Er verschijnen nu berichten in de media over de opmars van een dodelijke ziekte in ons land.Een ziekte die we dachten onder controle te hebben, maar niets is minder waar.
Voor de Tweede Wereldoorlog was tuberculose (TBC) een ziekte waar veel mensen aan dood gingen.
De strijd tegen TBC in de eerste helft van de 20e eeuw is een van de grootste successen uit de Nederlandse medische geschiedenis. Het was een totaalaanpak die verder ging dan alleen medicijnen; het was een combinatie van isolatie, architectuur en grootschalige surveillance.
Hier zijn de belangrijkste zuilen waarop die aanpak rustte:
1. De Sanatoria:
Rust, Reinheid en Regelmaat: Voordat er antibiotica waren (vóór 1945), was de enige remedie het versterken van het eigen immuunsysteem. TBC-patiënten werden strikt geïsoleerd in sanatoria, vaak gebouwd in bosrijke gebieden (zoals in Hilversum, Appelscha of Hellendoorn).
Kuurhallen: Patiënten lagen urenlang buiten op overdekte veranda’s in de ligkuur. Men geloofde heilig in de genezende kracht van frisse boslucht en zonlicht (UV-licht doodt de bacterie inderdaad).
Isolatie: Door patiënten uit de stad weg te halen, werd de besmettingsketen in de dichtbevolkte volkswijken doorbroken.
2. De Woningwet en Hygiëne
TBC was een "sociale ziekte". Het verspreidde zich razendsnel in de donkere, vochtige en overvolle sloppenwijken van steden als Amsterdam en Rotterdam.
Licht en Lucht: De Woningwet van 1901 dwong de bouw van gezondere huizen af. Huizen moesten grotere ramen hebben en beter geventileerd zijn. De bacterie overleeft namelijk slecht in goed geventileerde, lichte ruimtes.
Spuugverbod: Omdat TBC via sputum (slijm) wordt overgedragen, kwamen er overal bordjes met "Niet Spuwen". Ook werden de beroemde "kwispedoren" (spuugbakken) uit de openbare ruimte verwijderd.
3. De Consultatiebureaus en de "Grote Doorlichting"
Nederland liep voorop in het opsporen van de ziekte voordat iemand zich ziek voelde.
Mobiele Röntgenwagens: Na de Tweede Wereldoorlog reden er bussen door het hele land. Hele scholen, fabrieken en dorpsbevolkingen werden verplicht "doorgelicht". Op deze röntgenfoto's zocht men naar de kenmerkende vlekjes op de longen.
Consultatiebureaus voor TBC: Deze bureaus hielden registers bij van besmette personen en hun families. Dit was de voorloper van het huidige bron- en contactonderzoek van de GGD.
4. Pasteurisatie van Melk
Een aanzienlijk deel van de TBC-gevallen (vooral bij kinderen) was destijds de zogenaamde "bot-TBC", veroorzaakt door de Mycobacterium bovis. Deze bacterie kwam via besmette koeien in de rauwe melk terecht. Door de verplichting om melk te pasteuriseren (verhitten), werd deze bron van besmetting nagenoeg volledig uitgeroeid.
5. De komst van Antibiotica (1945-1950)
De definitieve nekslag voor TBC was de ontdekking van streptomycine en later isoniazide. Ineens was de ziekte geen doodvonnis meer en hoefden mensen niet meer jarenlang in een sanatorium te liggen. De kuur werd korter en patiënten waren sneller niet meer besmettelijk.
En nu?
Nu is TBC weer terug:
Zo schrijft het AD:
Dodelijke ziekte bezig aan opmars: hoe tuberculose opnieuw toeneemt in Nederland Wie dacht dat tuberculose uit Nederland was verdwenen, heeft het mis. De dodelijke ziekte maakt zelfs een opmars, ziet GGD Regio Utrecht. Landelijk is het aantal besmettingen in tien jaar tijd niet zo hoog geweest. Directeur Marc Sprenger trekt aan de bel.De zieke personen hebben volgens hem vaak een migratieachtergrond. Denk aan werkimmigranten uit Polen en Marokko, maar ook vluchtelingen uit Eritrea, Ethiopië en Somalië. Die spreken de taal niet en weten de weg niet goed in Nederland.
