rsz de russen 1In talkshows en krantenkolommen waarschuwen oud-legerbazen Peter van Uhm en Mart de Kruif ons onvermoeibaar: "De bezetter komt."

Maar wie goed kijkt naar de cv's van deze 'onafhankelijke' duiders, ziet een patroon van belangen dat schreeuwt om een kritische blik.



In talkshows en krantenkolommen waarschuwen oud-legerbazen Peter van Uhm en Mart de Kruif ons onvermoeibaar: "De bezetter komt." Maar wie goed kijkt naar de cv's van deze 'onafhankelijke' duiders, ziet een patroon van belangen dat schreeuwt om een kritische blik.

Je hebt ze vast gezien. Aan de tafel bij Op1, in de studio van Vandaag Inside of in paginagrote interviews. Met de autoriteit van een generaal en de vaderlijke toon van een bezorgde grootvader vertellen Van Uhm en De Kruif ons dat we ons moeten voorbereiden op oorlog. De boodschap is steevast hetzelfde: de vijand staat voor de deur, we zijn te naïef geweest, en de portemonnee móét open. "Wij doen niet aan bangmakerij," zeggen ze dan.

Maar die bewering houdt stand tot je de LinkedIn-pagina’s van deze heren opent.

Neem Peter van Uhm. Terwijl hij in de media pleit voor meer miljarden naar hightech defensiesystemen, bekleedt hij in alle stilte een commissariaat bij Thales. Voor wie het niet weet: Thales is een van de grootste defensiegiganten ter wereld. Elke keer dat Van Uhm aan een talkshowtafel uitlegt dat onze radar- en luchtafweersystemen "niet meer van deze tijd zijn", spreekt hij indirect als toezichthouder van een bedrijf dat die systemen voor miljarden verkoopt.

Is dat onafhankelijk? In elke andere sector zou dit een "vlag op een modderschuit" zijn. Een arts die pleit voor een nieuw medicijn terwijl hij op de loonlijst van de fabrikant staat, wordt direct gediskwalificeerd. In de defensiewereld noemen we het 'expertise'.

Ook Mart de Kruif beweegt zich in het grijze gebied tussen publieke dienst en commercieel gewin. Als voorzitter van de Raad van Commissarissen bij voetbalclub De Graafschap en zijn diverse adviesrollen in de veiligheidssector, heeft hij een platform gecreëerd waar angst de brandstof is voor relevantie. De podcast Veldheren, waarin beide heren de oorlog in Oekraïne duiden, is een commercieel succes. Angst verkoopt. En hoe groter de dreiging die zij schetsen, hoe groter de vraag naar hun "strategisch advies" in de private sector.

Terwijl de burger wordt verteld dat hij moet bezuinigen op zorg en onderwijs, zijn de beurswaarden van bedrijven als Rheinmetall (Leopard-tanks) en Thales sinds het begin van de oorlog in Oekraïne geëxplodeerd. Rheinmetall zag haar koers in drie jaar tijd vertienvoudigen. Dit is geen toeval; dit is het resultaat van een lobby die haar gelijke niet kent.

De Kruif en Van Uhm gebruiken in interviews een slimme afleidingsmanoeuvre. Ze beweren dat "de helft van het budget naar personeel gaat" en dat "innovatieve start-ups" belangrijker zijn dan de grote industrie. Dat klinkt sympathiek, maar het is een goocheltruc. Die overige 30 tot 40 procent van de miljarden die nu extra naar Defensie vloeien, gaan namelijk nog steeds rechtstreeks naar de gevestigde wapenreuzen waar zij hun netwerk hebben.

"Wat heb je aan zorg als ziekenhuizen worden gebombardeerd?" vraagt De Kruif retorisch. Het is de ultieme dooddoener om elke discussie over budgetverschuivingen in de kiem te smoren.

Het probleem is niet dat oud-generaals een mening hebben. Het probleem is dat de media hen het podium geven zonder de kijker te herinneren aan hun commerciële rugzak. Als Van Uhm spreekt over radarcapaciteit, moet er in beeld staan: 'Commissaris bij Thales (wapenfabrikant)'. Pas dan kan de burger de waarde van zijn "waarschuwing" echt inschatten.

De volgende keer dat je een oud-legerbaas op tv ziet praten over een naderende bezetting, vraag jezelf dan af: is dit een waarschuwing voor mijn veiligheid, of een verkooppraatje voor de volgende miljardenorder?

De grens tussen die twee is inmiddels flinterdun.