Sponsors





Nieuwsbrief

Sponsors




Member of The Internet Defense League

Onderwerpen

 

 Open in nieuw venster

Promotie

Poll

MH17 is:
Anunnaki, onze Goden - (deel 189) - De ‘Vorstelijke Palts van Zutfen’ - deel 21
Zondag, 08 april 2018 15:21
PDF Afdrukken

Dit is een reeks artikelen waarin Evert Jan Poorterman ons meeneemt op een fascinerende ontdekkingsreis.

Over de komst van een ster en vooral zijn bewoners die al sinds 445.000 jaren álles, maar dan ook écht alles op onze planeet bepalen.


De Slag bij Ane - deel 9

En weer verder...

De vorige aflevering bleven we hangen bij het onderstaande aangehaalde...

Het artikel boeide me zeer, en was wellicht de kiem van mijn belangstelling voor ‘sceptische dingen’. Later (1990) kon ik het overdrukje uit ‘Rekenschap’ nergens meer vinden, maar heb toen Freudenthal om een kopie gevraagd. Met toestemming van de erfgenamen heb ik het nu gedigitaliseerd, de spelling bijgewerkt en bij dezen gepubliceerd.

Freudenthal is kennelijk met ‘Worlds in Collision’ naar de bibliotheek gegaan en heeft enkele van de meer dan 1100 voetnoten gecontroleerd, waarvan ruim 10 procent uit de Bijbel’. Tot zo ver Jan Willem Nienhuys van Skepsis over de ‘wetenschapper’ Immanuel Velikovsky... die verguist werd en ook gewaardeerd vanwege zijn onderzoek. Velikovsky’s

veronderstelling en aanname dat Venus een komeet was klopt dan ook niet!

We vervolgen het verhaal, dat niet eenvoudig is maar wel een prachtig voorbeeld hoe sommige ‘wetenschappers’ te werk gaan en al snel verzanden in polemiek en/of omdat ze de beweringen van Immanuel Velikovsky gewoonweg niet kunnen plaatsen of willen begrijpen (en ook Erich von Däniken) en dan begint het gooien met modder. Zelf nadenken doet er niet toe! Iemand stukschrijven wel! Zo kun je mooi onwezenlijke gedachten en vrijpostige meningen, op basis van onderzoek nota bene, onderuit halen en verwijzen naar het ‘Rijk der Fabelen’. Immanuel Velikovsky en ook Erich von Däniken en Zecharia Sitchin (en anderen die hun nek uitstaken...) werden altijd bekritiseerd en dat mag, maar doe dat dan op grond van hun onderzoek...


xxx

Verder met Skepsis

van hun feiten en niet of ze wel of niet ‘wetenschappelijk’ geschoold zijn en of ze wel voldoende voetnoten in hun boek hebben aangebracht. Op het moment dat onderzoekers akelig dicht bij een waarheid komen, duiken de ‘debunkers’ er meteen bovenop om het nieuws in de kiem te smoren. We zagen het de afgelopen week weer eens bij DWDD waar George van Houts te gast was. Zijn verhaal werd bekritiseerd en gasten die voor hun eigen item waren uitgenodigd hadden uiteraard ook een mening over 9/11 en pikten spreektijd in van George. Toen die wat fel reageerde op een uitspraak van Jeroen (p)auw! werd George meteen op zijn nummer gezet. Zo werkt dat! Hoe gaat dat ook alweer!? Eerst ontkennen, dan negeren en uiteindelijk belachelijk maken.

Verder met Jan Willem Nienhuys van Skepsis. ‘Nu schrijft Martin Gardner (1957) dat het bijeenzamelen van legendes die welk onzinverhaal dan ook kunnen bewijzen makkelijker is dan het lijkt: ‘Legenden zijn moeilijk te dateren, en bijna elk denkbaar soort wonder van de natuur duikt wel ergens op in de gevarieerde folklore van een cultuur. Alles wat je hoeft te doen is de mythologische literatuur zorgvuldig doorzoeken, de geschikte verhalen kopiëren en de andere negeren. ’Gardner schreef dat nogal wat recensenten zich hadden laten inpakken door Velikovsky ( ‘it is astonishing how many who reviewed the book were caught off-guard’), maar dat ‘Worlds in Collison is no longer taken seriously’. Hij had het mis wat dat laatste betreft. Nog tientallen jaren later werd er over gedebatteerd.


xxx

Freudenthal duikt in details...

