Terwijl de technologische vooruitgang ons efficiëntie beloofde, is het overheidsapparaat groter, logger en duurder dan ooit.Tussen 2016 en 2024 alleen al kwamen er zo'n 100.000 banen bij de overheid bij.
Wie de geschiedenis van de afgelopen vijftien jaar bekijkt, ziet een opvallende paradox. Terwijl de technologische vooruitgang ons efficiëntie beloofde, is het overheidsapparaat groter, logger en duurder dan ooit.
Is dit een onbedoeld neveneffect van complexe tijden, of kijken we naar de bewuste blauwdruk van een moderne '1984-staat'?
In 2010 spraken we nog over een 'slanke overheid'. Vandaag de dag is dat een verre herinnering. Met meer dan een miljoen werknemers in de publieke sector is de overheid de grootste werkgever van het land geworden.
Vooral bij de Rijksoverheid (+26%) en gemeenten ging het hard.
Inmiddels werken er ruim 1,1 miljoen mensen (vte) in de publieke sector. In 2024 gaf de overheid ruim €97 miljard uit aan alleen al de beloning van haar eigen werknemers. Dat is bijna een vijfde van alle overheidsuitgaven.
Maar wat doen al deze mensen?
Ze beheren de complexiteit die de overheid zelf heeft gecreëerd.
Voor elk maatschappelijk probleem wordt een nieuwe laag regels, een extra toezichthouder of een digitaal controlesysteem opgetuigd.
Dit is de wet van de bureaucratische zelfinstandhouding: een systeem dat groeit, heeft meer mensen nodig om de groei te managen, wat weer leidt tot meer regels die gefinancierd moeten worden door de burger.
George Orwell waarschuwde in zijn meesterwerk 1984 niet voor een overheid die simpelweg 'veel mensen' in dienst heeft, maar voor een overheid die totale controle ambieert. Wanneer we naar de huidige ontwikkelingen kijken, vertonen de contouren griezelige gelijkenissen:
Onder het mom van het bestrijden van criminaliteit en witwassen, kruipt de overheid steeds dieper in de bankrekening van de burger.
Contant geld wordt gedemoniseerd, terwijl digitale valuta (CBDC’s) de weg vrijmaken voor een overheid die met één druk op de knop je koopkracht kan sturen of beperken.
De meest effectieve manier om een staat uit te breiden, is door te regeren via angst. Of het nu gaat om klimaat, pandemieën of stikstof; elke crisis wordt aangegrepen om de individuele vrijheid in te perken en de centrale macht te vergroten.
De overheid weet in 2026 meer van je dan ooit tevoren. Je verplaatsingen, je energieverbruik, je meningen op sociale media – alles wordt gekwantificeerd.
Om dit gigantische, toezichthoudende apparaat te bekostigen, is een constante stroom kapitaal nodig. Dit verklaart de "krankzinnige belastingen" waar de burger mee geconfronteerd wordt.
De overheid herverdeelt niet alleen rijkdom; ze onttrekt rijkdom aan de werkende klasse om een systeem te voeden dat diezelfde klasse steeds nauwer in de gaten houdt.
Wanneer een overheid meer uitgeeft aan controle en beleid dan aan tastbare diensten voor de burger, is ze niet langer een dienaar van het volk, maar een instituut dat zichzelf tot doel heeft gesteld.
De uitdijende overheid is geen toeval.
Het is het logische gevolg van een systeem dat vertrouwen heeft vervangen door controle. De burger wordt financieel uitgekleed om de touwen te betalen waarmee hij vervolgens wordt vastgebonden.
De vraag is niet langer wanneer de grens wordt bereikt, maar of de burger nog de kracht heeft om "tot hier en niet verder" te zeggen tegen een Leviathan die nooit genoeg heeft.
Leviathan is eenoeroud, angstaanjagend zeemonster uit de Hebreeuwse Bijbel en mythologie uit het Nabije Oosten, vaak afgebeeld als een draak of slang die chaos symboliseert. Het staat bekend als een symbool voor enorme macht en is tevens de titel van Thomas Hobbes' invloedrijke politieke werk uit 1651, waarin de staat als een absolute macht wordt geschetst.


