rsz boze bevolkingStel je voor: er wordt bij je ingebroken. De politie heeft de dader in de smiezen en ziet dat hij een tas bij zich heeft die mogelijk vol zit met gestolen spullen, of erger: wapens.

Maar de agenten weigeren de tas te openen. "Sorry," zeggen ze met een spijtig gezicht, "de verdachte heeft geen expliciete, schriftelijke toestemming gegeven om in zijn tas te kijken. Zijn privacy gaat voor. We laten hem gaan."

Je zou denken dat je in een aflevering van een slechte satirische comedyserie bent beland. Maar dit is geen satire. Dit is vanaf medio juni de keiharde realiteit in Ter Apel en de rest van Nederland.

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de vreemdelingenpolitie stoppen met het controleren van de telefoons en laptops van nieuwe asielzoekers.

Waarom? Omdat de 'wettelijke grondslag' ontbreekt.

De overheid vroeg asielzoekers de afgelopen tijd om 'toestemming' om hun telefoon in te kijken, maar de Inspectie Justitie en Veiligheid heeft daar nu een streep door gezet.

Een asielzoeker bevindt zich in een afhankelijkheidsrelatie, dus van 'vrije toestemming' is juridisch geen sprake.

En wat doet de overheid in een land dat zijn grip op migratie al compleet kwijt is?

Die trekt de ruitenwissers omhoog terwijl het stortregent.

In plaats van dat er met absolute noodspoed een wet doorheen wordt gedrukt om deze vitale controle te behouden, capituleert de overheid voor haar eigen bureaucratie.

De boodschap naar de samenleving is ijskoud: we weten dat het onveilig is, we weten dat we een blinde vlek creëren, maar de regeltjes zeggen dat we moeten stoppen. Dus we stoppen.

Laten we wel wezen: een smartphone is tegenwoordig geen luxeartikel, het is iemands digitale identiteit.

Op die telefoons staan de echte reisroutes, de echte namen, de contacten met mensensmokkelaars en de ware achtergrond van de mensen die hier asiel aanvragen.

Maar de Inspectie waarschuwt voor nog iets veel ergers: op deze gegevensdragers staan regelmatig signalen die de nationale veiligheid raken.

Foto's van wapenbezit. Beelden van extreem, islamitisch geweld. Sympathisanten van terreurgroepen.

Door de telefoons nu ongezien te laten, kiest de Nederlandse overheid er bewust voor om oogkleppen op te zetten.

We laten duizenden mensen binnen van wie we de documenten niet kunnen controleren, de reisroute niet weten, én van wie we de digitale bagage niet eens méér mogen inzien. We tasten volledig in het duister.

Ondertussen dondert de wereld om ons heen door. De spanningen in Europa lopen op en de geweldsincidenten stapelen zich op.

Vorige week nog werd Groot-Brittannië opgeschrikt door een huiveringwekkende poging tot moord in Belfast, waarbij een man probeerde een ander te onthoofden.

De dader? Een migrant van Afrikaanse afkomst. De Britse premier Keir Starmer sprak van een "misselijkmakende" daad.

Het is de angst die miljoenen Europeanen inmiddels delen: moeten we in Nederland werkelijk wachten tot dit soort middeleeuwse wreedheden op onze eigen straathoeken plaatsvinden voordat de politiek wakker wordt?

Moet er eerst bloed vloeien in een Nederlandse winkelstraat voordat men in Den Haag begrijpt dat de veiligheid van de eigen burger áltijd, maar dan ook áltijd, boven de privacy van een ongedocumenteerde vreemdeling hoort te staan?

Een overheid heeft één kerntaak die boven alle andere wetten en verdragen uitstijgt: het beschermen van haar eigen grondgebied en haar eigen bevolking. Een land dat niet eens meer durft vast te stellen wie er over de drempel stapt, heeft de controle opgegeven.

Als een minister in maart belooft dat er een wet komt, en die wet is er in juni nog niet, dan is dat geen 'complex wetgevingstraject'.

Dan is dat een beschamend gebrek aan urgentie. Het argument dat wetgeving nou eenmaal tijd kost, is een gotspe.

Toen de coronacrisis uitbrak, konden ingrijpende noodwetten binnen enkele dagen worden opgesteld en aangenomen.

Waarom kan dat niet als het gaat om het screenen van potentiële terroristen of oorlogsmisdadigers aan onze grens?

Dit is de waanzin van de moderne bureaucratie: we hebben onszelf zo vastgeknoopt in internationale verdragen, privacywetten en juridische procedures dat we de deuren openzetten voor het gevaar en onszelf de handen op de rug binden om er iets tegen te doen.

Het is niet alleen krankzinnig; het is een historisch plichtsverzuim van de overheid naar haar eigen burgers.

Je stopt niet met controleren. Je maakt die wet. En je doet het nu.