rsz vitamine dHet vitamine D-gehalte in ons lichaam vertoont een opvallende gelijkenis met de nationale aardgasvoorraden.

Na een lange, donkere winter zijn de reserves op hun dieptepunt.



Nu de lentezon zich vaker laat zien, rijst de vraag: hebben we die dagelijkse vitaminesupplementen nog wel nodig?

Hoogleraar Renger Witkamp legt in een artikel in Trouw uit hoe onze interne 'gasvoorraad' werkt en waarom de grens tussen 'gezond' en 'marketing' soms flinterdun is.

Het vitamine D-gehalte in ons lichaam vertoont een opvallende gelijkenis met de nationale aardgasvoorraden. Na een lange, donkere winter zijn de reserves op hun dieptepunt. "De buffer is tijdens de winter verbruikt", zegt Renger Witkamp, hoogleraar aan de Wageningen Universiteit en vitaminedeskundige. "Nu het zonnige weer aanbreekt, wordt de voorraad op natuurlijke wijze weer aangevuld."

Vitamine D is essentieel voor ons lichaam; het ondersteunt de botten, de spieren en het immuunsysteem. Het mooie is dat ons lichaam dit zelf kan aanmaken zodra er zonnestralen op de huid vallen. Het advies van gezondheidsinstituten is dan ook simpel: ga in de lente, zomer en herfst dagelijks een half uur naar buiten met ontbloot gezicht en korte mouwen.

Wie gezond is en voldoende buiten komt, heeft in de zonnige maanden geen supplementen nodig. Toch is er een kanttekening: de groep voor wie extra vitamine D wél noodzakelijk blijft, is verrassend groot.

Het gaat hierbij om:

  • Kinderen tot 4 jaar

  • Zeventigplussers

  • Zwangere vrouwen

  • Mensen met een donkere huidskleur

  • Mensen die gesluierd buiten komen

Voor deze groepen is een supplement geen luxe, maar bittere noodzaak. De risico’s van een ernstig tekort zijn namelijk groot. Denk aan botontkalking, zwakke spieren of zelfs rachitis (O-benen). Witkamp haalt een extreem voorbeeld aan van een studie uit Zweden: "Bij gesluierde zwangere vrouwen was het gehalte soms zo laag dat ze de fysieke kracht misten om gezond te bevallen."

Hoewel supplementen nuttig zijn, benadrukt Witkamp dat 'natuurlijk' vaak de voorkeur geniet. "Ouderdom op zich leidt niet tot een tekort; het feit dat ouderen vaker binnen zitten wel. Tachtigplussers die veel buiten wandelen, hebben vaak een prima vitamine D-peil."

De ideale waarde in het bloed ligt volgens de hoogleraar tussen de 75 en 120 nanomol per liter. De vuistregel is simpel: "Tachtig is prachtig." Omdat de wetenschap echter nog debatteert over de precíéze optimale waarde, springen influencers en commerciële partijen in dat gat. Witkamp ergert zich aan partijen die dure 'boosters' verkopen. "Koop gewoon een goedkoop, basic huismerk. Dat werkt prima."

Kan het ook teveel zijn? Veel Nederlanders slikken vitamines zonder dat het strikt noodzakelijk is. Gelukkig is de dosis in de meeste vitamine D-tabletten aan de lage kant, waardoor het niet snel gevaarlijk wordt. Toch waarschuwt de hoogleraar voor de "baat het niet, dan schaadt het niet"-mentaliteit.

"Bij extreem hoge doseringen is vitamine D een schadelijke stof die kan leiden tot nierproblemen, braken en uitdroging," aldus Witkamp. Dit gebeurt niet door te veel zonlicht of vette vis, maar door onverstandig gebruik van hooggedoseerde supplementen.

Geniet van de zon, trek die korte mouwen uit en ga wandelen. Voor de meesten van ons kunnen de pilletjes de kast in zodra de lente begint.

Behoor je echter tot een risicogroep? Houd die voorraad dan op peil.