passagiers konden niet bellen vanuit vliegtuig op 9/11 „Over dat bellen heb ik me ook altijd verbaasd”, zegt Edwin Bakker, terreuronderzoeker bij Instituut Clingendael in Den Haag.

„Er kan ook sprake zijn geweest van een massapsychose. Dat nabestaanden denken dat ze gebeld zijn, maar dat dat helemaal niet zo is.”



Het bovenstaande stond in 2008 in het NRC.

Bellen vanuit vliegtuigen in 2001 is tevens het onderwerp van het volgende door Erick van Dijk geschreven artikel met bijbehorende video op de verjaardag van 9/11.

11 SEPTEMBER - HET NIEUWE PEARL HARBOR: DEEL 7 - MOBIELE TELEFOONTJES? (Nederlands ondertiteld)

De meesten die ik op straat zie lopen, kromme rug, het hoofd nog verder naar beneden gebogen, turend naar en vegend over een scherm waar ze God weet wat doen, zullen zich waarschijnlijk nooit hebben afgevraagd hoe dat kleine wondertje der technologie eigenlijk werkt. Wat natuurlijk ook niet nodig is om het apparaatje te bedienen. Dat kan een kind. En, tot mijn grote spijt, is dat nu blijkbaar de gewoonste zaak van de wereld. Dat kinderen van 6, 7, 8 jaar oud een eigen telefoon hebben. Een “device,” in goed Nederlands, van toch altijd een paar honderd euro. Alsof het niks is.

Maar deze video gaat niet over de dopamineverslavingspandemie. Want zo mag je dat best noemen. Ander keertje.

Want we nemen allerlei facetten rond de gebeurtenissen van 11 september 2001 onder de loep. Vandaag kijken we naar het raadsel van telefoongesprekken die passagiers naar verluidt maakten vanuit de gekaapte vliegtuigen. Met een mobiele telefoon.

Terugkomend op de zin waarmee dit schrijven opent, hoe werkt dat mobiele telefoonverkeer eigenlijk? En, belangrijker nog, hoe zat dat in 2001?

Het zat zo. Als je belt stuurt je telefoon een zwak signaal naar de dichtstbijzijnde ontvangsttoren. Het systeem “ziet” waar je bent en hoe sterk het aangeboden signaal is. Dit gebeurt continue als je belt. Als je je in enige richting verplaatst “ziet” die toren dat ook.

Als je inderdaad in beweging bent komt er een moment dat je verder weg bent van de oorspronkelijke toren en dichter in de buurt komt van een volgende toren. De verbinding wordt dan overgedragen van de ene naar de andere toren, en de verbinding blijft bestaan. Je merkt er niks van.

De torens staan op de grond. Jij loopt op de grond. Daar ga ik tenminste van uit. Of je rijdt op de fiets, of in een auto. Niet belangrijk.

In 2001 was het systeem daarop berekend. Maar er zijn natuurlijk twee belangrijke verschillen tussen verkeer op de grond en in de lucht. Ten eerste, wie had dat gedacht, een vliegtuig vliegt niet over de grond maar hoog in de lucht. Hoog boven de torens, dus. Ver erboven. Kilometers. En een stukje sneller dan het auto’s is toegestaan te rijden.

Om kort te gaan, vliegtuigen vlogen veel sneller dan het voor de torens mogelijk was om de verbinding telkens naar een volgende toren over te dragen. Een verbinding behouden, als die al gemaakt kon worden, was niet mogelijk.

Uit gegevens van zwarte dozen weten we op welk tijdstip welk vliegtuig hoe hoog en hoe hard vloog. Spoiler alert: veel hoger en sneller dan mogelijk was voor mobiel verkeer. Toch vertelt het officiële vertelsel, want dat is het, dat passagiers wel met hun mobiel konden bellen. En tijdschrift Popular Mechanics zei dat het wel kon, dus dan kan het. Punt. Onderbouwing is blijkbaar niet nodig.

Een Japans tv-programma nam de proef op de som. Drie verschillende merken mobieltjes werden de lucht in genomen. Hieruit bleek dat mobiel telefoonverkeer niet mogelijk was boven drie kilometer. Wie verkoopt er nepnieuws? Domoren? Jokkebrokken? Kijk en oordeel zelf.