De behandeling is nogal vervelend want mensen moeten een half jaar lang 12 pillen per dag slikken die allemaal weer de nodige akelige bijwerkingen hebben.
Er wordt in het AD artikel geadviseerd om asielzoekers bij aankomst te screenen, maar dat gebeurt niet. Dit betekent dan ook weer dat als ze een AZC bouwen in je achtertuin je nieuwe buren krijgt die mogelijk besmet zijn met TBC.
Een grote zorg voor de volksgezondheid is de opkomst van Multi-Drug Resistant Tuberculosis (MDR-TB). In landen waar de gezondheidszorg minder stabiel is, maken patiënten hun antibioticakuur vaak niet af. De bacteriën die dit overleven, worden resistent tegen de standaardmedicijnen.
Deze resistente varianten zijn veel moeilijker en duurder om te behandelen. Nederland ziet een zorgwekkende instroom van deze varianten, wat de ziekte weer "nieuwswaardig" en gevaarlijk maakt.
TBC is geen ziekte die je direct krijgt zoals een griepje. Na besmetting krijgt slechts 5% tot 10% van de mensen daadwerkelijk de ziekte. De rest draagt de bacterie bij zich zonder het te weten. Omdat de symptomen (moeheid, licht hoesten, gewichtsverlies) vaak vaag zijn, wordt de diagnose soms laat gesteld. In die tussentijd kan de ziekte onbewust verder verspreid worden in kwetsbare groepen of binnen gezinnen.
De bacterie grijpt zijn kans zodra het immuunsysteem van een populatie verzwakt. Ouderen die in hun jeugd (vlak na de oorlog) besmet zijn geraakt, kunnen op hoge leeftijd, wanneer hun afweer afneemt, ineens de actieve vorm van TBC ontwikkelen.
Veel moderne medicijnen (bijvoorbeeld voor reuma of na transplantaties) onderdrukken het immuunsysteem, waardoor een sluimerende TBC-bacterie weer actief kan worden.
Tuberculose (TBC), veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium tuberculosis, blijft een van de meest uitdagende infectieziekten ter wereld. De bacterie is meester in het omzeilen van het menselijk immuunsysteem en het ontwikkelen van resistentie tegen antibiotica.
Terwijl de farmaceutische industrie zich richt op nieuwe chemische verbindingen, groeit de wetenschappelijke interesse in de fysische eigenschappen van zilver-nanodeeltjes (AgNPs).
De effectiviteit van zilver tegen bacteriën is gebaseerd op een meervoudige aanval op de celstructuur. In tegenstelling tot veel antibiotica, die slechts op één specifiek proces inwerken, valt zilver op drie fronten aan:
Destructie van de Mycolzuurwand: De TBC-bacterie heeft een wasachtige, bijna ondoordringbare buitenlaag. Zilver-ionen reageren met de zwavelhoudende eiwitten in deze wand, wat leidt tot structurele instabiliteit en perforatie.
Inactivatie van de Bio-energetica: Zilver verstoort het elektronentransport in het bacteriële membraan. Hierdoor kan de bacterie geen ATP (energie) meer produceren en sterft deze door een gebrek aan metabolische brandstof.
Vrije Radicalen: Zilver induceert de vorming van Reactive Oxygen Species (ROS) binnen de bacterie, wat onherstelbare schade aanricht aan het bacteriële DNA.
In de medische wetenschap is de effectiviteit van een middel volledig afhankelijk van de bio-distributie: komt de actieve stof op de juiste plek in de juiste concentratie terecht?
Bij TBC, een ziekte die zich primair in de longen manifesteert, biedt inhalatie (verneveling) significante voordelen boven orale inname.
