We weten dat er mensen zijn die in contact zijn geweest met buitenaardsen. Er zijn er echter weinigen die een jaar lang te gast zijn geweest op een buitenaardse basis.
Degene die dit overkwam moest beloven om 40 jaar lang zijn mond te houden. Het verhaal van Robert, een boer uit Frankrijk.
Voor diegenen die deel I hebben gemist, klik hier, voor deel II, klik hier.
De gids vroeg mij: “Ik zou graag willen dat je met ons meegaat naar een grot in India. Het is er helemaal voorbereid met alle benodigdheden en het is comfortabel; er is daar alles wat je nodig hebt. Op de dag dat wij jou vertellen dat het zover is, volg je ons gewoon, je neemt niets mee, alleen je kleren. Die dag loop je naar het einde van het veld op de tijd die wij je vertellen en wij doen de rest”. Ik gaf niet onmiddellijk antwoord, maar hij kwam later weer terug.
In de periode vanaf oktober 1968 tot het moment dat ik wegging in januari 1969, kwamen ze nogal vaak terug. Wat ik er van dacht? Waarom niet? Waarom zou ik niet gaan? Ik dacht dat ik misschien wel dood zou gaan. Ik had geen vriendin, ik had nog niet veel meegemaakt in het leven. Dus ik dacht bij mijzelf dat ik hier een kans had om iets te ontdekken wat ik nog nooit had meegemaakt. En daarom zei ik dat ik zou meegaan.
Hij zei: “Ga door met je werk, ga door met je yoga-oefeningen en de dag dat wij jou vertellen ga je naar het veld en wij zullen er zijn. Wacht aan de voet van de kersenboom, maar ga niet verder en als je een kolom geel licht ziet, dat is het moment dat je naar voren stapt”. En dat is wat ik deed. Op de dag van vertrek ging ik naar het einde van het veld en ik dacht: “Doggone, je gaat in zo’n machine en je gaat hoog de lucht in". Ik had op school geleerd dat als je hoog de lucht in gaat er geen lucht is en ik dacht dat als er geen lucht in die machine is ik zal doodgaan. Ik ben de pineut. Ik was op dat moment echt nerveus. Toen opeens kreeg ik een sterke boodschap in mijn hoofd: ”Maak je geen zorgen, wij zullen voor alles zorgen, wij garanderen je echt dat je blijft leven, er zal geen enkel probleem zijn”.
Ik liep naar beneden naar het veld en draaide mij om aan de voet van de kersenboom en ik wachtte. Toen, plotseling zag ik dat de lucht openging. Ik zag een grote cirkel en ik zag iets wat nóg een lucht leek in het binnenste. Het ruimtevaartuig schoot erdoor en toen sloot de hemel weer. Het kwam snel naar beneden, draaide een keer rond en lande ongeveer 70 meter verderop. Het bewoog lichtjes heen en weer, ik weet niet of het de grond raakte of niet, het was nacht.
Toen ik het gele licht zag, liep ik ernaar toe. Op een paar meter afstand zag ik een schuifdeur. Het ruimtevaartuig was van binnen wit verlicht. Ik zag een grote man die ik herkende, want het was dezelfde man die in mijn slaapkamer was geweest. Ik ging drie trappen op. En ik zat op een heel comfortabele stoel wat mij toen eigenlijk een beetje verbaasde. Nu maken we dat soort stoelen ook op aarde. Ik keek waar ik was binnengekomen, maar ik kon niet herkennen waar dat geweest was omdat het er niet meer was. Ik was gevangen, opgesloten, ik kon niet meer naar buiten. Ik bewoog niet. Ik zei: “Waarom gaan we niet weg?” en zij antwoordden: “We zijn al vertrokken”.
Voor mij, of net beneden mij, was een groot paneel wat doorzichtig werd, het leek wel glas. Ik zag beneden lichten, een stad. Ik wist het niet zeker, maar ik dacht dat het Marseille was. Ik stond op en ging snel weer zitten. Zij zeiden: “We zijn nu op een hoogte van 130.000 voet”. Ze zeiden niet of we boven Marseille vlogen. Maar daar ergens rechts beneden was een stad. Wij moeten dan naar het oosten zijn afgebogen. De reis duurde ongeveer 50 minuten tot een uur. Toen ging het paneel open en kon ik naar buiten.
De plaats waar we aankwamen zag er niet zo uit als hier. Alles was gebogen, er waren geen rechte hoeken of zo. Ze vertelden mij waar mijn slaapkamer was en dat ik alles had wat ik nodig zou hebben. Ze zeiden dat ik moest gaan slapen en dat we ’s morgens verder zouden kijken. De volgende morgen werd ik wakker en was er koffie. Het smaakte hetzelfde als bij mijn moeder. Het was net alsof zij het gebracht had en ik voelde mij een klein beetje veiliger.
