Sponsors


Nieuwsbrief

Sponsors




Member of The Internet Defense League

Onderwerpen

 

 Open in nieuw venster

Promotie


 

Poll

Wist jij dat dikke bomen gekapt worden voor 5G?
Anunnaki, ònze Goden – deel 233 – Blijven draaien en draaien...
Zondag, 07 juli 2019 12:06
PDF Afdrukken

Dit is een reeks artikelen waarin Evert Jan Poorterman ons meeneemt op een fascinerende ontdekkingsreis.

Over de komst van een ster en vooral zijn bewoners die al sinds 445.000 jaren álles, maar dan ook écht alles op onze planeet bepalen.





Blijven draaien en draaien...

We gaan verder met mijn reactie op het gebruik van termen als; Duivel, Satan, Lucifer en God. Steeds blijkt dat die begrippen onjuist worden toegepast, met dank aan de Heilige Roomsche Kerk. Drie van de vier uitdrukkingen of namen hebben betrekking op de dwergster GUD en dat zijn Satan, Duivel en God. Zie ook de vorige aflevering waarin ik heel kort uit de doeken doe hoe het zit en wat de woorden betekenen... en dat zij betrekking hebben op de tweede ster van ons zonnestelsel. De tweede Zon of de bij-Zon... die zo ‘bij-zonder’ is omdat hij maar eens in de 3.600 jaren voorbijkomt, in tegenstelling met de hoofd-zon, die we elke dag kunnen aanschouwen. Dit in tegenstelling tot alles wat leefde vóór de zondvloed. Vandaar dat oude volken beweren dat heel vroeger de Maan niet bestond!

Dank je de Koekoek! Als de gehele planeet omhuld wordt door een zeer dichte dampkring, is het onmogelijk de Zon, de Maan, de andere planeten en de sterren te zien. Dus mensen die overleefden, zagen nà de kanteling van de planeet en de zondvloed (Ragnarok?!... of was dat de Götterdämmerung?!) opeens de Zon (die zij al wel vermoeden vanwege een vaal licht op de dampkring) en de Maan en de sterren en naderhand ook de andere planeten. In opperste verbazing moeten zij dat aanschouwd hebben. Potverpielepap ‘we zijn niet alleen. Dat wisten we niet’! Het miegelt van de planeten en sterren in de onmetelijke ruimte, het HeelAl, de Alhimheid (dat ons thuis is) of de Kosmos en/of Universum. De vierde uitdrukking of naam slaat op het overgebleven restant van de planeet Tiamat, dat dan Lucifer heet!

xxx

Het kleine planeetje Mars bedolven met een roestrode laag stof, komende van de botsing...

xxx

De grote gigantische gasreus Jupiter met roestrood stof in de atmosfeer...

xxx

De oerkorst van de planeet Tiamat was roestrood en dat zijn nu onze continenten... 

Omdat de planeet Tiamat werd afgestreken als een ‘lucifer’. Je weet wel zo’n stokje met een rood of bruin zwavelkopje. Lucifers bovenste helft werd de astroïdengordel en haar onderste helft werd de planeet Gaia of Terra (vanwege de roestrode kleur – zie ook Mars en Jupiter, die als naastgelegen planeten opwaaiend stof, gruis en puin op hun dak kregen), de planeet waarop wij nu wonen! Wij wonen dus op Lucifer. Dus kan Lucifer nooit en te nimmer als het Kwaad worden gezien! Lucifer is LOVE en God is EVIL. God is LIVE en bracht leven en Lucifer werd EVOL. Werd er mee vol gepompt. De drie satellieten van de jonge nog vuur brakende ster boorden zich in het lichaam van Tiamat en vulden haar met de noodzakelijke ‘levenskrachten’ zodat zij als Gaia voort kon leven.

Geleerd op de ‘papegaaienschool’...

Het Enuma Elish Epos (enoema elisj) is één van de scheppingsverhalen (uit Babylon) dat gaat over het ontstaan van ons zonnestelsel. Een andere versie over het ontstaan van ons stelsel vinden we in het Gilgamesh Epos (uit Sumer). Hieronder wat ik erover aantrof op de website van Jona Lendering (historicus). Ik heb al eens een reactie aan hem verzonden op een stelling/verhaal, maar nooit wat vernomen van de man (reageerde op een aflevering van zijn serie; ‘Museumstukken’ in De Volkskrant... als ik me niet vergis). Zal wel een ‘wetenschapper’ zijn. Die vinden het maar niks dat lamlendige leken zich bemoeien met hun ‘vak’, met hun elitaire beroep als Sumerioloog (ook wel Assyrioloog genoemd). Daar zijn er veel minder van op de wereld dan van Egyptologen.

