Dit is een 25-delige reeks waarin Evert Jan Poorterman ons meeneemt op een fascinerende ontdekkingsreis.
Over de komst van een ster en vooral zijn bewoners die al sinds 445.000 jaren álles, maar dan ook écht alles op onze planeet bepalen.
In de vorige afleveringen schetste ik een beeld van de grootsheid van het HeelAl en van de Melkweg, de Galaxy waarin wij ons aan de buitenrand bevinden, in een van de spiralen... en de kleinheid van ons zonnestelsel en dat de geboorte van Jezus in de Orion-Nevel de aanzet is tot grote veranderingen in ons stelsel. De Zon en haar planeten worden ruw opgeschrikt door de komst van een nog vuurbrakende jonge planeet (aldus Zecharia Sitchin), die het net gestabiliseerde stelsel binnendringt en botst met de leidende planeet Tiamat. De Zon, Mumu (Mercurius) en Tiamat zijn de eerste heilige drie-eenheid als het ware en de basis van de geboorte van de andere planeten. Tiamat is groot van formaat, koninklijk ook en zij heerst over de binnen- en de buitenplaneten, als je daar dan al van kunt spreken. Op het moment dat de nieuweling Jezus, verder in dit verhaal als Nibiru, binnendringt, heeft dat gevolgen voor hemzelf en voor zijn opponent; Tiamat. Beiden zijn jong en hun binnenste is nog zacht. In het voorbijgaan van de eerste planeten; Pluto (GA.GA.), Neptunis (NU.DIM.MUD.) en Uranus (A.NU.) brengt Nibiru vier kinderen voort. In de bijbel 'engelen' genoemd en naarmate zij dichter bij het centrum en dus Tiamat komt, wordt de wederzijdse aantrekking sterker en worden nog eens drie engelen geboren...
mede door de wisselwerking met de grote planeten Saturnus (AN.SHAR.) en Jupiter (KI.SHAR.). Dit zijn de zeven winden, te vergelijken met de zeven Rendieren voor de Arreslee van de Kerstman, maar dat komt later aan bod... maar ook te vergelijken met de zeven aartsengelen Michaël, Gabriël, Rafaël, Uriël, Hagiël, Kemuël en Zadkiël... ik weet niet of de volgorde correct is en ook niet welke 'aartsengelen' in relatie staan met de zeven winden; de Noordenwind, Zuidenwind, Oostenwind en de Westenwind... en vervolgens de Boze Wind, de Vurige Storm Wind en de Onvergetelijke Wind, maar duidelijk is dat deze satelieten in snel tempo geboren worden zoals ook de Maan en de andere 'monsters', die uit de buik van Tiamat komen. Dit is een natuurlijke reactie als gevolg van aantrekking en de geldende gravitatiekrachten onderling tussen Nibiru en Tiamat, versterkt natuurlijk door de aantrekking van de Zon en de planeten. De volgende eerste confrontatie is een botsing waar bij de twee 'winden'; de Boze Wind en de Vurige Storm Wind inslaan in het lichaam van Tiamat. Dat is een behoorlijke kosmische ramp te noemen, maar gelukkig zijn hier geen levens mee gemoeid... maar het moet een spektakel van jewelste zijn geweest.
De schepping van Hemel en Aarde
Zeker de tweede ontmoeting tussen beiden. De nog nazwalkende aangeslagen Tiamat, groggy en onvast op de benen, wordt ditmaal niet door de 'winden' getroffen, maar door Nibiru zelf. Hij schampt de planeet en strijkt haar af als een lucifer. Dit is in essentie het verhaal over Lucifer, die opklom naar de troon van GOD. Helaas door de 'kerkvaders' omgezet, want het was Nibiru (GUD/GOD) die opklom naar de positie van Tiamat. Hij streek haar af, verbrijzelde haar andere helft en een derde 'wind', de Noordenwind voerde het restant af naar nieuwe plaatsen. Het verhaal van Lucifer is gemanipuleerd. Lucifer is niet een opstandige die GOD naar de kroon stak... Nee Lucifer is hier het slachtoffer. Afgestreken als een lucifer verloor zij haar macht, haar kracht en werd zij de verschoppeling onder de planeten. Ze was haar glans verloren en bovendien ketste de Noordenwind haar naar een nieuwe positie; zij kreeg een nieuwe baan toebedeeld en die was tussen de planeten Venus en Mars. Nadat Nibiru voor de tweede keer voorbijging en Tiamat halveerde keerde eindelijk de rust weer in ons zonnestelsel... ahum, wel nadat de gevolgen van de geweldige botsing tot rust kwamen, want Nibiru liet niet alleen een gehalveerde planeet achter, maar vormde ook de 'gesmede' band, ofwel de astroïdengordel. Tijdens de rotatie om de Zon verwaaide het stof, gruis en puin tot een ring van restmateriaal; zeg maar de 'Ring des Nibelungen', Hemel genoemd omdat die zone stoffig en ondoorzichtbaar is. Hemel komt van HE.MEL.> (herrie-melk... en lawaaipap - zie vorig deel) en dat staat voor 'heftig-mellow', ofwel heftig en hevig ging het daar toe tijdens de botsing en mellow of diffuus is het zicht daar door al het stof. De andere positie of baan is die van de overgebleven helft van Tiamat, die nu gepositioneerd is tussen Venus en Mars. Dat is de 'Aarde'. En A.AR.DE.> betekent; 'water-rood-definitief', ofwel voor altijd naast de rode planeet Mars... en dat is nu interessant, want hoe komt Mars zo rood?!