Freudenthal heeft feitelijk nagegaan of wat Gardner zo losjes neerschreef in dit geval wel klopte. Hij ontdekte dat Velikovsky’s voetnoten en dergelijke weliswaar correct geciteerd waren, maar totaal uit hun verband gerukt door iemand die heel kennelijk een idee-fixe had, en rücksichtslos alleen dat selecteerde wat in zijn kraam te pas kwam. Hij laat op een vermakelijke manier zien hoe je met deze methode de gekste dingen kunt bewijzen uit oude mythen en legenden. Freudenthals verhaal heeft geen furore gemaakt, want hij zei erbij dat het onzin was, en hij verklaarde er evenmin rampen mee - behalve dan de ramp van lichtgelovigheid. Bij het controleren van de digitalisatie heb ik uiteraard de tekst heel goed gelezen.

Ik wil hier een detail noemen dat in 1963 niet zo eenvoudig was na te gaan vanuit een werkkamer in Utrecht. Velikovsky beweert dat er in Florence een zonnewijzer is waarmee men het ogenblik van de middag op een halve seconde na nauwkeurig kan bepalen. Freudenthal merkt op dat het niet om het tijdstip van de middag gaat, maar om de exacte richting naar het zuiden, en dat je met de schaduw die een stok van een zonnewijzer werpt de tijd niet veel beter dan een minuut of twee kunt bepalen. Maar het is iets subtieler. Het gaat om een kerk uit de 15e eeuw die op een bepaalde plek in het dak, 90 meter boven de begane grond, een bronzen plaat heeft met een rond gat van 4 cm middellijn. Daardoor werkt de kerk als een gigantische camera obscura.

Stenenregens ontkennen, zelf weinig weten, dus zoeken naar...

Op de vloer van de kerk werpt de Zon een tamelijk scherp begrensde vrijwel ronde vlek van wel een meter breed, in feite een beeld van de zon, dat zich met een snelheid van 40 centimeter per minuut over de kerkvloer beweegt, dus inderdaad in twee minuten over een afstand van zijn eigen middellijn. Dat het tijdstip waarop dat zonsbeeld exact in tweeën wordt gedeeld door een vaste ‘middaglijn’ op de vloer tot op een halve seconde nauwkeurig te bepalen zou zijn, is weliswaar aan de rand van wat mogelijk lijkt, maar niet extreem onzinnig. Dit ‘instrument’ werd echter

niet gebruikt om het exacte zuiden te bepalen. Je zou er mee kunnen nagaan wanneer de zon exact zijn hoogste stand bereikt of precies in het zuiden staat...

(dat komt op hetzelfde neer), maar daar heb je weinig aan als er geen klok is die je daarmee gelijk kunt zetten. Maar je kunt wel goed nagaan hoe hoog die hoogste stand is, en dat is weer van belang om het zo exact mogelijke tijdstip te bepalen van de zomerzonnewende. En daar werd deze constructie uit 1468 van Toscanelli in de ‘Cattedrale di Santa  Maria del Fiore’ in Florence voor gebruikt. Bijgaande afbeelding toont een publiek dat rond het middaguur van de dag van de zonnewende de beweging van de vlek aandachtig volgt. Velikovsky gebruikt de precisie van deze Florentijnse ‘zonnewijzer’ om te betogen dat zonnewijzers best heel accuraat kunnen zijn, en dus dat je er de lengte van de dag heel goed mee kun bepalen.


xxx


xxx

Gooi- en smijtfilms

Freudenthal zegt dat je dat helemaal niet met een zonnewijzer kunt doen, omdat die ’s nachts de tijd niet aanwijst. Hier verschil ik van mening met hem. Je moet een goed opgestelde sferische zonnewijzer hebben, dus een waarvan de as netjes op de Poolster gericht staat. Als die het licht van opgaande en ondergaande zon kan opvangen - dus als er vrij uitzicht op de horizon is -, kun je de tijdcirkel waarop de schaduw van de staaf in het midden van de zonnewijzer valt, markeren bij de posities waarop op- en ondergaande zon hun schaduw werpen. Als de lengte van de boog daartussen 3/5 is van een hele cirkel, dan is de lengte van die dag kennelijk 3/5 van een etmaal. Als je dit met enige nauwkeurigheid wilt doen...

