Sponsors


Nieuwsbrief

Sponsors




Member of The Internet Defense League

Onderwerpen

 

 Open in nieuw venster

Promotie


 

Poll

Wist jij dat dikke bomen gekapt worden voor 5G?
Anunnaki, onze Goden – deel 235 – Verdraaid nog aan toe...
Zondag, 21 juli 2019 15:51
PDF Afdrukken

Dit is een reeks artikelen waarin Evert Jan Poorterman ons meeneemt op een fascinerende ontdekkingsreis.

Over de komst van een ster en vooral zijn bewoners die al sinds 445.000 jaren álles, maar dan ook écht alles op onze planeet bepalen.




De literatuur van de Babyloniërs en de Assyriërs

We gaan onverdroten verder met het ‘scheppingsverhaal’ ofwel de ontstaansgeschiedenis van ons eigen zonnestelsel. Het is een middelgroot, normaal en doordeweeks stelsel, zonder opmerkelijke anomalieën zoals het Sirius-sterrenstelsel bijvoorbeeld. Daar draaien drie sterren in het systeem. De Dogon in Mali, Afrika, weten er van. Zij weten van het bestaan van Sirius A, Sirius B en Sirius C. En die laatste noemen zij ‘Emme Tolo’ (eromheen tollen). Emme Tolo (in Kwando oertaal dan EM.ME. TU.LU., met de betekenis; ‘eminent-melden’ en ‘toe-baan’, ofwel Emme Tolo betekent ruwweg ‘dat hij de eminente is, die de baan/banen bepaalt). Hij meldt zich als de aandraaier van de baan (banen van Sirius A en Sirius B), als duvelstoejager die het systeem aanstuurt.

Sirius is de helderste ster aan de nachtelijke hemel. Hij is de helderste van allemaal, gevolgd door Canopus, die half zo helder is. Ze hebben een band met elkaar, maar dat moet ik opzoeken. Komt wel een keer aan bod in een aflevering. De twee zijn wel de helderste sterren van het noordelijk en het zuidelijk halfrond. Dan nu naar ons eigen zonnestelsel; dat is toch niet helemaal zoals wij denken dat het is. Het kent nog een ster, een tweede Zon. Dat maakt ons stelsel niet direct bijzonder, hoewel een tweede Zon is wel een beetje ‘bisonder’... en daarom noemen de ‘nativs’ in Noord-Amerika hun prairie-rund Bison, een verwijzing naar GUD, de wilde aanstormende stier. Er zijn meer stelsels als het onze; dat noemt men ‘binaire’ systemen; met twee sterren...

xxx

Zandtekening van de Dogon van de ellipsvormige baan van de grote heldere ster Sirius (Grote Hond - Canis Major), de hoofdster van het sterrenbeeld Hond. In sprookjes terug te vinden als Sneeuwwitje (en de zeven dwergen - de zeven zichtbare sterren van sterrenbeeld Orion) en ook uiteraard als de Grote Boze Wolf in het sprookje van Roodkapje of was het in de Wolf en de zeven Geitjes?! De drie ‘honden’ Sirius A, Sirius B en Sirius C bewaken de ‘dodenwereld’. En die ligt aan de overkant van de Styx. Die rivier is de Melkweg. Aan de overzijde is de dodenakker. De onderwereld...

en die wordt bewaakt door de ‘hellehonden’ ofwel de driekoppige hond Cerberus (Sirius ABC?!). Het Sirius-stelsel is een beweeglijk stelsel en het maakt een heen-en-weer beweging over de rivier en weer terug. Volgens belvriend Hylke in Amersfoort behelst dat ongeveer 80.000 jaren. Wij leven te kort om Sirius te zien bewegen, maar onderzoek naar de huidige stand van Sirius en die in de Chaldeeuwse tijd toonde wel degelijk een verloop aan. Studenten zagen het en zeiden ‘dat kan niet’, maar de professor zei ‘der zit wel vierduizend jaren tussen en dat is voldoende om de afwijking niet te zien als een fout, maar als een feit’! En zo werd Sirius’ baan berekend...

