Sponsors





Nieuwsbrief

Sponsors




Member of The Internet Defense League

Onderwerpen

 

 Open in nieuw venster

Promotie

Poll

MH17 is:
Anunnaki, onze Goden - (deel 182) - De ‘Vorstelijke Palts van Zutfen’ - deel 14
Zondag, 28 januari 2018 15:19
PDF Afdrukken

Dit is een reeks artikelen waarin Evert Jan Poorterman ons meeneemt op een fascinerende ontdekkingsreis.

Over de komst van een ster en vooral zijn bewoners die al sinds 445.000 jaren álles, maar dan ook écht alles op onze planeet bepalen.


De Slag bij Ane - deel 2

Ooit reed ik als bijrijder met mijn nieuwe vlam José van Almelo naar Brummen. We kwamen van José's zus Ellie en hadden daar een kleine week gebivakkeerd. Samen hebben we de slaapkamer behangen en geschilderd. We zouden nog een nacht blijven en terwijl ik nog aan mijn bakje vla zat en Ellie afruimde, pakte José de tassen. 'Gaan we naar huis'?, vroeg ik aan Ellie. 'Kennelijk wel', antwoordde ze. 'Maar ik dacht'... 'Ja ik ook'... Ik was te verbaasd en kwam toen nog onvoldoende op voor mezelf (oud zeer uit een afgebroken relatie van 17 jaren daarvoor) en sprak geen woord. Onderweg was het ijzig stil in de auto en met betraande ogen trachtte ik door de condens op de ruit naar buiten te kijken.

Ik voelde me machteloos. José kennelijk ook... Het werd me later pas duidelijk wat hier gebeurde. José was in haar huwelijk van 24 jaren gewend geraakt aan haar apathische en egoïstische man, die altijd met zijn hobby's bezig was en nooit tijd had voor zijn vrouw en kinderen en zij kwam in actie. Altijd pakte zij de koffers voor  de vakantie. Zij pakte de caravan in... kortom; zij regelde altijd alles. Zo ook nu. Zonder overleg met mij, besloot zij naar huis te gaan en niet morgen. Dat was ook wat me raakte; dat ik niet betrokken werd in de beslissing. Het woei en regende die avond en ik veegde de condens weg met een sponsje. Ik keek naar de pikdonkere lucht en meende zelfs wolkjes te zien.

Licht in het duister

Hè hoe kan dat nou! Het leek alsof de Maan vanachter de wolken doorscheen... maar dat was onmogelijk, want ik keek naar de noordoostelijke lucht. We reden op het deel snelweg tussen Goor en Lochem. Ik keek weer en zag dat het drie wolkjes waren... die vreemd genoeg langzaam langer werden. De wolkjes rekten op tot lange witachtige strepen en veranderden ook van positie. En opeens zag ik dat de drie wolkjes samen, nu een pijl vormden, die naar het westen wees. Ik zei tegen José; 'Als je kunt parkeren doe dat dan want ik wil je wat laten zien'... We stopten langs de kant van de weg en ik liep om de auto naar haar toe. Ik wees haar op de pijl en vertelde dat het eerst drie wolkjes waren en dat hun positie anders was.

We 'wisten' het meteen en keken elkaar aan. Wij hebben een gezamenlijke weg te gaan en daar past geen boosheid bij, geen onuitgesproken en opgeslagen onmacht. Wel overleg, uitwisseling en spreken over gevoelens. Dat hadden we beiden namelijk te leren... en opkomen voor onszelf, want daar hadden we ook moeite mee... Dit was één van de vele bijzondere en 'spirituele' momenten die wij meemaakten. Anderen verbaasden zich vaak over wat er bij ons zoal voorviel. Het bovenstaande komt uit een bericht van mij dat ik op 28 juni 2011 verstuurde met de titel; ‘Sylphiden sieren luchtruim boven Nederland’. Het sluit aan bij een verhaal van ene Erik, die ook foto’s maakte van sylphiden.


