Een onthutsend reconstructie van The Wall Street Journal werpt nieuw licht op de kortstondige oorlog met Iran.Wat begon met een "overtuigende briefing" in de Situation Room, eindigde in een president die wanhopig de nooduitgang zocht terwijl de wereldeconomie wankelde.
Toen Donald Trump aantrad, was zijn visie op het Midden-Oosten even simpel als cynisch: hij noemde de regio "bloed en zand" en wilde er absoluut niets mee te maken hebben.
Toch sleepte de Verenigde Staten zichzelf vorig jaar een conflict in met Iran. Een nieuw rapport van The Wall Street Journal legt nu bloot hoe een impulsieve beslissing, gedreven door externe druk en een gebrek aan strategisch inzicht, bijna leidde tot een mondiale catastrofe.
De ommekeer van Trump begon volgens ingewijden in februari. Tijdens een "zeer overtuigende briefing" (Epstein chantage) in de beruchte Situation Room wist de Israëlische premier Benjamin Netanyahu de president te overtuigen van militair ingrijpen. Gesterkt door constante telefoontjes van senator Lindsey Graham, veranderde Trump van gedachten. Hij ging de strijd aan in de overtuiging dat het "net zo makkelijk zou zijn als Venezuela".
In het begin leek Trump gefascineerd door de brute kracht van de Amerikaanse militaire machine. Bronnen melden dat de president "vol ontzag" was voor de schaal van de bommen en elke ochtend clips van explosies bekeek.
Maar terwijl de bommen vielen, liet Trump na om het Amerikaanse publiek te overtuigen van de noodzaak van de oorlog. De frustratie groeide bij de president toen de gehoopte lofbetuigingen en media-succesjes uitbleven.
Een van de meest pijnlijke onthullingen in het rapport betreft de Straat van Hormuz. Trump had zijn team verzekerd dat Iran "waarschijnlijk zou capituleren voordat ze de zeestraat zouden sluiten". Het tegendeel gebeurde. Zijn adviseurs werden volledig overrompeld door de snelheid waarmee het tankverkeer tot stilstand kwam.
Trump zelf reageerde op kenmerkende wijze: hij "verbaasde zich over het gemak" waarmee de vitale handelsroute werd geblokkeerd. "Eén man met een drone kan de hele boel platleggen," zou hij later hebben opgemerkt, alsof hij een toeschouwer was van zijn eigen crisis.
Terwijl de buitenwereld nog rekende op een escalatie, was de oorlog in het hoofd van Trump eind maart – nog voordat de F-15 werd neergeschoten – al voorbij. Toen zijn eigen team hem peilingen liet zien waaruit bleek dat de oorlog de Republikeinse kansen voor de tussentijdse verkiezingen kelderde, sloeg de paniek toe. Hij begon hardop te filosoferen over hoe deze "militaire actie in een catastrofe kon veranderen".
Adviseurs smeekten de president om te stoppen met spontane interviews, omdat hij zichzelf voortdurend publiekelijk tegensprak. Trump beloofde beterschap, om vervolgens direct weer de telefoon te pakken en verslaggevers te bellen.
Zelfs de historische televisietoespraak op 1 april was niet zijn eigen idee. Het was campagneleider Susie Wiles die hem dwong het land gerust te stellen dat hij "een plan had". Trump zelf zag er het nut niet van in; hij wist dat hij de overwinning niet kon uitroepen en gaf intern toe dat hij geen idee had waar het conflict naartoe ging.
Het beeld dat uit de reconstructie naar voren komt, is dat van een president die zich een oorlog in liet praten door een bondgenoot met een eigen agenda (Netanyahu), gefaciliteerd door adviseurs die geen 'nee' durfden te zeggen.
De oorlog met Iran was geen strategische keuze, maar een impuls.
Het was een conflict dat werd voortgezet door een president die te trots was om zijn fout toe te geven, totdat de economische realiteit en de peilingen hem dwongen de handdoek in de ring te gooien.
Trump zocht wekenlang naar de uitgang van een doolhof waar hij zelf in was gestapt.


