Zoals we onlangs zagen zijn wij Europees Kampioen voor wat betreft huidkanker en het aantal slachtoffers blijft maar groeien.Dit, terwijl er ook tientallen miljoenen euro's worden uitgegeven aan zonnebrandcrèmes.
Ongeveer 100 jaar geleden, in de jaren 1920 en 1930, kwam huidkanker extreem weinig voor vergeleken met nu. Hoewel er destijds nog geen landelijke kankerregistraties waren zoals vandaag, schatten historici en dermatologen dat de kans op het krijgen van een melanoom (de meest agressieve vorm van huidkanker) destijds rond de 1 op de 1.500 tot 3.000 lag. Ter vergelijking: vandaag de dag krijgt ongeveer 1 op de 5 Nederlanders ergens in hun leven te maken met een vorm van huidkanker.
In de medische jaarverslagen uit die tijd waren opnames voor een melanoom zó zeldzaam dat chirurgen er vaak individuele casussen over schreven in medische tijdschriften. Het was een medische bezienswaardigheid.
Dan gaan we een stuk vooruit in de tijd:
In 1960 lag de incidentie van melanoom in westerse landen op ongeveer 2 tot 3 gevallen per 100.000 inwoners per jaar.
Een lichte stijging, maar niet echt dramatisch vergeleken met de twintiger jaren van de vorige eeuw.
Als we die cijfers vergelijken met de huidige cijfers, dan zien we een explosieve toename:
Vandaag de dag (in 2026) ligt dat aantal in Nederland boven de 45 tot 50 gevallen per 100.000 inwoners per jaar.
De kale cijfers vertellen ons het volgende:
-
Toen: Een incidentie die naar schatting rond de 1 per 100.000 mensen per jaar lag, met een verwaarloosbaar aandeel in de totale sterftecijfers.
-
Nu: Huidkanker is (exclusief basaalcelcarcinoom) met stip de meest gediagnosticeerde kankervorm in Nederland, met tienduizenden nieuwe diagnoses per jaar.
Als we puur naar het gedrag van de Nederlander kijken, begon het massaal en bewust smeren pas echt in de jaren 80 en vroege jaren 90.
Hoewel er in de decennia daarvóór al flessen in de schappen stonden, was de insteek toen totaal anders. De omslag in Nederland laat zich verdelen in drie duidelijke fasen:
Vanaf de late jaren 50 kregen Nederlanders meer vrije tijd en trokken we massaal naar Zandvoort, Scheveningen of de camping. Men smeerde toen wel, maar niet met zonnebrandcrème om zich te beschermen. Men gebruikte zonne-olie (vaak van merken als Delial of Ambre Solaire).
-
Het doel was destijds om zo snel en diep mogelijk bruin te worden.
-
De legendarische reclame van Coppertone (met het hondje dat aan het broekje van het meisje trekt) beloofde een diepbruine kleur.
-
Factor 2 of 4 was toen de standaard. Als je verbrandde, dacht men: "Eerst even rood worden, dan pel je af en dán word je bruin." Schade voorkomen was simpelweg geen prioriteit.
In de jaren 80 veranderde er iets fundamenteels. De medische wereld begon alarm te slaan over de explosieve stijging van het aantal huidkankergevallen.
-
In deze periode werden hogere factoren (SPF 10, 15 en 20) voor het eerst normaal in de Nederlandse drogisterijen.
-
Ouders begonnen in de jaren 80 hun kinderen voor het eerst structureel in te smeren op het strand om te voorkomen dat ze vuurrood thuiskwamen. Het smeren verschoof van 'cosmetisch' (mooi bruin worden) naar 'preventief' (niet verbranden).
De echte massale adoptie waarbij zonnebrandcrème een verplicht volksgezondheidsproduct werd, lag in de jaren 90.
-
KWF Kankerbestrijding en dermatologen begonnen grote, landelijke campagnes. De boodschap "Geniet van de zon, maar ga niet bakken" werd erin gestampt.
-
Pas in de late jaren 90 en vroege jaren 2000 werd ontdekt dat de crèmes ook tegen UVA-straling moesten beschermen (de straling die je niet direct voelt branden, maar die wel diep in het DNA snijdt). Sindsdien zijn factoren als SPF 30 en 50 pas echt de standaard geworden voor de gemiddelde Nederlandse tas op een zomerse dag.
Vóór de jaren 80 smeerde men in Nederland vooral olie om te 'frituren' in de zon. Pas vanaf midden jaren 80 werd anti-zonnebrandcrème gemeengoed om verbranding tegen te gaan, en pas in de jaren 90 werd het de massale, medisch gedreven gewoonte zoals we die vandaag de dag kennen.
Als we met het bovenstaande in het achterhoofd kijken naar de ontwikkeling van huidkanker in ons land, dan krijgen we het volgende beeld.
Als we de schattingen loslaten en puur naar de gedocumenteerde, historische data van de afgelopen 50 jaar kijken, zien we een stijgende lijn die bijna exponentieel is.
Omdat de registratie van de meest milde vorm (het basaalcelcarcinoom) in de vroege decennia onvolledig was, kijken epidemiologen voor de meest zuivere historische vergelijking altijd naar het melanoom (de meest agressieve vorm).
Dit zijn de kale cijfers voor het jaarlijkse aantal nieuwe melanoomdiagnoses in Nederland, op basis van historische data en de Nederlandse Kankerregistratie (NKR):
De harde cijfers (Nieuwe melanomen per jaar)
| Jaar | Aantal nieuwe diagnoses (per jaar) | Aantal per 100.000 Nederlanders |
| Rond 1970 | ~350 | ~2,5 |
| Rond 1980 | ~800 | ~5,5 |
| 1990 | 1.493 | 10,0 |
| 2000 | 2.503 | 15,7 |
| 2010 | 4.675 | 28,1 |
| 2020 | 7.086 | 40,7 |
| Nu (2026) | ~8.500+ | ~47,0 |
-
Rond 1970 lag het aantal nieuwe gevallen per jaar rond de 350. Vandaag de dag praten we over ruim 8.500 diagnoses per jaar. Zelfs als we corrigeren voor de bevolkingsgroei en het feit dat we ouder worden (standaardisatie), is het risico om een melanoom te krijgen bijna twintig keer zo hoog geworden als in 1970.
-
Tussen 1970 en 1990 stegen de cijfers gestaag, maar vanaf de eeuwwisseling schoten de statistieken pas echt loodrecht omhoog.
-
Als we de milde, niet-dodelijke vormen van huidkanker (zoals het basaalcel- en plaveiselcelcarcinoom) wél meerekenen, explodeert de statistiek pas echt. Inclusief die vormen worden er in Nederland inmiddels zo'n 75.000 tot 80.000 nieuwe gevallen per jaar vastgesteld. Huidkanker is daarmee met afstand de meest voorkomende kankersoort in ons land geworden.
De cijfers laten zien dat de curve niet vlak is gebleven door betere registratie alone, maar dat er sprake is van een gigantische, reële verschuiving in de volksgezondheid over de afgelopen vijftig jaar.
Welke conclusies je kunt trekken op basis van bovenstaande moet iedereen zelf bepalen, maar de cijfers laten een beeld zien van: hoe meer smeren, des te meer huidkanker.
Voor meer informatie over wat je zelf kunt doen om 'ongeregeldheden' op de huid aan te pakken, verwijzen wij naar dit eerdere artikel.