TBC-bacteriën verschuilen zich vaak in macrofagen (alveolaire afweercellen). Dit zijn cellen die deeltjes "opeten" (fagocytose).
Bij verneveling worden de zilver-nanodeeltjes direct ingeademd tot diep in de longblaasjes. De macrofagen die de bacteriën huisvesten, consumeren ook de geïnhaleerde zilverdeeltjes.
Hierdoor wordt de bacterie binnenin de cel direct geconfronteerd met het zilver, zonder dat het zilver eerst door de rest van het lichaam hoeft te circuleren.
De logica die voor de TBC-bacterie geldt, is in veel gevallen ook van toepassing op andere pathogenen in de luchtwegen.
In de praktijk en in kleinschalig onderzoek wordt verneveling van zilver ingezet bij diverse soorten longinfecties, van bacteriële pneumonie tot virale infecties en zelfs schimmelinfecties.
Hier is waarom de mechanica van zilver bij "algemene" longinfecties vaak als effectief wordt ervaren:
1. Breed-spectrum werking
In tegenstelling tot antibiotica, die vaak alleen werken tegen specifieke groepen bacteriën (en totaal niet tegen virussen), heeft zilver een aspecifieke werking. Het valt de celwand of het kapsel van bijna elk micro-organisme aan.
Bacteriën: Het vernietigt de enzymen die ze nodig hebben voor zuurstofopname.
Virussen: Onderzoek suggereert dat zilver-nanodeeltjes zich kunnen binden aan de "spikes" van een virus, waardoor het virus de gastheercel niet meer kan binnendringen en zich dus niet kan vermenigvuldigen.
Schimmels: Zilver verstoort de membraanstructuur van schimmels zoals Candida of Aspergillus.
2. Bestrijding van Biofilms
Een groot probleem bij chronische longinfecties (zoals bij taaislijmziekte of chronische bronchitis) is de vorming van een biofilm. Dit is een slijmlaag waarin bacteriën zich verschuilen en waar reguliere antibiotica bijna niet doorheen komen.
Zilver-nanodeeltjes zijn klein genoeg om door deze biofilm heen te dringen en de bacteriën van binnenuit aan te vallen. Dit verklaart waarom mensen met hardnekkige, slijmerige infecties vaak sneller resultaat merken bij verneveling.
3. Ontstekingsremmend effect
Naast het doden van ziektekiemen, lijkt zilver ook een effect te hebben op de ontstekingsreactie zelf. Het vermindert de aanmaak van cytokines (eiwitten die de ontsteking aanjagen). Dit kan bij longinfecties zorgen voor: Minder zwelling van de slijmvliezen een ruimere ademhaling en minder overmatige slijmproductie.
4. Waarom specifiek verneveling?
Bij een "gewone" longontsteking of bronchitis is het weefsel vaak sterk doorbloed en ontstoken. Als je zilver drinkt, wordt het door het lichaam verdeeld over alle organen. Bij verneveling concentreer je de volledige dosis direct op de wanden van de bronchiën en in de alveoli (longblaasjes).
In de praktijk gebruiken mensen vaak een vernevelaar met een oplossing van 10 tot 20 PPM. Omdat zilver in deze vorm direct de "vrije" pathogenen op het slijmvlies aanpakt, rapporteren gebruikers vaak een snelle afname van hoestklachten en benauwdheid.
Het interessante is dat, hoewel de medische industrie dit officieel negeert voor thuisgebruik, ziekenhuizen zilver al decennia op grote schaal gebruiken in beademingstubes en katheters om te voorkomen dat bacteriën daarop een biofilm vormen.
De stap naar het vernevelen van de vloeistof zelf is technisch gezien klein, maar juridisch en commercieel gezien voor de grote instanties een brug te ver.
Waaruit maar weer eens blijkt dat eigenlijk bij ieder huishouden een fles goede kwaliteit colloïdaal zilver met vernevelaar (ook wel spray of verstuiver genoemd) in de kast hoort te staan.