Daar barst het van. In Nederland worden er behoorlijk veel van opgeleid. Die spugen op de brutale amateurs die het lef hebben zich in de discussie (voor zover die bestaat) te mengen. Hun gedrag is meestal afwijzend, hautain, neerbuigend en arrogant. Het onderstaand is een prachtig voorbeeld dat die ‘wetenschappers’ der helemaal niks van begrepen hebben, in tegenstelling tot de verfoeide amateur Zecharia Sitchin. Die begreep de essentie van de oude teksten: het gaat over het ontstaan van ons zonnestelsel en niet over een stelletje ‘goden’ dat in strijd was met elkaar! Sitchin werd belachelijk gemaakt, ook al begreep men der zelf helemaal niets van (zie eerdere reacties van mij in de serie over ‘De Tempel van Salomo’, te vinden in het archief van Niburu onder de kop; ‘Archeologie’ – in Onderwerpen).

xxx


xxx

Jona Lendering op zijn website; 

Het is de laatste aflevering van zijn serie; ‘Museumstukken’- aflevering 27 – Sumerisch Scheppingsverhaal. Het gaat over de eerste regels van een kleitablet, gevonden in de stad Girsu, in het zuidoosten van Irak, in het voormalige land Sumer. Het land waar de oer-Friezen of proto-Nederlanders vandaan komen, met medeneming van hun taal, cultuur, folklore en kennis en inzicht. Niet zo maar is Nederland één van de toonaangevende landen. Niet voor niets is hier zo veel welzijn, handel en wandel. Wij zijn de nazaten van de hoogstaande Soemerische beschaving, die vierduizend jaren geleden abrupt verdween. Nooit meer iets van vernomen! Zuivere nazaten wonen nog in oost-Groningen! 

Hemel kleedde zich als een jonge held.
Hemel en Aarde wisselden woorden uit.
Destijds bestonden de god Enki en zijn stad Eridu
nog niet en de god Enlil leefde nog niet.
De schoonheid van de velden was stof.
De bloei was stof.
De dagen waren nog niet licht.
De nieuwe manen vertoonden zich nog niet aan de hemel.

‘Dit is een fragment uit wat, bij mijn weten, het oudst bekende scheppingsverhaal is. Gelukkig zijn er latere varianten van deze mythe, die helpen om enkele details te begrijpen. In bijna alle antieke scheppingsmythen heeft een mannelijke hemelgod omgang met Moeder Aarde, waarna de eerste generatie goden en godinnen wordt geboren. Er is een conflict met het voorwereldlijke zeemonster Tiamat, dat wordt gewonnen door een jonge god, die wordt erkend als koning der goden. Later volgt een tweede generatie van mindere goden, die het werk moet doen en daarom in opstand komt. Weliswaar worden ze verslagen, maar de hoge goden erkennen dat het onbillijk is dat de tweede generatie steeds moet werken. Dus worden uit stof en het bloed van een voor de gelegenheid gedode godheid de mensen geschapen, die de aarde moeten bewerken en de opbrengsten moeten offeren, opdat de goden te eten hebben.

De aanvankelijk hulpeloze schepsels krijgen daartoe allerlei vaardigheden aangereikt. Helaas gaat het niet zoals de goden het willen. De mensen maken steeds plezier. Om van de geluidsoverlast af te zijn, zetten de goden de aarde blank. Alleen een wonderlijk schip met enkele opvarenden weet aan de ramp te ontkomen en loopt ergens in Koerdistan aan de grond. De goden, die inmiddels behoorlijk honger hebben, ruiken dat er wordt geofferd, komen er als vliegen op af en aanvaarden het offer. De mensheid heeft overleefd maar de goden zorgen er wel voor dat mensen kraampijnen en kindersterfte leren kennen. Er zijn allerlei varianten op dit verhaal. De Bijbelse is de beroemdste en is vanzelfsprekend monotheïstisch, maar bevat meer echo’s dan je op het eerste gezicht zou denken. Het is zelfs maar de vraag of er werkelijk sprake is van een monotheïstisch wereldbeeld...

