Dat er afgelopen jaar meer dan 173.000 mensen in Nederland zouden overlijden, dát had het CBS tot een paar jaar geleden niet zien aankomen."Het is de vergrijzing," klinkt het braaf. Of: "Het is de inhaalsterfte door gemiste operaties." En als we echt creatief worden, geven we de schuld aan de hitte of een hardnekkig griepje.
Het CBS kwam onlangs met een cijfer waar je even voor moet gaan zitten: 173.000 sterfgevallen in één jaar tijd. Dat zijn er duizenden meer dan zelfs de meest sombere demografen een paar jaar geleden voor mogelijk hielden. En terwijl de grafieken de pan uit rijzen, horen we vanuit de ivoren torens van de wetenschap en de redactiebureaus van de mainstream media een oorverdovend… cliché.
"Het is de vergrijzing," klinkt het braaf. Of: "Het is de inhaalsterfte door gemiste operaties." En als we echt creatief worden, geven we de schuld aan de hitte of een hardnekkig griepje. Maar er is één woord dat in de officiële rapportages angstvallig wordt vermeden, als een vloek in een kerk: de coronaprik.
Het is een wonderlijk schouwspel. We hebben een landelijk experiment achter de rug waarbij de overgrote meerderheid van de bevolking een medische ingreep onderging. Vrijwel direct daarna schieten de sterftecijfers omhoog en vertonen ze pieken die — puur toevallig natuurlijk — vaak lijken samen te vallen met boosterrondes. Gebruik je je nuchtere verstand, dan stel je de vraag: "Heeft het één met het ander te maken?"
Maar stel je die vraag hardop, dan ben je geen kritische burger, maar een gevaar voor de volksgezondheid. In de media wordt de mogelijkheid van vaccinatieschade niet eens opengehouden als hypothese. Het wordt direct weggezet als "onwaarschijnlijk" of "allang onderzocht". Maar door wie? Door de instanties die het beleid zelf hebben uitgestippeld? Dat is alsof je de slager vraagt zijn eigen vlees te keuren terwijl hij de keuringsrapporten achter een slot van "privacywetgeving" houdt.
Het meest stuitende is de term "onverklaarbare oversterfte". In de wetenschap is "onverklaard" normaal gesproken een startpunt voor diepgravend onderzoek. In het huidige debat lijkt het echter een eindstation. Een handig label om een ongemakkelijke werkelijkheid in te parkeren.
Ondertussen worstelen onafhankelijke onderzoekers, zoals prof. dr. Ronald Meester, al jaren om toegang te krijgen tot de ruwe data. Waarom is die data niet gewoon openbaar voor elke statisticus? Als de vaccins zo veilig zijn als beweerd wordt, zou die data de ultieme manier zijn om iedere "wappie" de mond te snoeren. Het feit dat die data achter slot en grendel blijft, voedt de achterdocht meer dan welk Telegram-kanaal ook zou kunnen.
We leven in een land waar de officiële werkelijkheid en de gevoelswereld van de burger steeds verder uit elkaar drijven. Wie ziet dat gezonde dertigers plotseling neervallen met hartproblemen, laat zich niet sussen met een tabelletje over de koude winter van 2022.
Wie de afgelopen tijd de krant opensloeg, kreeg een bloemlezing aan creatieve verklaringen voor de hoge sterfte: de vergrijzing (die blijkbaar ineens in een stroomversnelling is geraakt), de zorgdruk, een hittegolfje hier, een griepje daar, en natuurlijk 'uitgestelde zorg'. Stuk voor stuk factoren die een rol spelen, maar die de enorme pieken in de grafieken nooit volledig kunnen dekken.
Wat echter ontbreekt, is journalistieke nieuwsgierigheid. Waar journalisten vroeger de taak hadden om machtskritisch te zijn en "waarom?" te blijven roepen, lijken ze nu vooral te fungeren als doorgeefluik van officiële instanties zoals het RIVM en Lareb. De mogelijkheid dat de massale vaccinatiecampagnes een schaduwzijde hebben die de statistieken beïnvloedt, wordt niet eens meer als hypothese behandeld. Het is een taboe geworden. En door dat taboe te bewaken, graven de media een diepe kloof tussen de 'officiële werkelijkheid' en wat mensen met hun eigen gezonde verstand waarnemen.