xxx


xxx

Erik op Niburu

Zie zijn verhaal op Niburu

Hij 'herinnerde' zich dat hij oorspronkelijk van de ster Altaïr komt. Daarover heb ik al eens geschreven; namelijk dat in het noorden van Europa, op de grens van Noorwegen en Finland, in de regio Karasjok een grote basis ligt onder een berg. De plaatselijke bewoners noemen het de 'Duivelsberg' en binnenin houden bewoners van Altaïr onze wereld in de gaten. Zij hebben in 1908, in de Russische Taiga een vijandelijk gezind ruimteschip bovengronds vernietigd. Op 5 januari 2011 schreef Marjan me het volgende naar aanleiding van een bericht van mij over chemtrails die ik die morgen had waargenomen;

‘Hee Evert, Sylphs zijn elementalen van de lucht, die al geruime tijd tot taak nemen om de giftige stoffen...

uit de chemtrails te transformeren naar water, opdat ze de Aarde en alles wat op en van haar leeft niet te ernstig beschadigen. Als ik ze zie, de Sylphs, dan moet ik soms huilen van geluk en dankbaarheid, maar goed... daar ben ik dan misschien te vrouw voor (iig. levend mens!). Het is werkelijk wonderbaarlijk wat er gebeurt en gaat gebeuren... these day's! Dat ging allemaal vooraf aan het verhaal over José en mij in de auto van Almelo naar Brummen. Een magisch moment, een spirituele happening en een signaal van onze gidsen of van de Almacht zelf. We weten het niet maar waren wel onder de indruk.

De Slag bij Ane

Ik groeide op in Tecklenburg en was de oudste zoon van de Graaf van Tecklenburg. Mijn oudere zuster Hedwig (Robert Boerman) trouwde met een zoon van de Graaf van Bentheim. José en haar zus Ellie groeiden op in de burght van Bentheim. Zij zaten, zoals gezegd, op de nonnenschool op de Tankenberg bij Oldenzaal. Daar werden alleen adellijke meisjes geschoold. José was verliefd op een ridder uit het keurkorps van haar vader. Vader en twee broers namen ook deel aan de slag bij Ane in 1227. Haar ‘verloofde’ ridder kwam om evenals haar broers en vader. Hieronder een interessante vertelling over de ‘slag bij Ane’, de toedracht er van en... door Willem Visscher, secretaris Vereniging Herdenking Slag bij Ane (lezing van 3 april 1997).


xxx

BEFAAMDE SLAG

Deze voor de Drentse geschiedenis befaamde slag vond plaats in de middeleeuwen. Zoals gezegd in het jaar 1227 en dit jaar dus al exact 777 jaar geleden. Bij deze Slag bij Ane, een dorpje vlek bij Gramsbergen, kwamen zo’n vierhonderd ridders en andere adellijke schildknapen om in het hoogveenmoeras. Ze hadden gevochten tegen een Drents boerenlegertje, waaraan ook de vrouwen hadden meegedaan. Het Utrechtse ridderleger - dat de weerspannige Drenten een lesje wilde leren - werd aangevoerd door de toenmalige bisschop van Utrecht Otto II van der Lippe. Deze was een ver familielid van Prins Bernhard. De bisschop was zoals in die tijd gebruikelijk tevens wereldlijk heerser over Overijssel, Drenthe en Groningen. Het Drentse boerenlegertje, bewapend met pijlen en speren stond onder commando van Rudolf van Coevorden, de slotvoogd van Coevorden. Het door de bisschop aangevoerde Utrechtse ridderleger bestond uit een keur van zwaar geharnaste ridders te paard. Hieronder waren grote namen als de graaf van Gelre, Gijsbrecht van Amstel, graaf Boudewijn van Bentheim, Rudolf van Goor.

