Er is een bijzonder soort arrogantie voor nodig om een 28-jarige politiek leider de maat te nemen zoals Lale Gül dat doet in haar brief aan Lidewij de Vos.Onder het mom van "vriendschappelijke raad" wordt hier een politiek executiepeloton opgesteld.
In Nederland is Lale Gül niet meer weg te denken, tenminste niet als je televisie kijkt en mainstreampublicaties leest zoals de Telegraaf.
Het bijzondere van Lale Gül is dat ze overal een mening over heeft en dit keer heeft ze een column geschreven over Lidewij de Vos, en hoe het voor haar nog niet te laat is om volop te kiezen voor de gevestigde orde, zodat ze ook wordt uigenodigd aan de praattafels.
De column wordt gebracht als een soort advies van een goede vriendin, in werkelijkheid is het politieke chantage.
Er is een bijzonder soort arrogantie voor nodig om een 28-jarige politiek leider de maat te nemen zoals Lale Gül dat doet in haar brief aan Lidewij de Vos. Onder het mom van "vriendschappelijke raad" wordt hier een politiek executiepeloton opgesteld. De boodschap is niet mis te verstaan: buig voor de moraal van de talkshowtafels, of we vernietigen je carrière voordat die goed en wel is begonnen.
Gül schermt met haar aanwezigheid bij redactievergaderingen als een wapen. Het is een onthullend inkijkje in de Nederlandse mediacratie. Men discussieert daar blijkbaar urenlang niet over de inhoud van een partijprogramma, maar over de vraag of iemand wel "mag" aanschuiven. Het is de ultieme vorm van gatekeeping. Lidewij de Vos wordt niet uitgenodigd om haar ideeën te verdedigen, maar moet eerst een ideologische zuiveringsritueel ondergaan om haar bestaansrecht te verdienen.
Het meest stuitende aan haar betoog is de openlijke dreiging met media-isolatie. Gül geeft ruiterlijk toe dat zij – en de televisieredacties waar zij aanschuift – urenlang discussiëren over de vraag of De Vos "wel uitgenodigd mag worden". Hiermee wordt de talkshowtafel verheven tot een soort morele rechtbank. Politieke legitimiteit wordt in Nederland blijkbaar niet langer verkregen via de stembus, maar via de gratie van redacteuren die fungeren als ideologische douaniers.
Wat Gül hier doet, is precies wat de Nederlandse politiek zo verstikkend maakt. Ze bakent de grenzen van het "toelaatbare" debat af. Ben je rechts? Vooruit, dat mag, mits je de denkers citeert die Gül heeft goedgekeurd. Maar durf je buiten die nauwe lijntjes te kleuren, dan word je direct besmeurd met termen als "bruine prut" en "complotwaanzin". Het is een intellectuele dwangbuis.
De constante verwijzingen naar het verleden van Forum voor Democratie dienen hier slechts één doel: het onmogelijk maken van een frisse start. Terwijl Gül claimt dat ze niet wil "fileren", is haar hele column een poging om De Vos te isoleren van haar achterban. Het is een klassieke verdeel-en-heersstrategie van de gevestigde orde: lijf de nieuwe leider in, kneed haar tot een acceptabele systeem-politicus, en de dreiging van een werkelijk alternatief geluid is geneutraliseerd.
Het meest stuitende is de paternalistische toon. De suggestie dat De Vos alleen "een paar hersencellen" heeft als ze het pad van Gül volgt, is een belediging voor de kiezer en de politicus zelf. Het laat zien dat de "bezorgde toeschouwer" Gül eigenlijk maar één ding vreest: een politicus die zich niet laat commanderen door de mores van de grachtengordel.
Als dit de manier is waarop we in Nederland politiek bedrijven—door jonge talenten te chanteren met uitsluiting in de media—dan is het niet de partij van De Vos die een probleem heeft, maar de democratie zelf.
De media presenteren zich graag als de "waakhond van de democratie", maar in de woorden van Gül klinken ze eerder als de uitsmijters van een besloten club. De boodschap aan De Vos is kristalhelder: “Speel volgens onze regels, neem afstand van je eigen partijgeschiedenis en gedraag je als een ongevaarlijke rechts-conservatief, óf we wissen je uit de publieke ruimte.”


