Michael Robinson ('What's in a name'?) - deel 3 - De Tijdspiegel, Jaargang 37

Dit is een reeks artikelen waarin Evert Jan Poorterman ons meeneemt op een fascinerende ontdekkingsreis.

Over de komst van een ster en vooral zijn bewoners die al sinds 445.000 jaren álles, maar dan ook écht alles op onze planeet bepalen.





De Tijdspiegel (1880 - De Tijdspiegel, jaargang 37)

Staatkunde en geschiedenis
Friezen, Saksen en Franken...
onze voorouders (Eene ethnologische studie)...

In 't algemeen moet men opmerken, dat de Friezen de noordelijke en westelijke, de Saksen de oostelijke, de Franken de zuidelijke gewesten van ons land bevolken. En wat de getalsterkte aangaat, zoo hebben de zuivere met de vermengde Friezen verreweg de meerderheid onder 't Nederlandsche volk boven de Saksen en de Franken. Van de vier Noord-Nederlanders zijn twee Friezen; één is een Saks, en één een Frank. Beginnen wij onze beschouwing in 't noorden, met Friesland, en houden we erbij in 't oog, dat hier en in 't vervolg natuurlijk in de eerste plaats sprake zal wezen van de kern en bron des eigenlijken volks, van de bevolking ten platten lande en in de kleinere steden, naardien de bewoners der hoofdsteden en der grootere plaatsen nergens het zuivere type vertoonen, nergens van zuiver ras zijn, maar overal met allerlei vreemde, on-Nederlandsche elementen min of meer sterk vermengd zijn.

Friesland is, onder alle Nederlandsche gewesten, voor den ethnoloog ongetwijfeld het belangrijkste, omdat dáár de hoofdstam van het Friesche volk, hoever anders ook in 't oosten en 't noorden verspreid, steeds gezeten was, naardien dáár de grondvorm van het volk der Friezen steeds het zuiverst bewaard gebleven is. De bewoners van Friesland tusschen Flie en Lauers (Oostergoo en Westergoo en de Zevenwolden), dat is, van de hedendaagsche Nederlandsche provincie Friesland, in 't algemeen, zoowel die der steden als die van 't platteland, zijn onverbasterde nakomelingen van de aloude Friezen, van wier land reeds Tacitus, de oude Romeinsche geschiedschrijver, getuigde: ‘clarum inter Germanos Frisiae nomen’; terwijl een Fransche geschiedschrijver van de hedendaagsche Friezen zegt: ‘Dix-huit siècles ont vu le Rhin changer son cours, et l'Océan engloutir ses rivages: la nation Frisonne est restée debout comme un monument historique, digne d'intéresser également les descendants des Francs, des Anglo-Saxons et des Scandinaves’.

Evert Jan Poorterman

De Friezen dragen, niettegenstaande de vermenging met andere rassen in later eeuwen de raszuiverheid sterk heeft aangetast, voor een aanzienlijk deel nog de kenmerken van dit ras: langhoofdig, lichtblond haar, grijs-blauwe oogen, een rijzige gestalte.

Evert Jan Poorterman

Friesche Paard... vrij en onafhankelijk.
..

Evert Jan Poorterman

Statenjacht Friso... water, wind, wolken en...

Zoowel uit hunne eigenaardige lichamelijke eigenschappen, als vooral ook uit hunne taal, hunne zeden en gewoonten, hunne kleeding, enz. blijkt de zuiverheid van der Friezen afstamming. De Friesche taal, die ze nog spreken en schrijven, is eene van de oudste en zuiverste Germaansche talen; de kennis en beoefening daarvan is onontbeerlijk voor iedereen, die zich met Germaansche taalstudiën, oud of nieuw, bezighoudt. En zoo iemand het zuivere en onverbasterde Germaansche volkstype zien wil, zooals men dat nergens elders ter wereld meer kan waarnemen, die bezoeke de stad Leeuwarden op een Vrijdagmorgen (marktdag), en verlustige zich in 't beschouwen van het welgebouwde, schoone Friesche landvolk.