KRUISRIDDERS

Een aantal van hen waren toen nog niet lang geleden samen met bisschop Otto van de (vijfde) kruistocht, naar de stad Damiate (Doemjat) in Egypte naar Nederland teruggekeerd. Ook uit Duitsland waren er ridders, die de bisschop wel een handje wilden helpen om in Drenthe orde op zaken te stellen. Ook deed mee een broer van de bisschop. Deze Dirk van der Lippe was een hoge geestelijke te Deventer. Maar ook was de beroemde kruisridder Bernhard von Horstmar van de partij. Hij kwam uit het Duitse stadje Horstmar, niet ver van Munster. Hij had in heel Europa naam gemaakt in de kruistocht van de Engelse koning Richard Leeuwenhart en gold in Europa als een beroemdheid op militair terrein. Hij had nog in het Heilige Land tegen de onder leiding van de sultan Saladin staande Saracenen bij Akko (Haifa) gevochten. Zo op het eerste gezicht leek het Drentse boerenlegertje geheel kansloos tegen dit voor die tijd hypermoderne Europese leger.


xxx

IN DE PAN GEHAKT

Toch werden de Utrechtse ridders bijna allemaal door de lichtbewapende Drenten in de pan gehakt. Ze werden een slachtoffer van hun eigen kostbare wapenrusting, blinkende zware harnassen en schilden. Ze kwamen namelijk even voorbij het plaatsje Ane bij Gramsbergen op weg naar Coevorden in het zompige veen terecht. Daarin zakten ze in hun zware harnassen met paard en al weg. Daarnaast kregen ze het door het drukkende weer op die 27e juli - het was toen bloedheet - in die zware u bepantsering spaans benauwd en bijna geen lucht meer. Als gevolg van dit alles raakte het leger ook nog in paniek en gedesoriënteerd. Zo konden door de in het veen vastzittende paarden niet meer voor of achteruit en werden ook nog eens door hun eigen achterhoede onder de voet gelopen. Er ontstond een vreselijke chaos. Voor de licht bewapende Drenten, die zich wel makkelijk op het veen konden bewegen, vormden ze dan ook een gemakkelijke prooi. Volgens een kroniekschrijver, begon toen 'het vleeshakken', dat de hele dag zou voortduren. Honderden ridders werden door hen afgeslacht. Onder de doden waren zoals gezegd ook de bisschop Otto II en zijn broer, maar ook de beroemde ridder Bernhard von Horstmar.

RIDDERS EN BOEREN UIT EMMEN

Op de overgeleverde dodenlijst treffen we naast de naam van de bij voorbeeld uit de omgeving van Utrecht afkomstige ridder Rutger van den Doom ook die van twee leden van het geslacht Empne aan. Deze twee laatsten zouden gelet op hun naam (Emmen heette in die tijd Empne?!) twee ridders uit Emmen moeten zijn, uit het gevolg van de bisschop. De afloop van deze slag moet een ware slachting onder de ridders zijn geweest. Bij die macabere gruweldaden deden de Drentse vrouwen niet onder voor hun mannen, zo zou later een ooggetuige schrijven... Bisschop Otto II werd door de Drenten onthoofd en zijn lijk werd daarna achteloos in een veenpoel gesmeten. Ook zijn broer de bisschop van Bremen kwam hierbij om. Ridder Bernard von Horstmar had nog vergeefs geprobeerd - staande op zijn in het veen wegzakkend schild - zich met zijn zwaard te verdedigen. Het werd hem echter door een Drentse boer met een speer uit handen geslagen. Hem werd toen met zijn eigen zwaard eveneens het hoofd afgeslagen


xxx

DE AANLEIDING

Wat was hier allemaal aan de hand, of beter gezegd: wat zat hier allemaal achter? Waarom moest zo'n uitgelezen ridderleger, dat de sporen toch allang had verdiend in het Heilige Land, het nu zo nodig opnemen tegen een stelletje Drentse boeren ? Drenthe was arm en bestond toen nog maar uit enkele tienduizenden inwoners, Assen bestond helemaal nog niet. Coevorden was slechts een kasteel met enkele huizen er om heen terwijl Emmen in die tijd nog maar een boerengehucht was. Weinig interessant dus. Waarom kwamen al die beroemde kruisridders, zowel nationaal als internationaal er dan toch op af? Tenslotte, hoe konden dergelijke doorgewinterde militairen zich zo op de situatie verkijken en een dergelijke smadelijke ondergang tegemoet gaan?

