. Kijk als ik de naam Teutoburger Wald hoorde 'echode' het verleden door mijn hoofd en bonsde mijn hart een slag extra. Ik weet nog goed dat we in de 4e klas van de lagere school boeken mochten lenen.

In de kast achterin het lokaal had Han de Vos, mijn leraar van dat jaar, een mini-bibliotheekje aangelegd en mochten we boeken 'lenen'. Ik nam een jongensboek mee dat ging over de opstand van de Germanen. Het begon aan de IJssel bij Deventer. Daar, aan de Veluwse kant, bij Wilp, was een burghtheer die op een verhoging in het landschap een van palen opgetrokken fort had. Hij riep zijn mannen bijeen en vertelde hen dat ze allen opgeroepen waren naar het achterland te trekken. De 'horigen' zouden, mits ze de strijd zouden overleven, 'vrij man zijn'. Ik las dat ze de rivier overstaken en zich aansloten bij een steeds groter wordende stroom van lopende mannen, mannen te paard en wagens, voortgetrokken door Ossen.

De lange tocht oostwaarts...

De mannen trokken een langgerekte trage sliert met hun wagens, paarden en ossen door het landschap, zich onderweg aansluitend bij anderen. Uiteindelijk streden zij in de herfst tegen de Legioenen van Varus. Eerder al kreeg ik van mijn opa en oma, die een 'dagje uit' geweest waren naar het pittoreske stadje Tecklenburg, een vilten petje zonder klep. Zeg maar een soort cap. Zes verschillende kleuren vilt, met voorop een embleem met een afbeelding van het wapen van het stadje Tecklenburg. Magisch die namen 'Tecklenburg' en 'Teutoburger Wald' dus en al sinds mijn kindheid. Mijn moeder vertelde me later dat ik het petje tot op de draad heb versleten. En het boek heb ik verslonden.

Dat alles sluimerde totdat Ellie, mijn schoonzus destijds, op mijn voorstel antwoordde met de woorden; 'Naar Tecklenburg natuurlijk'. Mijn voorstel was te blijven met José tot en met Hemelvaartsdag en ik stelde Ellie voor dat zij mocht kiezen waarheen onze 'hemelvaart' zou gaan. Naar Tecklenburg dus! Zo reden wij in het voorjaar van 1997 vanuit Almelo naar Borne en Enschede richting Osnabrück. Wij hebben één dagje het stadje bezocht en voelden ons er meteen thuis. Wij hadden al gependeld vooraf, dus we wisten dat we oude banden hadden met dit plaatsje. Uiteindelijk hebben we onze levens van die tijd kunnen blootleggen. Ik groeide op in Tecklenburg en José en Ellie in Bentheim.


xxx

Kasteel Bentheim


xxx

Schloss Bentheim van boven


xxx

Tecklenburg


xxx

Wat nog rest van Burg Tecklenburg

Nonnenklooster op de Tankenberg

Ze zaten op een 'nonnenschool' bovenop de Tankenberg (81,8 meter) bij Oldenzaal. Daar stond destijds een klooster. We leefden aan het begin van de 13e eeuw en uiteindelijk zijn José en ik getrouwd. Een politieke zet eigenlijk van onze vaders, Graven van de graafschappen Bentheim en Tecklenburg. Deze lagen ingesloten tussen de Bisdommen Münster, Osnabrück en Oversticht (Overijssel)... en hadden belang bij bundeling van krachten. Volgende keer meer en ook over de 'Slag bij Ane'... en dan in deel 2. Dit verhaal hoort thuis in de reeks ‘Hermann’, over de strijd van de Germanen tegen de Romeinse overheersers. Bij een twist tussen burggraaf Egbert van Groningen en het geslacht der Gelkingen...

stond slotvoogd Rudolf van Coevorden aan de kant van de laatste. Hij verdreef de burggraaf naar Friesland. Egbert kreeg Groningen wel weer in zijn macht, maar zijn stad werd al spoedig met een beleg bedreigd. Bisschop Otto II van Utrecht trachtte samen met de graven van Holland en Gelre, Egbert te ontzetten. Rudolf wachtte hen bij Ane op, waar hij zijn troepen achter een moeras had opgesteld. De bisschoppelijken en de bondgenoten, die door Rudolf van Goor en de graaf van Gelre werden aangevoerd, zakten weg in de weke grond. Zij raakten in verwarring en leden een totale nederlaag. De bisschop sneuvelde. De graaf van Gelre werd gevangen genomen.


xxx

Slag bij Ane

Evert Jan Poorterman

Delen tekst zijn overgenomen uit de Statenvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap Haarlem - 1987 (350 jaren Statenvertaling 1637-1987). Ik dank Carolus Verhulst; oprichter van Uitgeverij Mirananda te Wassenaar, voor het uitgeven van Sitchin's boek en voor zijn bijdrage als vertaler van de tekst, mijn ouders, mijn gidsen en onderzoekers en schrijvers als Immanuel Velikovsky, Erich von Däniken, Robert Charroux, Zecharia Sitchin, Alan Alford, Ernst Gideon, Iman Wilkes, de schrijvers danwel samenstellers van het Oera Linda Boek en tal van andere pioniers zoals Jan van Gorp (Iohannes Goropius Becanus, geboren te Hilvarenbeek, 1518-1572), Simon Stevin van Bruggen (Brugge, 1548-1620), Berend Willem Hietbrink (Maastricht 1943-...), Hylke Welling (1933 - ...), Michel de Nostradame (St. Rémy, 1503-1566), Pieter van der Meer en Alex Onbekend en Ansi mijn mentor en taalmeester en anderen die mij inspireerden...

Voor vragen en/of suggesties kun je Evert Jan rechtstreeks mailen op evertjan(apestaart)niburu.co

EVERT JAN POORTERMAN/NIBURU.CO



Bezoek ook eens gezondheidswebwinkel Orjana.nl