De rode planeet werd Lucifer
Nou dat is heel simpel te verklaren; Tiamat was rood! Ik heb al beschreven dat Nibiru door de oude Soemeriërs ook GUD werd genoemd en dat deze naam uit te splitsen is in GU.> en UD.> en die twee woorden betekenen letterlijk 'stier' en 'uitdraven'. Nibiru is net als Gud een naam voor de tweede ster van ons stelsel en die naam heeft betrekking op een omstandigheid, een positie of uiterlijk kenmerk. De Soemeriërs en zeker ook de Anunnaki (Nephilim/Elohim) hebben meerdere namen voor deze ster, voor zijn kracht, zijn verschijning en zijn grootsheid. GUD betekent dus 'wilde stier' of 'aanstormende stier' en dat heeft betrekking op zijn terugkeer naar het centrum van ons stelsel. Van buiten komend, koerst hij naar binnen en wordt de aantrekking van de Zon steeds sterker, waardoor Nibiru in snelheid toeneemt, zijn baan grillig wordt en hij gaat zwalken omdat hij nu ook onderhevig wordt aan de gravitatiekrachten van de andere planeten (en hemzelf uiteraard). Dus als hij op het verste punt van de Zon staat, in zijn 'apogeum', dan staat Nibiru bijna stil. Hij komt op zijn keerpunt, zijn snelheid is geslonken en hij heeft geen kracht meer van de Zon te ontsnappen... en dus keert hij om. De Stier draait zich om en kijkt naar de afstand tot... hij snuift, hij briest en hij krabt met zijn hoeven in de bodem. Dan besluit hij de aanval in te zetten en stuift hij in snelheid toenememd op de Zon en haar planeten af. Dit is in essentie het verhaal van de Stier en de Rode Lap. De allereerste maal, toen hij ons stelsel binnendrong, was zijn rode lap de planeet Tiamat. Deze planeet had een rode korst of zij was nog gloeiend heet. Feit is dat stieren in het algemeen kleurenblind zijn en geen rood van paars of groen kunnen onderscheiden, dus ook geen 'rode' lap herkennen. Dat verhaal moet zijn oorsprong hebben in de verre verre oudheid en is waarschijnlijk gewoon 'sterrenkunde'. Toen Nibiru binnendrong, schampte en botste en Tiamat verbrijzelde werd uiteraard ook haar korst verpulverd...


Delen tekst over de tektonische platen van Wikipedia. Ik dank Carolus Verhulst; oprichter van Uitgeverij Mirananda te Wassenaar, voor het uitgeven van Sitchin's boek en voor zijn bijdrage als vertaler van de tekst, mijn ouders, mijn gidsen en onderzoekers en schrijvers als Immanuel Velikovsky, Erich von Däniken, Robert Charroux, Zecharia Sitchin, Alan Alford, Ernst Gideon, Iman wilkes, de schrijvers/samenstellers van het Oera Linda Boek en tal van andere pioniers zoals Jan van Gorp (Iohannes Goropius Becanus, geboren te Hilvarenbeek, 1518-1572), Simon Stevin van Bruggen (Brugge, 1548-1620), Berend Willem Hietbrink (Maastricht 1943-...), Michel de Nostradame (St. Rémy, 1503-1566), Herman Hegge van Frontier magazine, Hylke Welling en Ansi, mijn mentor en taalmeester en anderen die mij inspireerden.
EVERT JAN POORTERMAN/NIBURU.CO
Wie vragen of suggesties heeft kan de auteur hierover rechtstreeks mailen via evertjan(apestaart)niburu.co