Slechts met een paar kleine uitzonderingen is 't zuiver Friesche volksras over de geheele provincie Friesland verspreid. Die uitzonderingen zijn: de grietenij of landgemeente het Bildt, en de grietenijen Oost- en West-Stellingwerf. De eerstgenoemde landstreek, eerst in het laatst van de vijftiende eeuw aan de zee ontpolderd, is door eene Hollandsche volkplanting bezet geworden, waarvan de hedendaagsche bewoners van het Bildt afstammen. Ze zijn dus van gemengd Frieschen, van Hollandschen (Friso-Frankischen) bloede, en spreken dan ook niet de Friesche taal, maar een Hollandschen boerentongval, die natuurlijk door de langdurige nabuurschap met het Friesch met eenige Friesche vormen en woorden vermengd geworden is.

De bewoners van de beide Stellingwerven daarentegen zijn oorspronkelijk wel Friezen, die zich in de middeleeuwen sterk met Saksen vermengd hebben, evenals hunne buren, de IJselgooërs in noordelijk Overijsel. Deze vermenging en verbastering werd veroorzaakt ten deele, doordien Saksen (in Drente) hunne naaste buren ten oosten waren, maar vooral ook, doordien hun land onder 't onmiddellijke gebied van den Bisschop van Utrecht gekomen was, waardoor de Stellingwervers van hunne vrij geblevene landslui in 't overige Friesland meer gescheiden werden en meer verbonden met hunne lotgenooten, de bewoners der IJselgoo. Dientengevolge vertoonen de Stellingwervers het Friesche type dan ook eenigszins naar 't Saksische gewijzigd, en gebruiken ze ook niet meer de Friesche taal, maar een Friso-Saksischen tongval. Het riviertje de Tjonger (of Kuinder) vormt in Friesland eene scherpe grensscheiding tusschen de zuivere Friezen en de Friso-Saksische Stellingwervers, en is eene der weinige scherp afgebakende ethnologische grenzen in Nederland.

Drenthen en Groningers zijn de oudste Friezen

De zusterprovincie van Friesland, Groningerland, wijkt, wat hare bevolking aangaat, oorspronkelijk in geen enkel opzicht af van 't eigenlijke Friesland. Het volk van Groningerland, immers van het grootste, van het noordelijke en westelijke deel dezer provincie, van Fivelgoo, Hunsegoo en van het zoogenoemde Westerkwartier (dit laatste is alles, wat in Groningerland bewesten de Hunse ligt), is vanouds en oorspronkelijk zoo zuiver Friesch geweest als dat van het hedendaagsche Friesland tusschen Flie en Lauers. Maar heden ten dage bestaat er onderscheid tusschen Friezen en Groningerlanders, hoewel 't een onderscheid is, dat grooter is in schijn dan in werkelijkheid. Toch hebben Friezen en Groningerlanders beiden steeds het volle besef van dat onderscheid en zijn er diep van doordrongen, zooals dat meer onder volle broeders voorkomt; en ofschoon zij in Holland en in de zuidelijke gewesten van ons land vaak met elkander verwisseld en verward, en in alle geval veelal met elkander over één kam geschoren worden, zoo wil geen Fries voor een Groningerlander gehouden, geen Groningerlander voor een Fries aangezien worden.

Het hedendaagsche, in ethnologischen zin betrekkelijk geringe onderscheid tusschen het volk bewesten en beoosten de Lauers spruit hieruit voort, dat de oorspronkelijk zuiver Friesche bewoners der Ommelanden van Groningen zich omstreeks de jaren 1000 en 1200 onzer jaartelling sterk vermengd hebben met Saksisch volk, dat uit de zuidelijk aangrenzende streken van Drente en Westfalen afkomstig was. Toen de uiterst vruchtbare, maar voor zee- en rivierwater open en bloot liggende, en dus zeer vaak overstroomde kleilanden of marschen van Fivelgoo en Hunsegoo in de laatste middeleeuwen langzamerhand meer en meer bedijkt, ingepolderd en drooggelegd werden, dus in staat werden, veel meer menschen te voeden, dan er gezeten waren, trokken de Saksen van hunne dorre Drentsche en Westfaalsche heiden, venen en moeren naar de vette klei, in 't oude erfdeel der vrije Friezen, waar handen te kort kwamen voor den veldarbeid, en waar brood was en zuivel in overvloed.

