In de zaak tegen Gideon van Meijeren gaat het al lang niet meer alleen over artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht (opruiing).Drie zorgwekkende trends wijzen erop dat we hier niet te maken hebben met een alledaagse strafzaak, maar met een proces dat gevaarlijk dicht tegen een politieke afrekening schuurt.
Wanneer een volksvertegenwoordiger voor de rechter staat vanwege zijn woorden, trillen de fundamenten van de democratie. In de zaak tegen Gideon van Meijeren gaat het al lang niet meer alleen over artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht (opruiing). Het gaat over de vraag of de "normale regels" nog gelden voor iedereen, of dat de blinddoek van Vrouwe Justitia een gaatje heeft gekregen waar precies de juiste politieke kleur doorheen schijnt.
Drie zorgwekkende trends wijzen erop dat we hier niet te maken hebben met een alledaagse strafzaak, maar met een proces dat gevaarlijk dicht tegen een politieke afrekening schuurt.
Het begint bij de bron: de scheiding der machten. In een gezonde rechtsstaat houdt de politiek zich verre van individuele strafzaken. Toch konden toenmalig ministers Yeşilgöz en Kaag het niet laten om publiekelijk hun afschuw uit te spreken en – subtiel doch dwingend – te hinten op actie vanuit het Openbaar Ministerie.
Wanneer de politieke top van het land de koers van een vervolging probeert te beïnvloeden, vervalt de neutraliteit van het OM. Het OM is formeel ondergeschikt aan de minister van Justitie. Als diezelfde minister hardop "hoopt" op vervolging, is dat geen mening meer, maar een bevel met een strikje erom.
Dan is daar de persoon van de aanklager, Advocaat-Generaal Floris Holthuis. Van een magistraat mag je een ijzige objectiviteit verwachten. Maar wie de (inmiddels gewiste) digitale voetafdruk van Holthuis bekijkt, ziet geen neutrale handhaver van de wet. We zien een man die op X (voorheen Twitter) Amerikaans beleid "misdadig en moordzuchtig" noemt en rechtse populisten wegzet als "kleuters".
Nog stuitender is zijn eigen oproep tot "verzet en weerstand van binnenuit" in de VS. Het is de ultieme hypocrisie: Van Meijeren vervolgen voor het woord 'verzet', terwijl je zelf datzelfde woord gebruikt tegen politieke stromingen die je niet aanstaan. De schijn van vooringenomenheid is hier niet alleen aanwezig; hij is verblindend.
Het sterkste argument voor een politiek proces is echter de selectieve vervolging. Waarom staat Van Meijeren hier, terwijl uitspraken van andere politici – die soms expliciet opriepen tot uitsluiting of harde repressie tijdens de coronacrisis – met de mantel der liefde werden bedekt?
Als de wet alleen wordt toegepast op diegenen die buiten de gevestigde orde vallen, dan is de wet geen recht meer, maar een wapen. Wanneer minister Grapperhaus een tweet plaatst die volgens sommigen leidde tot haatdragende commentaren over "ongevaccineerden besproeien met Zyklon B", bleef het stil bij het OM. Die willekeur voedt het gevoel dat er twee maten zijn: één voor de 'fatsoenlijke' politiek en één voor de lastige dissident.
Een proces tegen een politicus moet boven elke twijfel verheven zijn. Door de politieke druk van bovenaf en de persoonlijke kleur van de aanklager is dat in deze zaak onmogelijk geworden. Als de regels alleen gelden wanneer het de zittende macht uitkomt, dan is de rechtszaal niet langer een tempel van rechtvaardigheid, maar een arena van politieke eliminatie.
Op 5 maart spreekt het hof; de geloofwaardigheid van de Nederlandse rechtspraak hangt aan een zijden draadje.
In vergelijking met andere Europese landen is de Nederlandse regeling rondom de bescherming van politici opvallend beperkt. Waar veel landen een stevig schild hebben om politieke processen te voorkomen, staat een Nederlands Kamerlid er buiten de muren van het parlement grotendeels alleen voor.
In Nederland is de immuniteit strikt plaatsgebonden. Artikel 71 van de Grondwet beschermt Kamerleden alleen voor wat zij binnen de muren van het parlement zeggen of schrijven. Zodra zij een voet buiten het Binnenhof zetten – bijvoorbeeld bij een boerenprotest of in een YouTube-interview – vervalt die bescherming volledig. Ze zijn dan gewone burgers voor de wet.
Frankrijk & België:
Hier kennen ze onverantwoordelijkheid (voor uitspraken als parlementariër) én onschendbaarheid. Dit laatste betekent dat een parlementariër voor daden buiten zijn functie niet zomaar vervolgd of gearresteerd kan worden zonder uitdrukkelijke toestemming van het parlement zelf. Dit is een direct middel om te voorkomen dat de regering de oppositie via het strafrecht monddood maakt.
Duitsland:
Ook hier moet de Bondsdag de immuniteit van een lid eerst officieel opheffen voordat een strafvervolging kan starten. Hoewel dit bij serieuze verdenkingen vaak gebeurt (zoals onlangs bij AfD-politici), dwingt het tot een extra politieke en publieke toetsing voordat justitie haar gang kan gaan.
Hoewel de Nederlandse wet karig is, biedt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een tegenwicht. Het Hof stelt dat de vrijheid van meningsuiting voor politici "vrijwel absoluut" is.
Politici mogen schokken, kwetsen en verontrusten. Juist omdat zij een stem geven aan een deel van het electoraat, moet de overheid extreem terughoudend zijn met strafrechtelijk ingrijpen.
De Nederlandse rechter moet nu afwegen of de uitspraken van Van Meijeren over "verzet" en "opstand" zo gevaarlijk zijn dat ze deze Europese bescherming verliezen. In veel andere landen zou deze zaak waarschijnlijk nooit bij een rechter zijn beland, omdat het parlement de vervolging als "politiek gemotiveerd" had kunnen blokkeren.
In de landen om ons heen fungeert het parlement als een filter tussen de regering (die het OM aanstuurt) en de volksvertegenwoordiger. In Nederland ontbreekt dat filter.
Omdat het OM in Nederland direct onder de minister valt en er geen onschendbaarheid is voor uitingen "buiten de zaal", is het risico op een politiek proces in Nederland groter dan in bijvoorbeeld Frankrijk of Duitsland.


