Bevrijd jezelf van de astrale en demonische krachten en word weer wie je in essentie bent: een Lichtwezen!Kort samengevat: Wij Nederlanders houden van recht voor z’n raap dus: de waarheid over de mensheid, het hoe en waarom van alle ellende om ons heen etc., is geen ‘feel good’ verhaal – en hoe het afloopt allemaal …
Door Janny Fluiter
Eerdere delen zijn hier te vinden.
Uit “Een Licht” (1996) door Jon Whistler
Vervolg van deel 13:
“Nee … nee!” Ik vocht tegen het smerige binnendringen van de duivel in mijn bewustzijn. Toen sprak een stem in me en ik wist dat mijn bekende, innerlijke stem mij niet had verlaten: “Dit is slechts een val want je bent niet echt in de duisternis, het is slechts de illusie van de duistere. Negeer de duisternis en stuur deze terug naar z’n eigen dimensie!”
Moedig keek ik in het kwaadaardige gezicht van Razparil: “Ik roep mijn Licht aan om jouw giftige illusie uit te bannen!” Maar Razparil verdween niet. In plaats daarvan gooide hij z’n monsterlijke hoofd achterover en lachte en lachte, zo afgrijselijk, dat ik echt bang was. “Ha, ha, ha! Jouw Licht slaapt, in de vierde dimensie waar het al heel lang gevangen gehouden wordt door onze macht. Toen je ego zich van je Licht afkeerde, raakte het gevangen in een web van dromen en viel in slaap. Miezerig, kleingeestig ego dat je bent, jij hebt geen macht over mij! Jij kreupele zwakkeling, jij weet niks en jij bent nu een deel van mijn duisternis!”
Ik wilde dit niet geloven en kon alleen maar suf en sprakeloos schudden met m’n hoofd. Razparil scheen te genieten van m’n pijn, want hij lachte opnieuw en nu zelfs nog harder. “Ha, ha! Dwaas! Wat je je niet realiseert is dat ik je schaduw ben! Wat je over mij denkt dat je zo afstoot, is niet een apart deel van jou want jij bent een deel van mij!” “Neeeeeee …!” ik schreeuwde het uit. “Het is niet waar!” Ik was wanhopig en riep naar Zadore: “Breng je Licht naar deze duisternis, alsjeblieft!” “Armzalige woorden!” schreeuwde Razparil triomfantelijk, “niets kan je nog redden … je bent van mij, voor altijd!” Ik keek hulpeloos toe toen Razparil z’n armen ophief en ik wist dat hij op het punt stond om me te verslinden en mijn bewustzijn zou verstikken in zijn duivelse duisternis. Ik voelde dat z’n overwinning zou zijn om mijn ego in bezit te nemen en daarmee ook het DNA van het derde dimensionale lichaam, dat nog steeds in de verongelukte auto lag.
Uit zelfverdediging richtte ik mijn bewustzijn naar binnen, naar datgene waarvan ik wist dat het nog steeds m’n hogere wezen was. Ik voelde de ronddraaiende chakra’s in harmonie bewegen en er ging een golf van energie door mijn etherisch lichaam, want dat was hetgeen waaruit ik op dat moment bestond. Een sterke, donkere energie vocht met me, tegen mijn poging tot opstanding. Toen barstte een schitterend Licht via het kruinchakra op m’n hoofd naar buiten en naar boven. Razparil krijste, niet tegen mij maar tegen het Licht: “Hoe ben je ontsnapt?! Hoe ben je ontwaakt?!”
Het Licht, dat nu de vorm aannam van een mensachtig wezen, antwoordde: “Deze gevangene van jouw duistere kant maakte me wakker en nu verlies je want je kunt ons niet opnieuw gevangen nemen. Mijn Licht zal alle duisternis wegvagen van dit etherische niveau. Ga weg, duivel, ga voor altijd terug naar je donkere verblijf – Ik, Sizzond, beveel je, want dit is geen rijk van de duisternis – het is slechts jouw illusie”. Het Licht van het wezen, Sizzond, werd groter en veel helderder. Ik hoorde een afgrijselijke schreeuw. Razparil’s rode ogen keken me razend aan vanuit wat over was van z’n afzichtelijke vorm, terwijl deze verdampte als mist in de zon. Uiteindelijk verdwenen ook z’n ogen.