komt het erop aan dat je de precieze richting bepaalt van de op- en ondergaande zon. De ‘Toscanelli-constructie’ kun je daar natuurlijk niet voor gebruiken. Die ‘werkt’ alleen als de Zon hoog genoeg staat. Misschien heb ik het mis, dan moet u het me maar uitleggen in de commentaren. Hoe dan ook, ik vind Freudenthals stuk nog steeds de moeite waard. Hij merkt ook op dat het fanatisme van Velikovsky op zich niks bijzonders is, en dat wetenschappers en kunstenaars zich ook onderscheiden doordat ze zich goed op hun onderwerp kunnen concentreren. Maar de reden dat we Velikovsky toch als niet goed snik moeten aanmerken, is dat hij gespeend lijkt van elk kritisch vermogen. Freudenthal wijt de populariteit van Velikovsky aan een voorliefde van het publiek voor spektakel, zeg maar gooi- en smijtfilms.

Lekker met modder gooien...

Overigens speelt de vermeende geleerdigheid uitgestraald door al die voetnoten ook een rol volgens Freudenthal. Ik weet het niet zo zeker. Scientology (net zulke onzin) bestond al hoog en breed. Dat appelleerde wel aan simplistische psychologische voorstellingen, maar niet aan een liefde voor spektakel. En Ron Hubbards werk ‘Dianetics’ had wel voetnoten, maar die waren om moeilijke woorden zoals constipatie en rationalisatie uit te leggen. Het werk van Erich von Däniken was in 1963 nog toekomst. Dat was ook onzin, niet eens erg origineel en buitengewoon populair, maar zonder boempats-mechanica. Däniken appelleerde deels aan superioriteitsgevoel: als mensen van ver weg en vroeger iets presteerden wat de Zwitserse hotelier Erich von Däniken niet meteen snapte...

moesten ze daar uiteraard hulp bij gehad hebben van buitenaardsen die ‘dus’ als goden werden beschouwd door die Verweggistanners. De belangstelling voor UFO’s was echter een ander ingrediënt. Ook nog in de toekomst waren de boeken van Carlos Castaneda en van Dan Brown (van de ‘Da Vinci Code’), ook allemaal onzin met pretenties plus een vleugje religie. Zonder dat vleugje religie (in Velikovsky’s geval Bijbelwonderen) kom je toch niet aan behoorlijke oplagecijfers voor onzinboeken. Het zogenaamde ‘einde van de Maya-kalender’ had een vage religieuze connotatie bedacht door José Arguëlles, die uiteraard snel concurrentie kreeg van andere even vage religieuze ideeën. Of is het eenvoudig een kwestie van wijdverbreide lichtgelovigheid?


xxx

Of zijn er voor zulke hypes altijd meerdere (het geeft niet wat) ingrediënten nodig? Wie het weet, mag het zeggen. Ik weet het niet’, aldus vriend Jan Willem Nienhuys van Skepsis. Meer de volgende keer...

Evert Jan Poorterman

Delen tekst zijn overgenomen uit de Statenvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap Haarlem - 1987 (350 jaren Statenvertaling 1637-1987). Ik dank Carolus Verhulst; oprichter van Uitgeverij Mirananda te Wassenaar, voor het uitgeven van Sitchin's boek en voor zijn bijdrage als vertaler van de tekst, mijn ouders, mijn gidsen en onderzoekers en schrijvers als Immanuel Velikovsky, Erich von Däniken, Robert Charroux, Zecharia Sitchin, Alan Alford, Ernst Gideon, Iman Wilkes, de schrijvers danwel samenstellers van het Oera Linda Boek en tal van andere pioniers zoals Jan van Gorp (Iohannes Goropius Becanus, geboren te Hilvarenbeek, 1518-1572), Simon Stevin van Bruggen (Brugge, 1548-1620), Berend Willem Hietbrink (Maastricht 1943-...), Hylke Welling (1933 - ...), Michel de Nostradame (St. Rémy, 1503-1566), Pieter van der Meer en Alex Onbekend en Ansi mijn mentor en taalmeester en anderen die mij inspireerden...

Voor vragen en/of suggesties kun je Evert Jan rechtstreeks mailen op evertjan(apestaart)niburu.co

EVERT JAN POORTERMAN/NIBURU.CO



Bezoek ook eens gezondheidswebwinkel Orjana.nl