Het is goed mogelijk dat oude legendes over het gebruik van zonnestenen door de Vikingen op waarheid berusten, zo laat nieuw onderzoek zien.

Voor de uitvinding van het kompas legden de Noorse ontdekkingsreizigers duizenden kilometers af om Groenland en Noord-Amerika te bezoeken.

Bewijs laat zien dat deze zeevaarders navigeerden door de positie van de Zon en de sterren af te lezen. Tevens waren ze bekend met alle oriëntatiepunten, zeestromen en golven.

Hoe ze op dergelijke breedtegraden zulke reizen konden maken terwijl het zonlicht werd tegengehouden door wolken en mist bleef nog altijd een mysterie. Alhoewel experts lange tijd hebben gesuggereerd dat de Vikingen wisten hoe ze kristallen konden gebruiken om de positie van de Zon bij bewolkt weer te bepalen hebben archeologen nooit wetenschappelijk bewijs gevonden voor deze theorie.

Een internationaal team wetenschappers onder leiding van Guy Ropars van de Universiteit van Rennes in het Franse Bretagne zegt het antwoord te hebben gevonden. Ze stellen dat de Vikingen gebruik maakten van calciet, of IJslands spaat, om de Zon tot op een graad nauwkeurig te lokaliseren. Calciet is dubbelbrekend, een verschijnsel waarbij een op een materiaal invallende lichtbundel wordt gesplitst in twee bundels die een verschillend pad volgen en die een verschillende polarisatie hebben.

Onlangs werd IJslands spaat aangetroffen in een schip dat gezonken is in 1592. Deze vondst ondersteunt de theorie dat de oude zeemannen zich bewust waren van de potentie van het kristal om te navigeren. De onderzoekers speculeren dat zelfs in het tijdperk van het kompas, vier eeuwen na de Vikingen, nog gebruik werd gemaakt van zonnesteen.

De studie is verschenen in Proceedings of the Royal Society A: Mathematical and Physical Sciences. Calciet wordt tevens aangemaakt in de hersenen door de pijnappelklier.

Bron: Dailymail.co.uk

Gerelateerd: