De meeste mensen zullen zichzelf en anderen zien als materiële lichamen met een beperkte levensduur. Je wordt geboren, groeit op, leeft je leven. En alles wat leeft gaat uiteindelijk dood.Voor zover ik weet is er nooit iemand dood gegaan die na een paar maanden of jaren weer tot leven komt en kan vertellen wat er in de tussentijd is gebeurd.
Het volgende artikel is een bijdrage van Erick van Dijk:
Zoals dat meestal gaat kwam een gedachte in mijn hoofd terwijl ik bezig was met het vertalen van dit gesprek.
Er komen veel interessante dingen aan bod die voor veel mensen erg verhelderend kunnen zijn. Het zal grotendeels afhangen van hoever het voorstellingsvermogen van de kijker reikt.
Ik heb het wel vaker opgemerkt. Er bestaat een enorme kloof tussen de belevingswereld van de gemiddelde mens in deze wereld en het wereldbeeld dat ik zie, bekeken door de bril van mijn ervaringen en opgedane kennis over tientallen jaren.
De meeste mensen zullen zichzelf en anderen zien als materiële lichamen met een beperkte levensduur. Je wordt geboren, groeit op, leeft je leven. En alles wat leeft gaat uiteindelijk dood.
Wat er daarna gebeurt is en blijft voor de meesten een mysterie. Goed, er zijn de zogenaamde bijna-dood-ervaringen. Maar bijna is bijna, niet helemaal. Voor zover ik weet is er nooit iemand dood gegaan die na een paar maanden of jaren weer tot leven komt en kan vertellen wat er in de tussentijd is gebeurd.
Dus blijven voor de meesten die vragen, wie zijn we, wat doen we hier, wat gebeurt er na de fysieke dood? En, waarom moeten we lijden?
Volgens de Vedische geschriften zijn we geen materiële maar spirituele wezens, gevangen in een materieel lichaam. Als het stoffelijke lichaam op is verhuist de onsterfelijke spirituele ziel naar een ander lichaam dat het beste past bij de nog aanwezig zijnde materiële verlangens.
Ooit, toen we nog verkeerden in de spirituele sfeer, wilden we weten hoe het leven zou zijn onafhankelijk van God, hoewel onze natuurlijke aard er één is van dienstbaarheid aan de Allerhoogste. Voor het vervullen van dat verlangen bestaat de materiële sfeer, onderhevig aan regels en wetmatigheden die onontkoombaar zijn. Deze horen ervoor te zorgen dat we uiteindelijk beseffen dat, wat we ook doen in de materiële wereld, door die wetmatigheden is alles tijdelijk. Als een liefhebbende vader wil de Allerhoogste Godspersoon dat we bij Hem zijn, niet eindeloos lijden. Maar om terug te keren naar ons werkelijke thuis moeten we ons bewustzijn aanpassen.
Dat bracht me op de volgende analogie. Stel je hebt een kind, net volwassen. Het raakt de weg kwijt en raakt verslaafd aan hard drugs. Geen prettig bestaan. Als ouder wil je graag dat het goed gaat met je kind maar je weet dat je het niet in huis kunt nemen zolang de verslaving voortduurt. Door de verslaving is de mentaliteit van je kind veranderd. Het weet dat stelen verkeerd is maar zal, gedwongen door de verslaving, zelfs van jou stelen, je voorliegen en bedriegen om maar te kunnen gebruiken.
Voor je je kind terug in huis wilt nemen zal het eerst af moeten raken van die mentaliteit. Wat je wel kunt doen om die terugkeer mogelijk te maken is het bieden van een routekaart om terug te komen in de gewenste mentaliteit. Duidelijk uit te leggen wat de gevolgen zijn van bepaalde keuzen die je maakt. En is die juiste mentaliteit eenmaal bereikt dan is het kind opnieuw thuis welkom.
Maar het kan niet gedwongen worden. Het moet een vrije keuze zijn. Liefde kun je niet dwingen …