xxx

De onzichtbare ster Sirius C. Spil, as, middelpunt en centrum van het Sirius-stelsel. Emme Tolo waaromheen de sterren tollen. Ze tollen om hem heen, erumhene tolle... emme tolle, Afrikaans voor Diets hahaaa! Ik blijf het Diets promoten als de oudste taal op deze planeet en als de taal van de ‘anunnaki’, met de aanname dat hun taal honderden miljoenen jaren oud is... en mogelijk één van de werktalen in de Melkweg. Wat zeg ik?! Werktaal? Ik bedoel oertaal! In de Franse film; ‘La guerre du feu’ slaat een Neanderthaler zich op zijn duim en roept luid ‘au’. Gewoon Nederlands/Diets dus! Alles draait om Emme Tolle heen en het hele stelsel is een reizend gezelschap en kent keerpunten aan beide zijden van de ‘Melkweg’.

xxx


xxx

De Melkweg boven Terschelling (onder) en van veraf (boven). De Melkweg is een platte schijf die meer naar binnen toe verdicht en minder plat wordt. Je kijkt hier als het ware naar binnen, naar het centrum van de roterende sterrenschijf. Het Sirius-stelsel steekt dus de rivier de Styx steeds over. Heen-en-weer, als een veerboot...

xxx

‘Im kehrenden Kreise, wohin geth die Reise?’... is de juiste tekst op de kaart van de ontdekker, onderzoeker, archeoloog en taaldeskundige Hugo Winckler! En niet mijn eigen interpretatie van vorige week. Lezer Simon ten Kate wees me er op vriendelijke wijze op. Daarvoor dank!

De Babylonische Wereldschepping volgens Winckler... en mij!

Tiamat krijgt onweerstaanbare wapens van Moeder Chubur (dat moet de Zon zijn; Apsu/Abzu is slechts een aanduiding van de Zon’s positie ten opzichte van de plaat waar de ‘anunnaki’ vandaan komen). Chubur = GU.BUR. (GU.BU.UR./RE. - ‘goeie buur’... goe boer) met de betekenis; ‘stier/sterk-begraven-planeet/massa’, ofwel ChuBur betekent ongeveer ‘stier begraven massa’, ofwel de ‘stier begraaft zich regelmatig’ in de massa... en dat kan slaan op het feit dat de tweede ster zich elke 3600 jaren weer stort op ons zonnestelsel. Duikt er diep in als het ware, maar komt der steeds ook weer uit. ER./RU.UB.UG. = ‘waardevol/opkomen-oerbasis-uitgaande’, ofwel Moeder Zon met de naam Chubur kan de cyclische duik van de tweede ster wel hebben, hij raakt haar niet.

Een andere interpretatie is dat de Zon zelf de ‘sterke massa van de oerbasis’ is. Zij de machtige ster, groter dan de Stierster is de ‘oerbasis’. De zevende van de Up (7Up, de zevende op rij vanaf de buitenplaneten – het reisdoel van de ‘anunnaki’). Moeder Chubur, de sterke basis, moeder van Moemoe (MU.MU.) en Tiamat, geeft haar kind Tiamat de wapens om de binnenstormende jonge nog vuur brakende ster te weer te staan. De planeten om haar heen willen eigenlijk weg van het ouderlijk huis, maar zijn tevens aangetrokken door moeder Zon. Zij willen ‘uitgaan’ maar moeder Zon houdt hen aan het lijntje. Elf monsters komen uit de buik van Tiamat, waarvan KIN.GU. (‘kind van de stier) de grootste is. Zo veel machtsvertoon verontrust Ea. Ea gaat in overleg met Anshar (zijn vader).

‘Ea vernam deze dingen,
Hij was erg bedroefd, zat neer in droefenis.
De dagen vergingen, tot zijn onrust minder werd,
Hij ging op weg naar Ashar, zijn vader’.


Anshar geeft Ea het advies de ‘opstandigen’ te bestrijden, maar de aanblik van Tiamat en haar leger monsters boezemt hem angst in! Dan wordt ook het zelfde dringende verzoek gedaan aan Anu. Anshar (de vader) sprak de volgende woorden tegen zijn zoon:

‘... jij sterke strijder, wiens krachten groot zijn
en wiens aanval onweerstaanbaar,
Ga, ga naar Tiamat toe,
opdat haar geest tot rust komt,
haar hart zich verzacht.
Als ze echter niet naar jouw woorden luistert,
spreek dan ons bevel tegen haar uit,
opdat ze tot rust kome’.


