Het script is inmiddels even voorspelbaar als de herfstregen.Met het nieuwe 'superfonds' van 2000 miljard euro op tafel, dreigt de definitieve financiële overgave van de natiestaat.
Het script is inmiddels even voorspelbaar als de herfstregen: in Den Haag rollen ministers met de spierballen over de Europese begroting, maar in Brussel eindigen we steevast als de gulle pinautomaat van een onverzadigbare superstaat.
Met het nieuwe 'superfonds' van 2000 miljard euro op tafel, dreigt de definitieve financiële overgave van de natiestaat.
En Nederland? Dat bereidt zich achter de schermen alweer voor op de jaarlijkse 'diplomatieke overwinning' die ons miljarden gaat kosten.
Luister naar de talkshows en tot voor kort hoorde je het kabinet-Schoof herhalen wat elk kabinet voor hen zei: "Geen cent extra," en "De kortingen moeten blijven." Het klinkt krachtig voor de eigen bühne, maar in Brussel weten ze wel beter.
De Nederlandse strategie is al decennia lang gebaseerd op het behouden van een 'seat at the table'. De angst om geïsoleerd te raken is groter dan de wil om de soevereiniteit te beschermen.
Terwijl wij debatteren over de term 'Eurobonds', sluisde Brussel onder de vlag van 'crisisbeheer' al honderden miljarden aan schulden door de achterdeur.
Stef Blok, lid van de Europese Rekenkamer en bepaald geen 'euro-sceptische populist', is glashelder in zijn waarschuwing: we stevenen af op een systeem waarin controle een bijzaak is. Het plan om landbouw- en regiogeld in één enorme pot te gooien en dit uit te keren op basis van vage 'nationale plannen' in plaats van harde facturen, is een droom voor fraudeurs en een nachtmerrie voor de controleurs.
De waarschuwing van de Rekenkamer dat de nationale afdracht in een extreem scenario zou kunnen verdubbelen, wordt in Den Haag weggezet als een theoretisch risico. Maar in de wereld van de Europese politiek is het theoretische risico van vandaag de realiteit van morgen. Denk aan het coronaherstelfonds: destijds gepresenteerd als een 'eenmalige noodgreep', nu de blauwdruk voor de hele EU-begroting tot 2034.
De conclusie die zich opdringt is ongemakkelijk: de Europese Unie transformeert van een handelsblok naar een schuldenunie. Door nationale staten diep in het moeras van gemeenschappelijke leningen te trekken, creëert Brussel een financiële 'point of no return'. Een land dat vastzit in een web van miljardengaranties en leningen-voor-leningen, kan niet langer zelfstandig beslissen over zijn eigen koers.
Als de EU straks besluit dat een land meer moet betalen om Oekraïne te steunen, de klimaatdoelen te halen of simpelweg de rente op de enorme schuldenberg af te lossen, heeft Nederland geen poot meer om op te staan. De soevereiniteit wordt niet met één grote klap overgedragen, maar met duizend kleine handtekeningen onder onleesbare begrotingsstukken.
Uiteindelijk zal Nederland zoals gewoonlijk weer akkoord gaan. Misschien krijgen we een symbolische korting van een paar miljoen, die we vervolgens in de media vieren als een groot succes. Maar de prijs is hoog: we storten miljarden in een fonds waar de Rekenkamer nu al het label 'fraudegevoelig' op plakt en we verbinden onze nationale schatkist aan de grillen van 26 andere lidstaten.
Het "voor wat, hoort wat" uit Brussel blijkt in de praktijk vaak: Nederland betaalt, en Brussel bepaalt.
Terwijl wij denken dat we onderhandelen over geld, onderhandelen we in werkelijkheid over het bestaansrecht van onze eigen democratische zeggenschap over de schatkist.
En vergeet niet, hoe meer wij worden meegetrokken in een web van EU leningen, des te moeilijker zal het ooit zijn om een Nexit voor elkaar te krijgen.