Het Friesche en Saksische volk vermengde zich hier; en ten gevolge van die vermenging, welke in het aangrenzende Overeemsche of Oost-Friesland, door dezelfde oorzaken als in Groningerland teweeggebracht, eveneens plaats greep en die groote verhoudingen aannam, ging de zuiver Friesche grondvorm hier en daar bij het volk verloren en werd door het Friso-Saksische type vervangen. En zoo kan men de hedendaagsche Groningerlanders noch Friezen, noch Saksen noemen. Integendeel, ze zijn Friso-Saksen: ze vertoonen het, ook over geheel noordwestelijk Duitschland wijd verspreide, Friso-Saksische type in tamelijk sterke mate. Ook is de Friesche taal reeds sedert de vijftiende en zestiende eeuw uit den mond der Groningerlanders verdwenen en heeft plaats gemaakt voor dienzelfden Friso-Saksischen, zoogenoemd Platduitschen tongval, die ook over geheel noordwestelijk Duitschland, tot Bremen en Hamburg en tot in Sleeswijk-Holstein algemeen verspreid is.

In de noordelijke en westelijke streken der provincie, in Fivelgoo, Hunsegoo en in 't Westerkwartier, en eveneens in het noordelijk deel van 't Oldamt (Noord- en Zuidbroek, Scheemda, Eeksta, Beerta en Finsterwolde), alles met elkander het vruchtbaarste, ook het meest bevolkte en rijkste deel van Groningerland uitmakende, heeft het Friesche bloed de overhand over het Saksische. De eigenerfde landbouwers dier streken zijn er in den regel van Frieschen bloede, zooals hun geheele voorkomen, hun gansche wezen aanduidt, en zooals hunne namen aanwijzen; de boerenarbeiders daarentegen vertoonen er meer den Saksischen grondvorm. Maar in de stad Groningen en in 't Goorecht, de zuidelijke omstreken dier stad, treedt het Saksische bestanddeel meer op den voorgrond. De vanouds ingezetene burgerij der stad Groningen is veel meer Saksisch dan Friesch en meest in de middeleeuwen, bij de opkomst der stad, uit het zuiden, uit Drente en Westfalen, ingekomen.

Evert Jan Poorterman


Evert Jan Poorterman

Nieuwe indeling provincies Friesland en Drenthe... Groninger ommelanden gaan naar de Friezen... gebaseerd op de streektaal.

Evert Jan Poorterman

Platte Groninger land...

De vrije Friezen woonden niet gaarne in ommuurde steden; zij bleven daarbuiten op hunne stinsen, burchten en staten, op hunne heerden en saten. In het zuidelijke deel van 't Oldamt, vooral in de bloeiende plaatsen Oude en Nieuwe Pekel-A, de Wildervank en Veendam, evenals op 't Hoogezand en te Sappemeer, kan men weinig of niets van eenigen vasten grondvorm, in ethnologischen zin, bij de bewoners opmerken. De ingezetenen van deze plaatsen, die eerst in de zeventiende en achttiende eeuw als veenkoloniën ontstaan zijn, stammen af van lieden uit allerlei andere oorden van Nederland en de aangrenzende Duitsche landstreken, zelfs van Zwitsers en van Pfalzers uit Zuid-Duitschland, die, om hun geloof uit hun land verdreven, hier vrijheid en nooddruft zochten en vonden. Westerwolde eindelijk, dat is de zuidoostelijke, door Drente en een deel van Westfalen (Arenberg-Meppen) ingesloten uithoek van Groningerland levert weer een veel zuiverder volkstype op, dat ook wel Friso-Saksisch is, maar waarin het Saksische element verreweg de overhand heeft op het Friesche.

De bevolking van Drente is gedeeltelijk Friso-Saksisch, gedeeltelijk zuiver Saksisch. De Friso-Saksische Drenten, die in hun lichaam, hunne spraak, kleeding en zeden sterk naar het zuiver Friesche type overhellen, wonen in 't noordwesten en westen van hun gewest, langs de grenzen van Friesland en westelijk Groningerland. De bevolking van de steden Assen en Meppel is ook Friso-Saksisch, vooral de laatste duidelijk; Assen, dat eerst in 't begin dezer eeuw van een klein dorp tot de hoofdstad van Drente verheven werd, heeft dus eigenlijk geene vanouds ingezetene burgerij; vandaar, dat de hedendaagsche Assers een meer gemengd type vertoonen. Alles, wat in Drente bewesten de Drentsche hoofdvaart tusschen Assen en Meppel gezeten is, en alles, wat bewesten de vaart van Assen op Groningen woont, is Friso-Saksisch. Maar het overige, het oostelijke deel, het hoofddeel van Drente, is zuiver Saksisch. Hoe oostelijker in Drente, hoe meer het Saksische type bij het volk in alles op den voorgrond treedt. Rondom Koevorden is de bevolking zoo zuiver Saksisch als in 't aangrenzende Bentheim; maar Hoogeveen, eene veenkolonie, eerst in de zeventiende eeuw gesticht, heeft weer, evenals de Groninger veenkoloniën, eene zeer gemengde bevolking.