Anu vernam de woorden van zijn vader Anshar en hij ging op weg naar haar (Tiamat), naar haar toe. Anu kwam daar aan, trad in de nabijheid van Tiamat, maar hij verdroeg haar aanwezigheid niet en keerde om. Dan duikt Marduk op, de jonge zoon van Ea, om de strijd te wagen en de opstandelingen neer te slaan (Tiamat en haar elf monsters, onder aanvoering van Kingoe). Marduk is geen zoon van Ea, maar de van buiten af invallende jonge ster. Dit wist Hugo Winckler destijds nog niet omdat het Zecharia Sitchin was die het in 1976 verkondigde. Hugo Winckler wist uit de oude teksten wel op te maken dat Marduk de opponent was van Tiamat, maar niet dat het om een van buiten komende ster ging!

‘Als ik echter als jullie helper,
Tiamat bedwing en jullie red,
roep dan een vergadering bij elkaar
en bepaal opnieuw het lot.
Ik zal dan vriendschappelijk bijeen zittend (in de Upshukinna),
met mijn woorden, in plaats van die van jullie, het lot bepalen.
Niets zal verandert worden van wat ik schiep,
Het bevel van mijn lippen zal niet tenietgedaan worden
en niet verzwakt worden’.

Er is kennelijk veel angst en weinig stabiliteit in het zonnestelsel en dat komt niet door de puberende jonge goden (planeten). De innerlijke onrust komt van buiten. Er is een indringer aan de poorten van het stelsel. Die indringer kan nooit een kind (kleiner hemellichaam) zijn van de planeet Ea. Dit object moet veel groter zijn. Want Tiamat is een grote vaste planeet, geen gasbol of een klein en gemakkelijk verplaatsbaar planeetje. De jonge goden accepteren Marduk als hun Heer. Het begrip Upshukinna zou het ‘vergadervertrek’ kunnen zijn waar de goden bijeenkomen. Het Germaanse Walhalla zou het hoogst haalbare zijn voor een Germaanse krijger. Walhalla staat voor een ‘langhuis’. Groot lang dorpshuis zeg maar! Walhalla staat niet voor de ‘Hemel’ of een ‘beloftevol gene zijde’.

Er zijn er die geloven dat heel veel Griekse geschiedenis zich in onze contreien heeft afgespeld... en ik ben er zo eentje. Een goedgelovige duimzuiger volgens anderen. Theo Meder van Het Meertens Instituut te Amsterdam, noemt mij de grootste mysticus van dit moment in Nederland, wat ik tot zijn verbazing, zag als een compliment. Volgens Katherine Tingley (schreef het boek; ‘Het pad van de mysticus’) is: ‘Het pad van de mysticus is in zekere zin een verborgen pad, en een stil en wonderlijk pad. Toch is het toegankelijk voor alle mensen, en het is zo eenvoudig en nabij, dat velen die het willen betreden, er zich toch van afwenden, in de mening dat het iets anders is’. En zo is het ook voor mijn gevoel. Meer de volgende keer... over Walhalla, Walhallagara (Walcheren, Zeeland...)...

Evert Jan Poorterman 

Delen tekst zijn overgenomen uit de Statenvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap Haarlem - 1987 (350 jaren Statenvertaling 1637-1987). Ik dank Carolus Verhulst; oprichter van Uitgeverij Mirananda te Wassenaar, voor het uitgeven van Sitchin's boek en voor zijn bijdrage als vertaler van de tekst, mijn ouders, mijn gidsen en onderzoekers en schrijvers als Immanuel Velikovsky, Erich von Däniken, Robert Charroux, Zecharia Sitchin, Alan Alford, Ernst Gideon, Iman Wilkes, de schrijvers danwel samenstellers van het Oera Linda Boek en tal van andere pioniers zoals Jan van Gorp (Iohannes Goropius Becanus, geboren te Hilvarenbeek, 1518-1572), Simon Stevin van Bruggen (Brugge, 1548-1620), Berend Willem Hietbrink (Maastricht 1943-...), Hylke Welling (1933 - ...), Michel de Nostradame (St. Rémy, 1503-1566), Pieter van der Meer en Alex Onbekend en Ansi mijn mentor en taalmeester en anderen die mij inspireerden...

Voor vragen en/of suggesties kun je Evert Jan rechtstreeks mailen op evertjan(apestaart)niburu.co

EVERT JAN POORTERMAN/NIBURU.CO



Bezoek ook eens gezondheidswebwinkel Orjana.nl