Ik keek naar Sizzond. Het was zo’n prachtig wezen, noch vrouwelijk noch mannelijk maar het combineerde de uitdrukking van beide frequenties in één vorm. Gratie en kracht, tederheid en macht, een vorm van soepele lichtheid en harmonie. Wie was het? Een lach straalde van het prachtige gezicht. “Weet je niet wie ik ben? Ik ben Sizzond – je vierde dimensionale bewustzijn …”.
Voordat ik kon antwoorden, begon er iets te schudden aan m’n schouders. Ik hoorde stemmen: “Hij leeft, hij ademt. Laten we hem hieruit halen”. Schaduwen dansten over het scherm van m’n gesloten oogleden, toen daalde er iets op me neer. Ik voelde de druk van iets dat mijn neus en mond bedekte en ik ontving een verse teug zuurstof in m’n longen. Toen was er pijn terwijl ik uit de auto gesleept werd, op iets zachts gelegd en weggedragen. Deuren sloegen dicht, een motor werd opgestart, een sirene loeide. Ik wist dat ik in een ambulance lag, op weg naar Los Angeles en het ziekenhuis. Mijn bewustzijn zweefde tussen gevoelloosheid en pijn. Mijn borst deed pijn, mijn hoofd tolde. Toen schoot een korte, scherpe pijnscheut door mijn lichaam, snel gevolgd door een vreemde sufheid van alle sensaties.
Ik wervelde opnieuw uit m’n lichaam, de ambulance en de derde dimensie. Ik had geen idee waar ik naar toe ging en wat te doen. “Waar zoek je naar?” vroeg een prettige stem. Ik keek in de richting van waar ik de stem meende te horen, alleen, er waren hier geen richtingen. Geen links of rechts, boven of beneden, alleen maar pulserende frequenties van Licht. Toen zag ik Sizzond. “Hoe ben ik hier teruggekomen?” “Je bent nooit weggeweest”, was het antwoord. “Je keerde slechts tijdelijk terug naar je fysieke lichaam dat nog steeds dienst doet als voertuig voor je derde dimensionale bewustzijn. Of dit zo blijft hangt af van wat je nu moet besluiten. Je lichaam heeft er moeite mee om zich aan je vast te blijven houden en als je de verbinding van je Licht verbreekt, dan zal je lichaam ophouden te bestaan”. “Wat!” riep ik uit. “Ik denk niet dat ik eraan kan wennen om dood te zijn!” “Wel, Jon”, antwoordde Sizzond. “Je bent nog steeds verbonden met dat lichaam door een gouden draad van bewustzijn en je Levensvortex is nog steeds op z’n plaats. Als je de derde dimensie verlaat, dan zal die etherische massa frequenties, waarvan jij momenteel aanneemt dat jij dat bent, uiteindelijk uiteenvallen en de morfogenetische patronen van je herinneringsvelden zullen via mij stromen”.
“Als dat gebeurt, wat gebeurt er dan met mij?” Liefde en mededogen vulden het prachtige gezicht van Sizzond. “Dat wat jij ‘mij’ noemt is slechts een lens – een ego frequentie die je ware Zelf de kans geeft om zich te manifesteren in de derde dimensie in een lichaam. Het ego is een tijdelijk ding. Zodra het uit elkaar valt wordt je bewustzijn een onderdeel van mij, want ik ben jou in de vierde dimensie, net zoals jij mijn bewustzijn bent in de derde dimensie”.
Ik kon dit allemaal niet bevatten. “Hoe kan ik diegene zijn waar ik mee praat? Ik begrijp het niet”, zei ik tegen Sizzond. Sizzond glimlachte. “Jon, alle bewustzijn beweegt zich door de dimensies van de schepping en alles is in Brahman. Bewustzijn past zich aan aan de veranderende frequenties van de dimensies door de energiepakketten, of lichamen, te gebruiken, om de dimensies te ervaren en te uiten, terug naar Brahman. Net zoals jij mijn frequentie bent in de derde dimensie, zo ben ik de frequentie van Zadore in de vierde dimensie. Terwijl we teruggaan naar Brahman, beweegt ons bewustzijn door onze bewustzijnswezens in de hogere niveaus van zijn”.
Ik voelde me nog steeds een beetje verward. “Ga ik terug naar de Aardedimensie of ga ik terug naar jouw frequentie?” “We kunnen dat heel gemakkelijk besluiten, Jon”, zei Sizzond, “want zoals je weet moeten zowel jij als Rose door de Vortex van Licht en Genezing van Zadore gaan”. “Rose”, dacht ik, terwijl het Licht van liefde door mijn etherische frequenties stroomde. “O Rose, ik kan Rose niet verlaten, niet nu!”
Vervolg zie deel 15.