Ook van de provincie Overijsel geldt? wat van Drente gezegd is: de bevolking is er ten deele Friso-Saksisch, ten deele zuiver Saksisch. De Friso-Saksen wonen er in het noordelijke deel van het gewest, benoorden Zwolle en rondom Kampen. Langs de grenzen van Friesland, in de omstreken van Steenwijk, de Kuinder, Blokzijl, en in die plaatsen zelven, is de bevolking bijna zuiver Friesch; de volkskleeding is er nog tot heden Friesch, maar de Friesche taal is er reeds in de middeleeuwen uitgestorven en heeft er voor een Friso-Saksischen tongval plaats gemaakt. Vollenhoven, Zwartsluis en Genemuiden zijn meer Saksisch; toch is nog te Kampen en omstreken, evenals te Staphorst en Rouveen, de Friesche grondvorm gemakkelijk bij de bevolking te herkennen. Maar Zwolle is reeds goed Saksisch, terwijl beoosten en bezuiden deze stad alle volk zuiver Saksisch is, in Salland zoowel als in Twente.

Evert Jan Poorterman


Evert Jan Poorterman

Twente, rust en traagheid in een stedelijk dicht bewoond gebied... land van gouden korenaren en golvende heuvels..

Hoe oostelijker men in deze landstreken komt, hoe duidelijker de Saksische grondvorm op den voorgrond treedt. De Twenten zijn, met de Gelderschen uit den Achterhoek, de zuiverste Saksen van Nederland. In Twente en in dien Achterhoek wordt dan ook het oude, Saksische Nederduitsch nog het zuiverst en oorspronkelijkst gesproken. En Deventer is, met Zutfen, onder de grootere steden van ons land de meest Saksische, zooals Leeuwarden de meest Friesche, 's-Hertogenbosch de meest Frankische stad is. Eene kleine uitzondering op den Saksischen regel in Twente maakt het dorp Friezenveen, dat oorspronkelijk eene veenkolonie is, door Friezen gesticht, gelijk de naam nog aanduidt. En ofschoon deze Friesche volkplanting in Twente reeds van het laatst der veertiende eeuw dagteekent, zoo blijkt de Friesche oorsprong van de Friezenveenders nog heden ten dage zeer duidelijk uit hun eigenaardigen en hoogst merkwaardigen tongval.

Gelderland vertoont onder al de gewesten van ons land de bontste vermenging der drie volksstammen. Friezen, Saksen en Franken wonen alle drie op Gelderschen bodem; maar wat getalsterkte betreft, zijn er de Friezen verreweg in de minderheid, en zij treden er ook niet onvermengd voor den dag. En wat de onderlinge vermenging der drie volksstammen aangaat, zoo vinden we ook op Gelderschen bodem Friezen, Saksen en Franken tot één type samen versmolten, namelijk op de Veluwe. De bewoners dezer schaars bevolkte landstreek, die ook in geologischen zin zulk een gemengd karakter vertoont, bestaan uit Saksen, die uit het oosten over den IJsel kwamen, uit Franken, over den Rijn uit het zuiden komende, en uit Friezen uit het noorden. De Veluwers zou men dus Friso-Saxo-Franken kunnen noemen; zij vertoonen in menig opzicht, vooral in zeden, kleeding en tongval, kenmerkende eigenschappen van de drie hoofdstammen.

Het Friesche bestanddeel in het Veluwsche volk treedt vooral in het noorden van die landstreek, langs de zeekust, rondom Elburg en Harderwijk te voorschijn; het Saksische meer langs den IJselkant; het Frankische meest langs den Rijn, bij Arnhem en Wageningen. De overige gedeelten van Gelderland worden door zuivere Saksen en door zuivere Franken bewoond. Een overgangs- of tusschentype, zooals tusschen Friezen en Saksen ter eener, tusschen Friezen en Franken ter anderer zijde zoo veelvuldig en sterk geteekend voorkomt, schijnt tusschen Saksen en Franken niet, of dan slechts in zeer beperkten zin te bestaan. De Saksen wonen in het oosten van Gelderland, over den IJsel, in de oude Graafschap Zutfen of den zoogenoemden Achterhoek van Gelderland. Zij vertoonen, vooral ook in het noorden van hunne landstreek, den Saksischen grondvorm in alle opzichten even onverbasterd als de Twenten.

Evert Jan Poorterman


Evert Jan Poorterman

Achterhoek... land van de zandpaden, boerderijen, kastelen en het zogenaamde ‘coulissen-landschap’..

Evert Jan Poorterman

Nieuwe Achterhoekse vlag... land van de eigenzinnige en vrije Boeren... sinds ‘Normaal’ hen bezong!

De zuidelijke deelen van Gelderland, tusschen de rivieren Rijn, Waal en Maas besloten, de Betuwe dus met het Land tusschen Maas en Waal, de Tieler- en Bommelerwaarden, het zoogenoemde Rijk van Nijmegen en de Lijmers, worden door zuivere Franken bewoond. Hier vinden we de nakomelingen der oude Batauers (Batavieren), maar die zich in niets van de andere Franken in 't naburige Brabant en Neder-Rijnland (Kleefsland, Duitsch-Gelderland) onderscheiden. De bevolking van de provincie Utrecht is nagenoeg geheel zuiver Frankisch van oorsprong, vooral ook inde stad Utrecht en in alle land daar bezuiden. Slechts de Eemlanders benoorden Amersfoort hebben duidelijk Friesch bloed in de aderen, en evenzoo is ook het volk, langs de grenzen van Gooi-, Amstel- en Rijnland gezeten, in den noordwestelijken hoek der provincie dus, Friso-Frankisch, evenals hunne buren in die drie landstreken.

De beide provinciën Holland kunnen wij in ethnologischen zin niet scheiden. De bevolking van Holland in 't algemeen is, onder alle Nederlandsche gewesten, het meest vermengd en verbasterd. Vooral in de grootere steden van Holland kan er geen sprake wezen van een onvermengden, zuiveren, 'tzij dan Frieschen, 'tzij dan Frankischen volksstam. Want reeds sedert drie eeuwen hebben onophoudelijk menschen van allerlei natiën en tongen zich blijvend in de groote Hollandsche steden gevestigd en zich volkomen vermengd met de weinig talrijke, oorspronkelijke, oud-Hollandsche bevolking. Ten platten lande echter in Holland, en in de kleinere steden, is dit eenigszins anders, ofschoon ook daar de invloed der vermenging van het oorspronkelijke volk met vreemdelingen zich sterker bij 't volk bespeuren laat, dan in eenig ander Nederlandsch gewest.

Over 't geheel genomen stammen de eigenlijke Hollanders af van Friezen en van Franken beiden, en kan men hen Friso-Franken of Franco-Friezen noemen, al naarmate de Frankische of de Friesche grondvorm meer op den voorgrond treedt. Aan eene afstamming der Hollanders van de zoogenoemde Batavieren hebben we, na 't boven aangevoerde, wel niet meer te denken, althans niet in dien uitsluitenden zin, die gewoonlijk aan deze zaak gehecht wordt. De Friezen, uit het noorden, de Franken, uit het zuiden komende, ontmoetten elkander op Hollandschen bodem en vermengden zich aldaar; ten gevolge daarvan vormen hunne nakomelingen nu een gemengd, een Friso-Frankisch volksras, het hedendaagsche Hollandsche volk. Hoe noordelijker in Holland, hoe zuiverder bij het volk het Friesche type op den voorgrond treedt; hoe zuidelijker, hoe meer de Frankische grondvorm den Frieschen overheerscht.

Het noordelijkste deel van Noord-Holland is volkomen en zuiver Friesch. Hier in het oude Friesland bewesten Flie, naderhand door de Hollanders ook West-Friesland genoemd, benoorden Alkmaar en Hoorn, komt het Friesche type bij het volk weinig of in 't geheel niet minder voor den dag dan in het eigenlijk gezegde Friesland. Zelfs wordt nog heden ten dage de oude Friesche taal gesproken op het noordelijkste der Noord-Hollandsche eilanden, op Ter Schelling, en dat wel nauwelijks minder zuiver en oorspronkelijk dan in Friesland beoosten Flie. Trouwens, Ter Schelling ligt ook beoosten Flie; het gat van 't Flie is tusschen Ter Schelling en Flieland. Alzoo behoort dit eiland dan oorspronkelijk ook geenszins tot het westerfliesche Friesland, tot West-Friesland of Noord-Holland, maar wel degelijk, evenals Ameland, tot Friesland tusschen Flie en Lauers.

