rsz slapen in het grasAls er vier mensen in het gras moeten slapen in Ter Apel, is het land te klein. Dan heet het een ‘humanitaire crisis’ en rollen de morele oordelen over tafel.

 Maar loop een willekeurige opvanglocatie van het Leger des Heils binnen, of kijk achter de voordeur van gezinnen die van bank naar bank hoppen, en het blijft oorverdovend stil.



Het is een beproefd recept in het Nederlandse debat: de camera’s draaien, de talkshowtafels stromen vol en de politiek schreeuwt moord en brand zodra de asielopvang vastloopt. Als er vier mensen in het gras moeten slapen in Ter Apel, is het land te klein. Dan heet het een ‘humanitaire crisis’ en rollen de morele oordelen over tafel. Maar loop een willekeurige opvanglocatie van het Leger des Heils binnen, of kijk achter de voordeur van gezinnen die van bank naar bank hoppen, en het blijft oorverdovend stil.

Welkom in Nederland, waar de ene dakloze de voorpagina haalt en de andere niet eens in de statistieken voorkomt.

De statistische verdwijntruc

De officiële cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) spreken over zo’n 33.000 dakloze mensen. Een schokkend aantal voor een van de rijkste landen ter wereld, maar het werkelijke drama zit in wat het CBS niet meet.

De officiële definitie kijkt namelijk alleen naar volwassenen. De duizenden kinderen die met hun ouders op straat staan, in tijdelijke vakantieparken bivakkeren of noodgedwongen bij kennissen op een matras slapen? Die bestaan op papier simpelweg niet.

Het is een bureaucratische verdwijntruc die de politiek wel heel goed uitkomt. Want wat je niet telt, hoef je immers ook niet op te lossen.

Opgroeien in de overlevingsstand
 

Terwijl Den Haag debatteert over instroombeperkingen en noodwetten, groeit er in Nederland een generatie op in de overlevingsstand. Kinderen die niet weten of ze volgende maand nog op dezelfde school zitten. Kinderen die hun huiswerk moeten maken in de hectiek van een crisisopvang, tussen de spanningen van tientallen andere gestreste volwassenen.

De impact hiervan is destructief. Het chronische gebrek aan een veilige basis vreet aan de mentale gezondheid van een kind. Het zorgt voor leerachterstanden, diepe onzekerheid en een achterstand die ze de rest van hun leven meedragen. Dit zijn geen incidenten; dit is structurele verwaarlozing onder de vlag van de Nederlandse woningnood.

Selectieve moraal

Waarom ontbreekt bij deze groep de politieke urgentie? Het antwoord is even pijnlijk als cynisch: dakloze Nederlandse gezinnen leveren geen electoraal gewin op. De asielcrisis is een politiek wapen geworden waarmee partijen over links en rechts stemmen kunnen winnen of verliezen. Het is een acuut, zichtbaar conflict.

Binnenlandse dakloosheid is daarentegen een 'stille' crisis. Het is het faillissement van decennia aan woonbeleid, verpakt in de schaamte van de mensen die het treft.

Gezinnen die dakloos worden, trekken niet massaal met spandoeken naar het Binnenhof; die trekken zich uit schaamte terug uit de samenleving. Ze cijferen zichzelf weg, tot ze onzichtbaar worden voor de politiek en de media.

Het failliet van de prioriteiten

Het is de hoogste tijd dat we de schizofrenie in ons overheidsbeleid blootleggen. Een land dat claimt te strijden voor mensenrechten en kinderwelzijn, kan niet wegkijken bij de crisis in de eigen achtertuin. De woningnood raakt iedereen, maar de zwaksten betalen de hoogste prijs.

Als we als samenleving hysterisch kunnen worden over vier asielzoekers in het gras, waarom accepteren we dan dat duizenden kinderen in dit land maanden—soms jaren—moeten wachten op een stabiel dak boven hun hoofd?

Het is geen kwestie van onmacht, het is een kwestie van prioriteiten. En op dit moment zijn die prioriteiten compleet krankzinnig.