Des te meer planeten men vindt, des te minder lijkt men te weten over hoe planetaire systemen ontstaan.

Nu exoplaneten zijn ontdekt rond meer dan 500 sterren zijn astronomen op weg naar het gouden tijdperk der ontdekkingen.

Het grote aantal nieuwe planeten bezorgt theoretici hoofdbrekens, zo stelt Geoffrey Marcy van de Universiteit van Californië in Berkeley, omdat veel van de nieuw ontdekte zonnestelsels volgens de huidige planeetvormingsmodellen niet zouden kunnen bestaan.

Volgens de huidige theorieën ontstaan de planeten uit de gas- en stofwolken die overblijven na de geboorte van een ster. Lang is gedacht dat gasreuzen in ons zonnestelsel, zoals Jupiter en Saturnus, zich nabij de rand vormden en langzamerhand naar binnen migreerden. Planeten rond andere sterren tonen de implicaties die de huidige theorieën met zich meebrengen.

Implicatie 1: Alle omwentelingen zouden ruwweg circulair moeten zijn

De planeten in ons zonnestelsel hebben allen ongeveer circulaire banen en de planeetvormingsmodellen suggereren dat dit ook zou moeten opgaan voor planeten in andere zonnestelsels.

In realiteit heeft slechts één op de drie exoplaneten een (bijna) circulaire omwenteling. De nieuw ontdekte planeet nabij de rand van ons zonnestelsel heeft een elliptische baan, wat niet overeenkomt met de huidige modellen.

Implicatie 2: Op een kleine uitzondering na zou alles in een zonnestelsel op hetzelfde vlak en in dezelfde richting moeten roteren

De planeten van ons zonnestelsel draaien in dezelfde richting langs de zogenoemde ecliptica, een vlak dat bijna exact op één lijn staat met de evenaar van de Zon. Op basis van de huidige theorieën zouden planeten in de buurt van de ecliptica moeten blijven.

Wederom één op de drie exoplaneten bevindt zich ver van de ecliptica af. Sommige roteren in tegenovergestelde richting en anderen bewegen juist langs de polen in plaats van de evenaar.

Implicatie 3: Planeten ter grootte van Neptunus zouden zeldzaam moeten zijn

Huidige modellen suggereren dat planeten tussen drie keer de massa van de Aarde en de massa van Jupiter relatief zeldzaam zouden moeten zijn.

Astronomen ontdekken echter zeer veel werelden ter grootte van de planeet Neptunus, wat de theorie onjuist maakt.

Op plaatsen waar volgens de modellen het minst aantal planeten moeten worden gevonden, worden juist de meeste planeten gevonden. Het gaat dan voornamelijk om planeten die 3 tot 15 keer zo groot zijn dan de Aarde. Planeten die substantieel kleiner zijn kunnen nog maar moeilijk worden gedetecteerd met behulp van de huidige technologie.

“De theorie is geschrapt,” zei Marcy afgelopen maand tijdens een bijeenkomst van de Amerikaanse Astronomische Gemeenschap in Seattle, Washington.

Nieuwe vondsten doen versteld staan

Marcy denkt dat een deel van het probleem is dat theoretici teveel aandacht hebben geschonken aan de interactie tussen gas en stof in plaats van de interactie tussen planeten.

Voorts zei hij dat de volgende generatie instrumenten waarschijnlijk een overvloed aan vreemde nieuwe exoplaneten zal voortbrengen ‘wat theoretici alleen maar meer redenen geeft om hun haren uit te trekken’.

Toch zijn sommige experts er nog altijd niet klaar voor om de huidige theorieën op te geven. Ze beroepen zich daarbij op het feit dat sommige theorieën zo complex zijn dat een enkele gedetailleerde simulatie maanden kan kosten.

Vertaling: Robin - www.niburu.nl

Bron: Nationalgeographic.com

Verwant artikel: Nieuw ontdekt zonnestelsel is planetaire puzzel

Bezoek ook eens gezondheidswebwinkel Orjana.nl