want de beroemde regel; ‘Laten wij de mens gaan maken’ (Genesis 1.26) lijkt te verwijzen naar een oppergod die met een godenvergadering in gesprek is. Dat God over Zichzelf zou spreken in meervoud, is ook mogelijk en past natuurlijk mooi bij het christelijke idee over een Drie-eenheid, maar het majesteitsmeervoud is, voor zover ik weet, niet bekend bij andere semitische talen. Hoe dit ook zij, het is duidelijk dat Genesis monotheïstisch wil zijn. De mindere goden lenen zich daar slecht voor, maar het zondvloedverhaal kent een korte verwijzing naar de ‘zonen van de goden’ (6.1-4), die opnieuw suggereert dat er een oudere variant is die niet zo strikt monotheïstisch was. Ik schreef al eens een stukje over de wijze waarop buiten-Bijbelse joodse literatuur hiermee is omgegaan, en een verband legt met het leren van andere vaardigheden dan die worden genoemd in Genesis 4.20-22 (veeteelt, muziek en smeedkunst).

De mens wordt geschapen uit stof (Genesis 2.7) en er is een uitgebreid spel met de woorden voor ‘mens’ (adam), ‘aarde’ (adama) en ‘bloed’ (dam). De strijd van de goden tegen een oermonster wordt niet genoemd in Genesis, maar behoorde wel degelijk tot de joodse ideeënwereld, want God strijdt tegen de monsterlijke Leviathan (bijvoorbeeld in Jesaja 27.1). Er zijn meer overeenkomsten tussen het joodse scheppingsverhaal en het algemene oud-oosterse patroon, zoals het volledige zondvloedverhaal. Zelfs de plaats waar de Ark het land raakt, ergens in Koerdistan, is dezelfde: de Bijbel noemt geen berg Ararat, zoals men vaak aanneemt, maar noemt slechts de bergen van het koninkrijk Urartu of Ararat, en de Joodse uitlegtraditie is eenstemmig dat de top in kwestie gezocht moet worden in Koerdistan. Ik schreef er al eens over.

Er mogen dan veel overeenkomsten zijn, de Bijbelse variant kent ook het unieke verhaal over de verdrijving uit de Tuin van Eden. Het idee dat de mens, door kennis van goed en kwaad te verwerven, pas echt mens wordt en met geopende ogen door de wereld zal moeten, is bij mijn weten zonder parallel in de oud-oosterse wereld. (Dat dit een Zondeval zou zijn, zoals in de christelijke traditie wordt aangenomen, staat niet in de joodse Bijbel; de oudste vermelding is te vinden in het apocriefe boek 4 Ezra). En tot slot: het Bijbelverhaal is literair zoveel mooier. Het contrast tussen het majestueuze ‘God sprak: ‘Er zij...’ en het sobere ‘En er was...’ is fenomenaal. Je moet wel heel weinig gevoel voor schoonheid hebben om er niet door te worden getroffen’. Meer de volgende keer... en dan inhoudelijk ingaande op het ‘scheppingsverhaal’ ofwel de ‘Babylonische Wereldschepping’.

Evert Jan Poorterman 

Delen tekst zijn overgenomen uit de Statenvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap Haarlem - 1987 (350 jaren Statenvertaling 1637-1987). Ik dank Carolus Verhulst; oprichter van Uitgeverij Mirananda te Wassenaar, voor het uitgeven van Sitchin's boek en voor zijn bijdrage als vertaler van de tekst, mijn ouders, mijn gidsen en onderzoekers en schrijvers als Immanuel Velikovsky, Erich von Däniken, Robert Charroux, Zecharia Sitchin, Alan Alford, Ernst Gideon, Iman Wilkes, de schrijvers danwel samenstellers van het Oera Linda Boek en tal van andere pioniers zoals Jan van Gorp (Iohannes Goropius Becanus, geboren te Hilvarenbeek, 1518-1572), Simon Stevin van Bruggen (Brugge, 1548-1620), Berend Willem Hietbrink (Maastricht 1943-...), Hylke Welling (1933 - ...), Michel de Nostradame (St. Rémy, 1503-1566), Pieter van der Meer en Alex Onbekend en Ansi mijn mentor en taalmeester en anderen die mij inspireerden...

Voor vragen en/of suggesties kun je Evert Jan rechtstreeks mailen op evertjan(apestaart)niburu.co

EVERT JAN POORTERMAN/NIBURU.CO



Bezoek ook eens gezondheidswebwinkel Orjana.nl