rsz drones boven vliegveldenVolgens de gerenommeerde denktank International Institute for Strategic Studies (IISS) voert Rusland al achttien maanden een gecoördineerde dronecampagne uit boven Europese militaire bases, nucleaire installaties en kritieke infrastructuur.

De vermeende smoking gun? Schepen uit de beruchte Russische schaduwvloot, die zouden fungeren als mobiele lanceerplatforms op zee.

Internationale media zoals The Guardian en The Telegraph namen de conclusies gretig over. In totaal zouden 144 drone-incidenten in dertien Europese landen direct gelieerd zijn aan deze Russische inlichtingenoperatie. De implicaties zijn geopolitiek explosief. Juist daarom is een nuchtere, kritische blik op de feiten hard nodig. Wie dieper in de materie duikt, stuit namelijk al snel op een fundamenteler probleem: het harde bewijs ontbreekt.

De kern van het IISS-rapport rust op één specifieke methodologie: patroonherkenning.

De auteurs legden databestanden naast elkaar en zagen een terugkerend patroon: op momenten dat er ergens in Europa drones werden gemeld, voeren er Russische (of aan Rusland gelieerde) koopvaardijschepen voor de kust.

De conclusie van het IISS?

Het is “zeer waarschijnlijk” dat deze schepen als basis dienden.

Maar in de wetenschap en de rechtspraak geldt een gouden regel: correlatie is geen causatie. Nabijheid alleen is geen bewijs voor een oorzakelijk verband.

Het rapport presenteert volgens Dronewatch

Geen fysiek bewijs dat een specifieke drone aan een specifiek schip koppelt. 

Geen waargenomen of gefilmde lanceringen vanaf zee.   

Geen onderschepte besturingssignalen, telemetrie- of forensische data.   

Geen geborgen wrakstukken die naar de schaduwvloot wijzen.

    Sterker nog, in verschillende casussen worden meerdere schepen tegelijk als 'mogelijke' dader aangewezen, waarvan sommige zich op meer dan honderd kilometer afstand van de waarneming bevonden. Het IISS levert hiermee een interessante hypothese op basis van open bronnen, maar beslist geen technisch-forensisch bewijs.

    Het is niet voor het eerst dat analyses over Europese 'drone-infiltraties' rammelen. Eerder onderzoek van Dronewatch en dagblad Trouw, waarbij 61 opvallende Europese dronewaarnemingen minutieus werden gereconstrueerd, liet al zien hoe snel de psychologie van de massa bezitneemt van de feiten.

    Veel vermeende spionagedrones bleken na reconstructie (op basis van vluchtgegevens en officiële rapporten) simpelweg reguliere vliegtuigen, helikopters, planeten of sterren te zijn. De weinige échte Russische militaire drones die in Europa zijn aangetroffen, stortten neer of raakten uit koers in landen die direct aan Oekraïne of Rusland grenzen – een totaal ander scenario dan de onbevestigde spookmeldingen in West-Europa.

    Opmerkelijk is hoe het IISS met deze tegenargumenten omgaat. De denktank erkent het onderzoek van Dronewatch en Trouw, maar stelt vervolgens dat het ontbreken van bewijs juist aantoont hoe succesvol de Russische campagne is in het zaaien van verwarring. Dit is een klassieke cirkelredenering: als er bewijs is, is het Rusland; als er géén bewijs is, is het een succesvolle geheime operatie van Rusland. Daarmee wordt de hypothese onfeilbaar en bij voorbaat onweerlegbaar gemaakt.

    Dat veel Europese autoriteiten hun conclusies inmiddels fors hebben afgezwakt, wordt in het IISS-rapport grotendeels genegeerd. Een blik op de belangrijkste incidenten die de afgelopen tijd werden ontkracht:

    • Verenigd Koninkrijk (RAF Lakenheath): De veelbesproken dronevluchten bleken na reconstructie te herleiden tot een Amerikaanse F-15-gevechtsjager die voor een drone werd aangezien. Het eerste alarm kwam bovendien van een burger die online geruchten volgde, niet van de vliegbasis zelf. De basis beschikte over geavanceerde antidronedetectie, maar registreerde niks.

    • België: Meldingen van vijandige drones bleken achteraf te verklaren door reguliere politiehelikopters, commercieel vliegverkeer en astronomische objecten. Noch de politie, noch Defensie vond hard bewijs.

    • Nederland (Volkel & Eindhoven): Minister van Defensie Ruben Brekelmans en staatssecretaris Gijs Tuinman bevestigden dat het hier ging om kleine, commerciële hobbydrones. Dergelijke multirotors hebben simpelweg niet de accucapaciteit om honderden kilometers vanaf de Noordzee naar het binnenland te vliegen. Bovendien waren de meldingen puur visueel; de Nederlandse IRIS-droneradars waren op dat moment uitgeleend aan Oekraïne.

    • Denemarken en Noorwegen: Na maandenlang onderzoek concludeerden de Deense autoriteiten dat er geen enkel bewijs was voor illegale dronevluchten rond Kopenhagen Airport. Tijdens een persconferentie op 19 juni werd expliciet gemeld dat geen van de onderzochte schepen uit de Russische schaduwvloot gekoppeld kon worden aan de meldingen.

    • Italië: Bij het Joint Research Centre van de Europese Commissie sloeg een antidronesysteem alarm vanwege een vermeende Russische Zala 421-drone. Na maanden van strafrechtelijk onderzoek bleek de boosdoener een defecte gsm-signaalversterker te zijn die het detectiesysteem in de war bracht. Er had nooit iets gevlogen.

    Ook technisch rammelt de theorie van het IISS aan alle kanten. Het rapport suggereert dat Rusland militaire verkenningsdrones zoals de Orlan-10 inzet. Dit zijn geen geruisloze consumentenquadcopters, maar relatief grote fixed-wing toestellen met een ronkende verbrandingsmotor.

    Een Orlan-10 produceert veel lawaai, heeft een significante warmtesignatuur en vliegt bij militaire operaties uiteraard zonder navigatieverlichting. Waarom melden burgers in heel Europa dan massaal "knipperende lichtjes in de nacht"? Knipperlichten wijzen op reguliere burgerluchtvaart, niet op een clandestiene Russische spionageoperatie.

    Bovendien roept het operationele nut grote vragen op. Waarom zou Rusland het enorme risico nemen om drones te lanceren vanaf inspectiegevoelige schepen in internationale wateren om nucleaire bases te fotograferen? Moderne inlichtingendiensten beschikken al decennia over hoogwaardige satellietbeelden, signal intelligence (SIGINT), cyberoperaties en openbare open-source vluchtdata (OSINT). Het IISS maakt niet duidelijk welke unieke inlichtingenwaarde herhaalde, opvallende nachtvluchten zouden toevoegen die dit operationele risico rechtvaardigen.

    Niemand betwist dat Rusland in de huidige geopolitieke realiteit inlichtingen verzamelt in Europa. Maar buitengewone claims vereisen buitengewoon sterk bewijs. Ondanks talloze inspecties en enteringen van verdachte schaduwvloot-schepen is er nog nooit één lanceerinstallatie, drone-besturingssysteem of operationele militaire drone aan boord aangetroffen.

    Het IISS vraagt de internationale gemeenschap om een verstrekkende conclusie te accepteren die louter is gebaseerd op circumstantial evidence en toevalligheden. Totdat er daadwerkelijk een smoking gun op tafel ligt, is er vooralsnog vooral sprake van een gecoördineerde golf van dronepaniek, in plaats van een gecoördineerde Russische dronecampagne.