Feit was dat de Drenten al een tijd lang weigerachtig waren de belasting aan hun landsheer, de bisschop van Utrecht te betalen. De bisschop was namelijk bezig een nieuw stelsel van 'landbouwheffing' aan zijn onderdanen op te leggen. Met een grootschaliger landbouw (hovenstelsel) voorzag hij ook grotere opbrengsten. Dit om meer geld te verkrijgen om al zijn oorlogen te kunnen bekostigen. Een bisschop was immers ook naast zijn geestelijk leiderschap ook nog een wereldlijk heer (vechtjas). Zoals gemeld, Drenthe was niet veel meer dan schrale heide en kale veen- moerassen. De Drentse boeren konden die opgelegde verhogingen onmogelijk opbrengen. Er dreigde hierdoor hongersnood. Zij weigerden als protest dan ook iedere belastingbetaling aan een bisschop, die hen het bloed onder de nagels wilden halen. De Drenten waren dus weerspannig jegens het (wettige) gezag en ontrouw aan hun landsheer, de bisschop van Utrecht.


xxx

GEFRUSTREERDE BISSCHOP

De bisschop had dus wel een reden om tegen de Drenten op te treden. Maar het door hem gekozen middel - het op de Drenten afsturen van een ‘kruisridderleger' - blijft niettemin volstrekt onevenredig. Hij kon immers ook enkele belastingdeurwaarders met politieagenten sturen. Het fanatisme waardoor de bisschop en de zijnen werden gedreven moet worden verklaard uit een frustratie uit de eerdergenoemde kruistocht naar Damiate. Deze kruistocht, waar veel Drenten en Friezen aan mee hadden gedaan, was aanvankelijk zeer succesvol verlopen. Eigenlijk waren ze bij toeval daar bij Damiate terechtgekomen. Na aanvankelijk de moren te Portugal mores te hebben geleerd, waren hun schepen in een storm afgedwaald. In plaats van in het Heilige Land kwamen ze toen bij Egypte aan. Met behulp van een drijvend houten kasteel met een valbrug wisten ze de stad Damiat aan de rivier de Nijl bij verrassing in te nemen. Nadat de bisschop en de zijne daar alle mannen had uitgemoord, waren ze -overmoedig geworden door hun grot succes - veel te vroeg weer naar huis teruggekeerd. Korte tijd na hun aftocht werd de stad Damiate echter al weer door de sultan heroverd. Dit alles had de woede opgeroepen van de paus en deze brandmerkte bisschop Otto en de zijnen als 'criminele deserteurs'.

OPPEPPER

De in Rome in ongenade gevallen Bisschop Otto en de zijnen konden dus wel een ‘oppepper' gebruiken. De halsstarrige Drenten gaven hen een goede aanleiding voor een aardige verzetje. Ook zijn oude vrienden uit de kruistocht wilden wel weer eens afleiding, waaronder ook een aantal oude jongens, die de spanning wel weer eens wilden voelen. Een soort 'minikruistochtje' dus, maar zeker geen officiële. Daar zou de paus/en/of bisschoppenvergadering nooit geen toestemming voor hebben gegeven. Immers kon de Drenten, hoewel door de overheid als ontrouw ervaren, geen ernstige ketterijen worden verweten. Om dat laatste (bekering) ging het dan ook geenszins. De paus zou zo wie zo aan Bisschop Otto geen toestemming voor een kruistocht hebben gegeven. Zeker gezien de afloop van de vorige. Opgewekt en goedgehumeurd en al verzekerd van de goede afloop, zo omschrijft een ooggetuige de Kroniek, waarin de slag uitvoerig staat beschreven, begonnen ze aan hun veldtocht tegen de Drenten. Met als gevolg een smadelijk einde in een 'dood en stinkend moeras'. Vreemd genoeg omschrijft de kroniekschrijver - een monnik van het klooster te Ruinen - de bisschop als een martelaar. Zoals gezegd speelde bij deze slag religie geen enkele rol. De suggestie naar een kruistocht tegen de Drenten is geheel onterecht. Bovendien was de dictator-bisschop Otto omgekomen in een door hem zelf op touw gezette strafexpeditie tegen zijn eigen (zich verwerende) onderdanen.


