Er zijn eigenlijk maar twee manieren om nieuwe kennis te vergaren. Je kunt proberen om het zelf uit te vogelen. Of je kunt luisteren naar iemand die deze kennis al bezit en wil overdragen.
Het volgende artikel is een bijdrage van Erick van Dijk.
Er zijn eigenlijk maar twee manieren om nieuwe kennis te vergaren. Je kunt proberen om het zelf uit te vogelen. Of je kunt luisteren naar iemand die deze kennis al bezit en wil overdragen.
David Icke is al 35 jaar bezig het zelf uit te vogelen. Hij schreef zijn inzichten op in meer dan vijftig boeken en is daarmee van onschatbare waarde geweest, een gids voor de gemeenschap van weldenkenden. Ook voor mij, al was hij niet de eerste, dat was Jim Marrs, die spiritualiteit en de aard van het zelf in het meeste van zijn werk achterwege liet. Later, nadat ik internet had in 1998, zouden er nog vele leermeesters volgen, aan wie ik veel dank verschuldigd ben. Ik blijf het een mooie beeldspraak vinden, en wat nederigheid (wat iets heel anders is dan kruiperigheid of onderdanigheid) is goed voor een mens.
Ik ben een dwerg die mag staan op de schouders van reuzen.
En David Icke is zeker één van die reuzen, al ben ik het niet op alle fronten met hem eens. In ieder geval komt een belangrijke conclusie van Icke overeen met de belangrijkste conclusie uit de Veda’s. Het lichaam is een voertuig. Wij zijn niet het lichaam.
Na een aantal jaren geploeterd te hebben op het pad van zelf ontdekken kwamen geschriften uit de oeroude spirituele cultuur van India op mijn pad. Wat maakt die geschriften bijzonder?
Ook ik was op zoek naar antwoorden, als kind al. Wat is dit allemaal? Wat is de zin ervan? Wie ben ik? Wat doe ik hier? Waarom overkomen al die dingen mij? Maar er was in mijn omgeving niemand die me antwoorden kon geven. Ik hing er maar een beetje bij en over dat soort dingen werd niet gepraat. Het ging eerder over wie er nu weer wat had, of had gedaan. Geroddel over anderen, niks van waarde.
Zo bewoog ik me van katholicisme naar het paranormale, het occulte, sjamanisme, en weer terug naar de wereldreligies over een periode van ruim twintig jaar, naast psychologie. Heel veel van geleerd, maar overal liep ik toch tegen dingen aan. Bijvoorbeeld wat in de Bijbel wordt verkondigd en wat de Kerk in werkelijkheid allemaal heeft uitgevreten, uit naam van Onze Lieve Heer.
Ze zijn allemaal dogmatisch; neem aan wat wij zeggen, anders hoor je er niet bij. Alsof het zo bedoeld was stuitte ik dus uiteindelijk op de belangrijkste delen van de Vedische geschriften. Hierin vond ik zo’n beetje alles terug dat ik eerder zag bij andere benaderingen van spiritualiteit. Geen dogma. Eerder; als je dit of dat wilt bereiken dan zijn dit geschikte methoden, en kun je beter dit of dat niet doen. Als je topsporter wilt worden dan moet je veel trainen en kun je niet maar eten wat je wilt. Zoiets. Een gebruiksaanwijzing voor alle aspecten van de materiële wereld en een routekaart naar onze uiteindelijke bestemming, de spirituele sfeer.
Het idee dat we leven in een soort computersimulatie gaat mij een beetje te ver. Echter, volgens de Veda’s is de materiële sfeer ‘maya,’ dat ‘is niet’ betekent. Het is echt, maar het is niet waar we thuishoren. En de Veda’s wijzen de weg. Als je wilt ...


