Er wordt op dit moment volop geprotesteerd door mensen die geen AZC in hun achtertuin willen, maar er is nog iets dat dringend onze aandacht nodig heeft.En dat zijn de grote waterslurpende datacentra die nu overal verschijnen, de broodnodige infrastructuur voor onze geplande digitale gevangenis.
Terwijl we als samenleving worden afgeleid door verhitte discussies over migratie en AZC’s, verrijzen er in de luwte van onze polders gigantische, raamloze kolossen.
Deze datacenters worden verkocht als de 'ruggengraat van de vooruitgang', maar wie beter kijkt, ziet iets veel grimmiger: de fysieke infrastructuur van een digitale gevangenis die ook nog eens onze meest vitale levensbron, water, opslokt.
Het is de ultieme tegenstrijdigheid. Aan de ene kant waarschuwen overheden voor dreigende watertekorten. Burgers moeten korter douchen, boeren mogen hun land niet meer sproeien en de natuur verdroogt.
Aan de andere kant rollen we de rode loper uit voor tech-reuzen die miljoenen liters drinkwater per dag door hun koelsystemen jagen om hun servers ijskoud te houden.
Het is een wrange ruilhandel: wij geven ons kostbare water weg, en wat krijgen we ervoor terug? Geen werkgelegenheid (een datacenter wordt beheerd door een handjevol technici), geen lokale welvaart, maar enkel hitte en een horizon vol beton.
Datacenters zijn de horror-architectuur van de 21e eeuw. Het zijn grijze dozen zonder ramen. Ze hebben geen deurbel, geen gezicht en leggen aan niemand verantwoording af. Ze zijn ontworpen om de buitenwereld buiten te sluiten, terwijl ze diezelfde buitenwereld ondertussen digitaal volledig binnenhalen.
Waarom protesteren we hier niet massaal tegen?
Omdat een gebouw geen emotie oproept. We kunnen ons boos maken op een groep mensen bij een AZC, maar we weten ons geen raad met een anonieme bunker van Big Tech.
Toch is de impact van die bunker op onze toekomst vele malen groter. Terwijl we ruziën bij de voordeur, wordt de achterdeur van onze vrijheid door algoritmes uit de sponningen gelopen.
Die datacenters staan er niet voor jouw vakantiefoto’s. Ze vormen de rekenkracht achter de wereld die voor ons gepland is:
Elke beweging, elke betaling en elke interactie wordt geregistreerd en verwerkt in deze bunkers.
We bezitten niets meer. Onze muziek, onze boeken, onze administratie en ons geld staan 'in de cloud'. Wie de cloud beheert, beheert jouw toegang tot het leven.
In een maatschappij die volledig draait op de servers in die grijze dozen, kan een overheid of een tech-gigant met één druk op de knop je 'sociale krediet' verlagen of je toegang tot de maatschappij ontzeggen.
Het meest pijnlijke is dat we deze ontwikkeling zelf faciliteren. Onze overheden geven subsidies, belastingvoordelen en prioriteit op het stroom- en waternet aan bedrijven die de muren van onze toekomstige gevangenis bouwen.
We offeren de fysieke voorwaarden voor leven (water en ruimte) op aan een systeem dat bedoeld is om ons te controleren.
Het is tijd dat we de aandacht verleggen. Een AZC is een sociaal vraagstuk, maar een datacenter is een existentieel vraagstuk. Willen we leven in een landschap dat gedomineerd wordt door raamloze vestingen die ons water opdrinken om onze data te bewaken?
Als we de "Hunger Games"-toekomst willen voorkomen, moeten we stoppen met het voeden van de machine.
De eerste stap is erkennen dat die grijze dozen geen teken van vooruitgang zijn, maar de tralies van een kooi die we zelf aan het bekostigen zijn.
Het is tijd om de kraan dicht te draaien – in alle opzichten.