xxx

Plundering van Ommen

EMMEN PLATGEBRAND

Wel heeft de opvolger van de bisschop een jaar later weer invallen in Drenthe gedaan, waarbij als wraakactie heel Emmen werd geplunderd en afgebrand. Dit laatste is opmerkelijk omdat er bij de slag van Ane vee ridders in het bisschoppelijke leger uit Emmen waren en omkwamen. De vraag is waarom deze - anders dan de Emmense boeren zich niet bij hun eigen heer Rudolf van Coevorden hadden aangesloten. Waren zij mogelijk ook deelnemers van de kruistocht naar Egypte geweest, waardoor zij in het kamp van de bisschop waren? Werden de Emmer boeren bestraft - rokende boerderijen - voor het feit dat zij hun eigen ridders van Empne (ligt bij Zutfen) waren afgevallen en daarentegen gekozen hadden voor de 'rebel' Rudolf van Coevorden? Ook blijft het een vraag waarom de beide Emmer ridders niet op de hoogte zijn geweest van de toestand van het veen, waar het leger immers in wegzakte. Blijkbaar was die weg tijdens de erkenning nog wel met paard (en wagen) begaanbaar. Feit is dat het op de dag van slag drukkend heet weer met onweer in de lucht was. De week ervoor had het aan een stuk door geregend. Hierdoor moet in de tussentijd het (hoog)veen als een spons, geheel gevuld met water, zijn geworden. Dit was op die drukkende zomerdag van de 28 juli 1227 uiteraard nog het geval, wat aan de buitenkant uiteraard niet zichtbaar. De ridders moeten zich er dus danig op hebben verkeken. Het gevolg is bekend.

KLOOSTER

Uiteindelijk konden de Drenten het in militair opzicht niet winnen tegen de overmacht. In het kader van een later gesloten vrede moesten ze voor het zielenheil van de gesneuvelde bisschop en de zijnen een klooster stichten. Dit was niet ver van het moeras waar de slag bij Ane plaatsvond. Dit klooster kwam er ook. Het werd later naar een hoger gelegen gebied nabij Rolde verplaatst. Later zou uit dit klooster de hoofdstad van Drenthe, Assen, ontstaan. De politieke situatie in de dertiende eeuw was nogal verward. Met een veldslag met een overwinning hield de geschiedenis niet op. Op een verloren oorlog volgde een verloren vrede en zo is de strijd steeds voortgezet. In het jaar 1231 waren de spanningen tussen de Drenten en de nieuwe bisschoppen van Utrecht weer zo hoog opgelopen, dat hij een echte kruistocht tegen de Drenten begon. De bisschop verzon hierbij een list. Om de paus – wiens toestemming hij nodig had - voor zijn kruistocht te winnen wees hij op grote ketterijen in Drenthe. Onder meer speelde hierbij volgens hem de grove verachting van het huwelijks sacrament. De in Drenthe toen doorgaans in concubinaat levende priesters verbonden namelijk Drentse paren in de echt, die dichter dan de vijfde graads familie van elkaar waren. Dit werd toen in het katholieke kerkrecht als incest en dus schending van het sacrament gezien. Omdat Drenthe toen zo dun bevolkt was, sprak een meer of mindere verwantschap van de a.s. huwelijkspartners overigens vanzelf. Op de huwelijksmarkt van Drenthe was hier de spoeling dus dun.

