rsz eu totalitaire staatHet begint er steeds meer op te lijken dat onze zelfbenoemde Overlords in Brussel volkomen de weg kwijt zijn. 

Het leger moet aan de laadpaal en zelf klagen ze steen en been omdat de reis naar Brussel in hun elektrische dienstauto zo lang duurt. 


Brussel lijkt in toenemende mate te zijn veranderd in een fabriek van onrealistische plannen, losgezongen van de dagelijkse praktijk van de Europese burger.

Het voorstel van EU-commissarissen (waaronder Wopke Hoekstra) om de defensieketen te elektrificeren en versneld over te stappen op synthetische brandstoffen om minder afhankelijk te worden van buitenlandse energie, legt een dieperliggend probleem bloot.

Men presenteert 'groene' utopieën als acute oplossingen voor geopolitieke crises, terwijl de basisinfrastructuur in lidstaten zoals Nederland de huidige ambities al niet eens kan dragen.

Het idee om defensie te elektrificeren is in theorie nobel, maar in de praktijk grenst het aan absurditeit. Terwijl Defensie moet focussen op operationele inzetbaarheid en slagkracht in een onveilige wereld, wordt er gesproken over batterijen voor zwaar materieel.

Dit staat in schril contrast met de realiteit in Nederland, waar het stroomnet kampt met acute netcongestie. Bedrijven krijgen geen aansluiting meer, huizenbouw vertraagt en de burger wordt gevraagd te minderen. Dat Brussel in deze context pleit voor méér grootschalige elektrificatie, getuigt van een forse dosis tunnelvisie.

Niets illustreert de Brusselse realiteitskloof beter dan het bericht dat EU-commissarissen via Politico klaagden over de lange laadtijden van hun eigen luxe elektrische dienstwagens. Als de topambtenaren met de modernste infrastructuur in het hart van de macht al vastlopen bij de laadpaal, hoe realistisch zijn de dwingende deadlines die zij de rest van het continent opleggen?

Wat ooit begon als de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal – een nuchter, economisch samenwerkingsverband om vrede en welvaart te borgen – is uitgegroeid tot een bestuursapparaat met een drang naar totale regulering.

De frustratie hierover beperkt zich niet tot het energiebeleid:

  • Regeldruk voor het mkb en de agrarische sector: Ondernemers en boeren verdrinken in een papierwinkel van Brusselse richtlijnen (zoals de CSRD-duurzaamheidsrapportages en complexe natuurdoelen). Dit verstikt het innovatievermogen en de concurrentiepositie van Europa ten opzichte van de VS en Azië.

  • De 'One Size Fits All'-aanpak: Beleid wordt gemaakt voor 27 unieke lidstaten alsof het één homogene regio betreft. Wat werkt in de Zuid-Europese zon, werkt niet per se op het overbelaste netwerk van de West-Europese delta.

  • Keizerlijke allures: Het EU-apparaat kost miljarden per jaar. Het maandelijkse verhuiscircus tussen Brussel en Straatsburg is al decennia het symbool van geldverkwisting waar maar geen einde aan komt, ondanks herhaaldelijke protesten van burgers en nationale parlementen.

De kritiek op Brussel is al lang niet meer voorbehouden aan eurosceptici in de marge; het is een breed gedragen onbehagen over het verlies van nuchterheid. Europa is op zijn best wanneer het barrières wegneemt, de interne markt beschermt en gezamenlijk optreedt waar dat echt toegevoegde waarde heeft (zoals bij grensoverschrijdende criminaliteit of geopolitieke handelsblokken).

Wanneer de EU zich echter gaat bemoeien met de brandstof van legertanks, de details van de energiemix van lidstaten en het micromanagen van de economie via onhaalbare klimaatdoelen, verliest het zijn legitimiteit.

Aangezien een Nexit op dit moment een utopie lijkt is het tijd dat Brussel de ivoren toren verlaat en terugkeert naar de basis: een sobere, ondersteunende samenwerking die de burger dient, in plaats van een bemoeizuchtig instituut dat de burger voorschrijft hoe te leven.