We hebben bijna een jaar lang gewerkt. Er waren yoga-oefeningen, discussies, ik las een Frans tijdschrift “Wetenschap en Leven”, een paar uitgaven van “De Wetenschap Leeft Jou”. Ik sprak hierover met Jean-Claude Venturini, hij vond zelfs een paar uitgaven van “Wetenschap en Leven” waarin ze het hadden over “quasars”; ik had geen idee wat dat was.
Yoga-houdingen, daarvan vroeg ik me af of er namen waren voor wat ik aan het doen was. Zij zeiden, het gaat je niets aan, wat belangrijk is dat je werkt, je moet werken. We zullen je tot het eind van je leven werk geven en dan nog ben je niet klaar. Maar, weet je, als je goed werkt dan, als je oud genoeg bent om met pensioen te gaan, zal je je beseffen dat je een geweldige schat hebt ontvangen. Ik heb er veertig jaar over gedaan en pas nu begin ik het een beetje te beseffen. Maar, het is waar dat wat ik oefen niets te maken heeft met wat ze je leren in een yogaklas.
Wat ik nog meer geleerd heb? O ja, ik heb geleerd dat onze levens twaalf cycli hebben van ieder zeven jaar. De eerste drie tot de leeftijd van 21, geboorte, groei, de minimum informatie die je nodig hebt in het leven en dan van 21 tot 64, de periode waar we wel of geen dingen bereiken, we proberen zo goed mogelijk te leven. Als je 64 bent heb je de leeftijd bereikt voor het oefenen van mentale yoga. Dat is wat ik heb geleerd, maar er werd mij verteld dat niet te gaan oefenen tot ik met pensioen zou gaan. En dus, ben ik er nu pas aan begonnen, maar het is nogal moeilijk, het is ontmoedigend. Maar het zorgt wel dat je een bepaalt begripsniveau haalt, van persoonlijke groei, de mogelijkheid om jezelf te bevrijden, om een bepaalde vrijheid te bereiken.
GD: Kun je ons vertellen wat hun motief was, waarom hadden ze jou nodig?
RL: Ze vertelden mij dat ik bepaalde genetische eigenschappen had die hen in staat stelde om (een planeet) te bevolken of opnieuw te bevolken. Dit was dan een planeet waar het leven dreigde te verdwijnen.
GD: Kun je ons vertellen over twee gebeurtenissen, het “vliegtuig” en de beroemde vergadering?
RD: Op een avond vroeg de Bioloog mij: “Heb je zin om een vergadering bij te wonen waarbij groepen mensen aanwezig zijn uit alle delen van het universum en welke gehouden wordt in een speciale kamer? Je bent daar nog nooit geweest en het zou je in staat stellen om wat vooruitgang te boeken en te zien hoe wij werken”. Ik zei: “Ja, waarom niet?” Op dat moment was er onenigheid tussen de Gids en deze vrouw, de Bioloog. Eerst zei ze gewoon “nee” en keken ze elkaar recht aan, toen was er een uitwisseling zonder woorden. En toen draaide de Bioloog zich om naar mij en zij: “Je mag deelnemen, maar op één voorwaarde: Je gaat zitten waar wij jou vertellen te gaan zitten, je stelt geen vragen, je zegt geen woord en je beweegt je niet tot aan het eind”. “Maak je geen zorgen”, zei ik: “Je kunt op mij rekenen”.
Het was een grote ovalen kamer, ook de tafel had die vorm, en het soort stoelen die je bij Chinezen aantreft en mensen die eruit zagen alsof ze tot een indianenstam behoorden. In het midden van de tafel, net boven het oppervlak, bevond zich een geweldig grote bol, als een lichtbol en daarin kon je de verschillende zonnestelsels zien. Op een gegeven moment dacht ik dat ik een planeet zag waaromheen zich drie zonnen bewogen. De Bioloog was naast mij komen zitten, ze was zeker bang dat ik zou bewegen of een scene veroorzaken, zei: “Kijk Roro, het universum is fantastisch”. Soms keken de mensen naar elkaar zonder dat ze iets zeiden. Je kon ook mensen zien zitten in de bol en het leek alsof ze communiceerden met de mensen in de kamer. Soms sprak er iemand met een diepe keelstem (doet het geluid na). Ik begreep er helemaal niets van wat ze zeiden. En zoals die bol met het zonnestelsel erin, zoiets heb ik daarna nooit meer gezien, het was prachtig. Het is waar dat het universum zoveel mooier, zoveel meer is dan wij ooit kunnen vermoeden. We zijn echt bijzondere wezens, het menselijk ras is buitengewoon.
Wat hebben ze mij nog meer verteld? Iets waar ik de nadruk op wil leggen is het feit dat onze planeet niet alleen van ons is. “Weet je Roro”, zeiden ze: ”Je zei dat er verschillende etnische groepen zijn, verschillende rassen. Nee, er is maar één ras. Mensen met verschillende kleuren, met andere huidskleuren zijn variaties van het menselijk ras; er is maar één menselijk ras in het universum. Er zijn natuurlijk andere, maar die hebben niet dezelfde eigenschappen als het menselijk ras. Die zijn net zo intelligent als wij, net zo respectabel”.
