Terwijl de zomer nog moet beginnen, klinken er al serieuze waarschuwingen voor de komende winter.De Nederlandse gasbergingen worden veel te langzaam bijgevuld en staan op historisch lage niveaus.
Met het Groningse gasveld definitief afgesloten en aanhoudende vijandelijkheden in het Midden-Oosten die de internationale energievoorziening ontregelen, dreigt een nieuw energiedrama.
Huishoudens en bedrijven staan voor fors hogere energierekeningen, terwijl de bredere economie te maken krijgt met opwaartse druk op de inflatie. Een eind aan de geopolitieke spanningen is vooralsnog niet in zicht.
Volgens Gasunie, het staatsbedrijf verantwoordelijk voor het gastransport, ligt de vulling van de Nederlandse gasbergingen nu rond de 19 procent – ver onder het vereiste niveau van minstens 80 procent voor het stookseizoen in oktober.
Dit is aanzienlijk lager dan het Europese gemiddelde en lager dan in voorgaande jaren. Bergingen zoals Norg en Grijpskerk zijn nagenoeg leeg, terwijl Nederland jaarlijks zo’n 30 miljard kubieke meter gas verbruikt.
De afgelopen winter werd al bijna een ramp. Met voorraden die op sommige momenten onder de 5 procent zakten, hing de energievoorziening aan een zijden draadje.
Nu herhaalt het patroon zich, maar onder nog ongunstigere omstandigheden. Nederland is voor circa 80 procent afhankelijk van geïmporteerd gas, vooral LNG uit het buitenland, sinds de sluiting van het Groningse veld.
Minister Stientje van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei) werkt aan een strategie, maar concrete besluiten laten op zich wachten tot na Prinsjesdag.
Gasunie-directeur Hans Coenen roept op tot meer urgentie: “Oplossingen voor de vulling en een eventuele strategische voorraad gaan nu niet snel genoeg.” Het kabinet rekent op de vrije markt, maar die aarzelt.
Door de huidige hoge gasprijzen (rond de 49,60 euro per megawattuur) is het voor handelaren niet aantrekkelijk om in te kopen voor de winter.
De geopolitieke context maakt de situatie extra riskant. Conflicten in het Midden-Oosten, waaronder escalaties rond Iran, verstoren de toevoer van LNG en drijven olie- en gasprijzen op.
Aanvallen op infrastructuur en problemen rond cruciale vaarroutes zoals de Straat van Hormuz zorgen voor schaarste. Analisten waarschuwen dat een langdurige blokkade de Europese gasprijzen fors kan laten stijgen.
Zolang de vijandelijkheden aanhouden – en daar lijkt voorlopig geen oplossing in zicht – blijft de internationale energiemarkt kwetsbaar.
Noorwegen, Australië en de VS zijn belangrijke leveranciers, maar ook daar kunnen sabotages of verminderde productie toeslaan.
Nederland is extra kwetsbaar omdat gascentrales niet alleen in de winter volle bak draaien, maar ook bij zomerse pieken in stroomvraag (airco’s, elektrische auto’s) moeten bijspringen wanneer zon en wind tekortschieten.
Een tekort aan gas in de bergingen leidt onvermijdelijk tot hogere spotprijzen op de markt. Die kosten worden doorberekend aan huishoudens en bedrijven. Energiecoöperaties en netbeheerders waarschuwen al voor hogere rekeningen. Maar het effect gaat verder dan de energierekening alleen.
Hogere energieprijzen werken door in de gehele economie: transport, voedselproductie, kunstmest, industrie – vrijwel alles wordt duurder.
Economen van Rabobank en anderen schatten dat aanhoudende energieprijsstijgingen door het Midden-Oosten-conflict de inflatie in 2026 kunnen opdrijven naar rond de 2,7 procent of hoger, afhankelijk van hoe lang de schok aanhoudt.
Dit is een klassiek recept voor gierende inflatie: kostenstijgingen die zich verspreiden door de keten, met mogelijk tweede-ronde-effecten via loon-prijsspiralen. Bedrijven die hun marges zien verdampen, zullen prijzen verhogen of productie terugschroeven.
Consumenten houden minder over aan het eind van de maand, wat de vraag dempt maar de prijsdruk niet direct vermindert.
Experts zoals Martien Visser (Hanzehogeschool Groningen) en René Peters (TNO) pleiten voor directe actie: nu bijvullen, desnoods met staatssteun via EBN, en serieus werk maken van een strategische noodvoorraad.
Wachten tot de markt vanzelf handelt, is riskant gokken. “De prijsgevolgen van te lege bergingen aan het begin van de winter zijn veel groter,” aldus Visser.
Het dilemma voor Den Haag is duidelijk: snel handelen kost nu tientallen tot honderden miljoenen, maar niets doen kan veel duurder uitpakken – zowel financieel als maatschappelijk.
Met het Groningse veld permanent afgesloten (met beton) en een volatiele wereld, is energiezekerheid geen luxe meer, maar bittere noodzaak.
Nederland staat voor een koude douche als de winter komt. Zonder versnelde vulling en een realistische aanpak van de geopolitieke risico’s dreigt niet alleen een tekort aan gas, maar ook een nieuwe golf van inflatie die de portemonnee van iedere Nederlander raakt.