Ook het volk van de andere Noord-Hollandsche eilanden, met Marken in-, maar Urk buitengesloten, is zuiver Friesch van oorsprong en laat dan ook zijne Friesche afstamming zeer duidelijk in allerlei opzichten blijken. En al spreekt men er dan ook de Friesche taal niet meer, de verschillende tongvallen dier eilanden leveren toch nog steeds talrijke sporen van het Friesch op. Maar de bevolking van het eiland Urk wijkt van den zuiver Frieschen grondvorm af, wat ook uit den zeer eigenaardigen, zeer gemengden tongval der Urkers blijkt. Den Urker tongval raadplegende, schijnt het, alsof op Urk, evenals op de Veluwe, de bevolking van alle drie hoofdstammen gelijkelijk afstamt, alsof zoowel Friezen als Franken en Saksen tot de voorouders der Urkers behooren.

Evert Jan Poorterman


Evert Jan Poorterman

Eiland Urk in de Suidersee van bovenaf (luchtfoto uit 1920) en op de kop...

Evert Jan Poorterman

Voormalig eiland Urk opgeslokt door de Noordoostpolder, nu Flevoland..

Ofschoon dan niet zoo zuiver en onvermengd als de bevolking van noordelijk Noord-Holland kan men toch van de plattelandsbevolking van zuidelijk Noord-Holland en van noordelijk Zuid-Holland in 't algemeen zeggen, dat bij haar het Friesche bloed nog verreweg het Frankische overheerscht; dat bij haar het Friesche element veel duidelijker op den voorgrond treedt en in 't oog valt dan het Frankische. Overal bij de gezetene, landbouwende, vooral veeteelende en zuivelbereidende bevolking van Waterland, de Zeevang, den Zaankant, Amstelland in Noord-Holland, van Rijnland, het Westland, Delft- en Schieland in Zuid-Holland treedt de Friesche grondvorm duidelijk te voorschijn in het blonde, blanke, fijngebouwde, slanke menschenras. De Gooilanders echter, vooral die de heidestreken (Bussum, Blaricum, Laren, Hilversum) bewonen, en 't wevende, spinnende fabrieksvolk in 't laatstgenoemde vlek wijken in menig opzicht van den Frieschen grondvorm, zelfs van het algemeen Hollandsch Friso-Frankische type af; er stroomt duidelijk Saksisch bloed in hunne aderen. Maar de overige Gooilanders, die van Huizen, benevens het volk van Muiden en Weesp en omstreken, die langs den zeekant op veen- en kleibodem wonen, vertoonen meer het Friesche type, zooals het overige Noord-Hollandsche landvolk.

De Tijdspiegel, jaargang 37

Evert Jan Poorterman

Delen tekst zijn uit de Statenvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap Haarlem - 1987 (350 jaren Statenvertaling 1637-1987). Ik dank Carolus Verhulst; oprichter van Uitgeverij Mirananda te Wassenaar, voor het uitgeven van Sitchin's boek en voor zijn bijdrage als vertaler van de tekst, mijn ouders, mijn gidsen en onderzoekers en schrijvers als Immanuel Velikovsky, Erich von Däniken, Robert Charroux, Zecharia Sitchin, Alan Alford, Ernst Gideon, Iman Wilkes, de schrijvers danwel samenstellers van het Oera Linda Boek en tal van andere pioniers zoals Jan van Gorp (Iohannes Goropius Becanus, geboren te Hilvarenbeek, 1518-1572), Simon Stevin van Bruggen (Brugge, 1548-1620), Berend Willem Hietbrink (Maastricht 1943-...), Hylke Welling (1930-2020), Michel de Nostradame (St. Rémy, 1503-1566), Pieter van der Meer en Alex Onbekend en Ansi mijn mentor en taalmeester en anderen die mij inspireerden...

Voor vragen en/of suggesties kun je Evert Jan rechtstreeks mailen op evertjan(apestaart)niburu.co

EVERT JAN POORTERMAN/NIBURU.CO

Bezoek ook eens gezondheidswebwinkel Orjana.nl