Ook vertelden ze mij dat ze bij een soort Federatie hoorden, een geweldig grote Galactische Federatie waar ze directeuren hebben van planeten (red.: er is ons in de wandelgangen verteld dat dat voor de planeet aarde Commander A. Teuben is), directeuren van zonnestelsels. Voor de minder ontwikkelde systemen spreken we niet van directeuren, maar van mensen die toezicht houden. Ik heb begrepen dat ze 24 uur per dag, 7 dagen in de week over onze planeet waken.
Toen ik terug kwam was het net de tijd van de trip naar de maan. Ik kwam daar achter toen ik terug was, omdat ze hierover niets tegen mij gezegd hadden. Ik hoorde dat we in 1969 op de maan waren geweest. In de jaren '70 luisterde ik vaak naar de radio of keek naar televisieprogramma’s en ik zag en hoorde wetenschappers die zeiden: Er is alleen maar de aarde, wij zijn uniek, er is geen ander leven in het universum. Andere wetenschappers, er was er één, maar ik ben zijn naam vergeten, die zei: “We zullen absoluut bases op de maan maken, we zullen er ruimtevaartuigen naartoe sturen en aangezien er minder zwaartekracht is, zullen we van daaruit lanceringen gaan uitvoeren”.
De Gids zei tegen mij: “Jullie zijn veroveraars, jullie zijn krijgers. De leiders van jullie planeet, zowel de civiele als de militaire, zijn veroveraars, mannetjesputters, maar ze zijn geestelijk ziek. (dit is de uitdrukking die hij gebruikte: geestelijk ziek).”Wat je moet begrijpen is, dat als jullie blijven rondgaan in cirkels op jullie planeet, laten wij jullie dit doen. Maar, wanneer het erop aankomt en jullie gaan ergens anders naartoe, dan zullen wij dit tegenhouden”. Hij keek mij aan en ik kan je verzekeren dat hij serieus was. Het leek alsof dit voor hem een probleem was. “Wij zullen jullie tegenhouden”. En dus, verbaasde het mij niets toen de Amerikanen en de Russen bases op de maan wilden bouwen. Ik wist dat hen dat niet zou lukken. En de tijd heeft geleerd dat ik gelijk had. We zijn er nooit meer geweest.
GD: Dus, hij wilde zeggen dat als onze leiders niet zo agressief geweest zouden zijn, dat ze dan contact met ons gezocht hadden?
RL: “Ja, bepaalde rassen. Deze waar ik te gast was niet omdat zij van ver komen, uit een ander zonnestelsel, maar er zijn andere, meer menselijke rassen in onze Melkweg die lid zijn van de Federatie en die hulp hebben aangeboden aan bepaalde regeringen op aarde. Onze regeringen hebben deze hulp afgewezen. Deze regeringen hebben ook dingen verboden zoals de publicatie en circulatie van informatie betreffende andere rassen in het universum. Dus, wat doen deze rassen? Heel erg eenvoudig, zij vertonen zich aan de bevolking. Ze gaan overal naartoe en wij zien hen en dan zijn ze weg. Ze doen het stap voor stap, maar het wordt intensiever naarmate de tijd verstrijkt. Ze verschijnen overal op aarde en dat is wat er nu gebeurt, zoals blijkt uit alle getuigenissen die ik heb gehoord en gelezen. Om nog even terug te komen op die wetenschappers waar ik toen naar geluisterd heb. Ik dacht bij mijzelf "of ze weten niets of ze hebben instructies gekregen om niets te vertellen".
De trip naar Frankrijk aan boord van het ruimteschip. Het was 27 oktober. De dag daarvoor had de Bioloog mij gevraagd of ik zin had om mee te gaan op een excursie. We gaan naar Frankrijk. Ik zei: waarom niet? “Dus, morgen komen wij je halen en dan kun je meegaan op een leuk tochtje”. De volgende dag gingen we met de lift naar het platform en daar stond het ruimteschip. Het raakte net niet de grond. Ik kwam dichterbij en zag achterin de Bioloog zitten, met daarnaast de Etnoloog. Toen ik naar binnen wilde gaan, zag ik meer mensen binnen. Dat waren andere mensen, er was de piloot, er was een grote man die niet glimlachte, ik voelde dat hij er gemeen uitzag. Deze gaat mij levend opeten, wat zal er met mij gebeuren? Hij keek om zich heen. Hij scheen al de andere aanwezigen ook gevoelsmatig af te tasten. Op een zeker moment keek hij mij aan en draaide toen zijn hoofd om. De deur ging dicht, de bodem was niet van metaal, het was glas en dus kon ik het platform zien. Wordt vervolgd.
Bron:
UFO Digest


