Het nieuws over het hantavirus en de recente gebeurtenissen rondom het cruiseschip Hondius zorgt bij velen voor een onbehaaglijk gevoel van herkenning.Voor wie de gebeurtenissen van begin 2020 nog vers in het geheugen heeft, voelt de huidige berichtgeving als een script dat we al eerder hebben gelezen.
Het volgende valt er vanmorgen te lezen in het nieuws:
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is bezig de passagiers op te sporen van de vlucht waarmee de Nederlandse vrouw die overleed aan het hantavirus reisde voor contactonderzoek.
Het is voor de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uiterst ongebruikelijk om op deze schaal aan internationale contact tracing te doen voor het hantavirus.
Normaal gesproken wordt dit virus gezien als een lokaal probleem, gebonden aan contact met knaagdieren. Dat er nu 82 passagiers van een vlucht naar Johannesburg worden opgespoord omdat zij in de buurt zaten van een Nederlandse vrouw die aan het virus bezweek, is een stap die we zelden zien.
Juist die zeldzaamheid voedt de argwaan. Als het virus inderdaad alleen van dier op mens overgaat, waarom is er dan nu een internationale klopjacht op vliegtuigpassagiers?
De parallel met het coronavirus is moeilijk te negeren.
Ook destijds begon het verhaal met de geruststelling dat het een "dierlijk virus" was dat niet of nauwelijks tussen mensen overdraagbaar zou zijn.
De geschiedenis van die crisis laat een patroon zien van paaltjes die steeds een stukje werden verzet:
-
Stap 1: "Er is geen bewijs voor overdracht tussen mensen."
-
Stap 2: "Er is beperkte overdracht in zeer nauwe kring."
-
Stap 3: "We adviseren preventieve maatregelen en contactonderzoek."
-
Stap 4: "Het is een wereldwijd probleem."
Bij de uitbraak op de Hondius zien we nu dat we al bij stap 3 zijn beland. De WHO geeft inmiddels toe dat ze "mens-op-mens besmetting vermoeden" onder de passagiers op het schip. Hoewel ze benadrukken dat het risico voor de algemene bevolking laag is, is dat exact dezelfde bewoording die in de begindagen van 2020 werd gebruikt.
De grote vraag is waar deze escalatie stopt. De autoriteiten in Zuid-Afrika, Kaapverdië en Nederland werken nu samen in een "gecoördineerde respons".
Voor de buitenwereld ziet dit eruit als het opstarten van een machine die we liever nooit meer in actie hadden gezien: isolatieprotocollen, het traceren van reisbewegingen en dagelijkse updates over dodentallen en besmettingen.
Het "we zullen wel zien"-gevoel is sterker dan ooit.
Of dit nu een overtrokken reactie is van instanties die zich na de vorige pandemie willen indekken, of dat we aan de vooravond staan van een nieuwe verschuiving in wat we formeel over virussen denken te weten, zal de komende tijd moeten blijken.
De scepsis is in ieder geval niet meer weg te poetsen met alleen een geruststellende verklaring.