HEIDENSE DRENTEN

De paus wist natuurlijk niet dat Drenthe zo dun bevolkt was - laat staan dat die wist waar Drenthe lag. En zo had de bisschop er nog aan toegevoegd: 'die vuile Drenthen hadden ook nog eens zijn voorganger Otto II vermoord..'. Als dat geen heidenen waren. De toestemming van een kruistocht tegen de heidense Drenthen was toen - op grond van onvolledige en misleidende informatie - gauw geregeld. De Friese ridders zouden dit toen opknappen. Toen die er achter kwamen dat in Friesland hetzelfde probleem speelde, wilden ze niet, langer en ging de geplande kruistocht tegen de Drenten niet door. Drenthe streed door tot 1240. Toen echter de paus en zijn troepen onder leiding van de bisschop van Oldenburg bij een echte kruistocht in Noord-Duitsland aan de rivier de Elbe tien - duizenden boeren - ook wegens vermeende ketterij - over de kling hadden gejaagd, werd het de Drenten bang te moede.

VRIJE BOEREN

Ze besloten toen maar vrede te sluiten en bereikten daarmee een merkwaardige overeenkomst. Die hield in een grote mate van zelfstandig handelen door etstoeI en Drentse geestelijkheid. Het landsheerlijk gezag heeft daardoor in Drenthe nooit goed ingang gevonden. Er ontstond een soort vrije boerenrepubliek. Dit was geheel anders in de onder bisschoppelijk gezag staande gebieden, zoals bijvoorbeeld in het Oversticht (Overijssel). Bij de Slag bij Ane was het voor het eerst in West-Europa dat de gewone man optrad tegen het feodalisme. De slag was een belangrijk moment in de Drentse identiteit. In de boermarken van Drenthe en dus ook die van Noord- en Zuidbarge heeft de adel en andere machthebbers het dan ook nauwelijks voor het zeggen gehad. De boeren hebben daar altijd de touwtjes in handen gehad. Dit was geheel anders in bijvoorbeeld Overijssel. Daar - zo blijkt ook steeds weer uit eigen onderzoek - waren al in de 15e eeuw de rechten in de boermarken nagenoeg geheel in handen van elders wonende adel en stedelijke machtshebbers. De Slag bij Ane was dus een belangrijke factor voor het vrije karakter voor eeuwen van Drenthe.

Evert Jan Poorterman

Delen tekst zijn overgenomen uit de Statenvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap Haarlem - 1987 (350 jaren Statenvertaling 1637-1987). Ik dank Carolus Verhulst; oprichter van Uitgeverij Mirananda te Wassenaar, voor het uitgeven van Sitchin's boek en voor zijn bijdrage als vertaler van de tekst, mijn ouders, mijn gidsen en onderzoekers en schrijvers als Immanuel Velikovsky, Erich von Däniken, Robert Charroux, Zecharia Sitchin, Alan Alford, Ernst Gideon, Iman Wilkes, de schrijvers danwel samenstellers van het Oera Linda Boek en tal van andere pioniers zoals Jan van Gorp (Iohannes Goropius Becanus, geboren te Hilvarenbeek, 1518-1572), Simon Stevin van Bruggen (Brugge, 1548-1620), Berend Willem Hietbrink (Maastricht 1943-...), Hylke Welling (1933 - ...), Michel de Nostradame (St. Rémy, 1503-1566), Pieter van der Meer en Alex Onbekend en Ansi mijn mentor en taalmeester en anderen die mij inspireerden...

Voor vragen en/of suggesties kun je Evert Jan rechtstreeks mailen op evertjan(apestaart)niburu.co

EVERT JAN POORTERMAN/NIBURU.CO



Bezoek ook eens gezondheidswebwinkel Orjana.nl