De getuigenis van Bill Clinton in de Epstein zaak werd, zoals verwacht, een bespottelijke vertoning waarbij de voormalige president helaas geen enkele actieve herinnering naar boven kon halen.Dat hij dit niet voor elkaar kreeg heeft niet alleen te maken met zijn verdorven karakter, maar bovenal met een jonge stagiaire in het Witte Huis.
Het volgende is het verhaal van Buzz Patterson.
Ter herinnering aan de getuigenis die Bill Clinton vandaag onder ede aflegde, wil ik een moment stilstaan bij zijn gedrag achter de schermen. Laat ik duidelijk zijn: de man is zo schuldig als maar kan.
In de tijd dat ik de militaire adjudant van de luchtmacht was voor president Clinton, week ik geen moment van zijn zijde. Op een nacht keerden we na een lange reis door Europa terug naar Washington D.C. met Air Force One. We landden zoals gebruikelijk op Andrews Air Force Base en namen Marine One naar het Witte Huis. Iedereen was doodop. Rond middernacht zetten we de landing in op de South Lawn.
Nadat we waren uitgestapt met de 'Nuclear Football' en de bagage, begeleidde ik de president naar de lift van de residentie. Ik vergewiste me ervan dat alles in orde was voordat de lakeien hem overnamen voor de nacht. Eindelijk kon ik naar mijn eigen kamer in de East Wing. Ik was bekaf, nam een snelle douche en kroop in bed met de tv aan om in slaap te vallen. Kort daarna ging mijn telefoon. Het was de piloot van Air Force One.
"Buzz, we hebben een probleem," zei hij. Mijn hart zonk in mijn schoenen.
Het bleek dat Clinton een vrouwelijke steward in de kombuis van het vliegtuig in het nauw had gedreven en haar had aangerand. Ze was jong, een Staff Sergeant, getrouwd en moeder van jonge kinderen. Ik kende haar; ze was ontzettend aardig en plichtsgetrouw. Nu zat ze in tranen tegenover de commandant van Air Force One.
Ik vroeg de piloot wat ze wilde. Hij vertelde me dat ze niet de volgende 'bimbo' in de media wilde worden. Ze wilde simpelweg haar carrière bij de luchtmacht behouden en promotie kunnen maken. Het enige wat ze eiste, was een verontschuldiging. Ze wilde dat dit incident zou verdwijnen.
In het tijdperk van Monica Lewinsky, Paula Jones en Kathleen Willey kwam dit voor mij niet als een verrassing. Het was echter diep teleurstellend en triest. Ik wist donders goed dat als ik, of wie dan ook in het leger, zoiets had gedaan, we in de militaire gevangenis van Fort Leavenworth stenen hadden staan hakken. Maar hier stond de 'Commander in Chief', en het enige waar hij mee geconfronteerd werd, was de noodzaak om 'sorry' te zeggen. Ik was verbijsterd.
Die ochtend, slechts een paar uur later, moest ik als jonge majoor naar het Oval Office wandelen om de president van de Verenigde Staten te vertellen dat hij zijn excuses moest aanbieden voor de aanranding. In mijn jaren als gevechtspiloot is er met scherp op mij geschoten door mannen die me echt dood wilden hebben, maar dit was de zwaarste dag uit mijn leven. Ik herinner me dat ik onderweg dacht: "Hiervoor heb ik niet getekend."
Ik confronteerde Clinton in het Oval Office. Ik had geregeld dat zijn persoonlijke assistent er ook bij was. Hij was onverstoorbaar. Stil. Maar hij leek totaal geen schaamte of berouw te voelen.
Twee weken later, tijdens onze volgende reis, brachten we hen samen in het kantoor van de president aan boord van Air Force One. Hij bood een zeer ongeïnteresseerd 'half excuus' aan. Het kon hem niets schelen; hij vinkte gewoon een vakje af om zijn sporen uit te wissen. Het was een verbijsterende vertoning.
Als iemand binnen de krijgsmacht dit had geflikt, was het einde oefening geweest: gevangenisstraf, oneervol ontslag, of beide. Maar niet voor deze president. Voor hem was het slechts een dag als alle andere.
Het was de zoveelste ervaring met een man die absoluut geen integriteit en geen moreel kompas bezat. Karakter is essentieel in mensen, en al helemaal in onze leiders. Bij Bill Clinton was dat karakter in geen velden of wegen te bekennen.
Tot zover het relaas van Patterson.
Wat dit verhaal bovenal duidelijk maakt is dat Clinton geen geweten heeft, maar ook dat hij uitstekend materiaal is om te chanteren, hetgeen dan ook prompt gebeurde door de Mossad met als gevolg dat ook Clinton naar de pijpen van Israël danst en wel uitkijkt om ook maar iets te zeggen over Epstein.
Het maakt niet uit dat overal waar Bill en Hillary Clinton opduiken er opvallend veel zelfmoorden plaatsvinden. Een dergelijk spoor van lijken is volkomen aanvaardbaar voor de sekte in de achtergrond.
Maar, als in dit geval Bill Clinton ingaat tegen de wensen van de zionisten die de staat Israël ferm in de greep hebben, dan wordt het een heel andere zaak en zal er van hogerhand worden ingegrepen.
De Lewinsky-affaire was een politiek seksschandaal in de Verenigde Staten waar de 49-jarige president Bill Clinton en de 22-jarige Monica Lewinsky in betrokken waren.
Op 16 januari 1998 verschijnt er een artikel in de New York Times waarin onder andere het volgende staat:
De regering van Clinton heeft aangegeven dat zij zich niet zal laten vermurven en blijven aandringen op een Israëlische terugtrekking uit de Westelijke Jordaanoever en heeft premier Benjamin Netanyahu van Israël duidelijk gemaakt dat zijn ontmoeting met president Clinton op dinsdagochtend zich moet concentreren op de Israëlisch-Palestijnse onderhandelingen.
Omdat de verwachtingen voor een doorbraak laag zijn, zijn er momenteel geen plannen voor een lunch met Clinton of een gezamenlijke persconferentie met hem, zeiden hoge Amerikaanse functionarissen vandaag.
Een dag later, op 17 januari 1998:
Het nieuws van het Lewinski schandaal brak voor het eerst op 17 januari 1998 in het Drudge Report, dat meldde dat Newsweek-redacteuren, die zaten op een verhaal van onderzoeksjournalist Michael Isikoff die de affaire aan het licht bracht. Het verhaal brak op 21 januari in de reguliere pers in The Washington Post.
Het is echter niet zomaar een verhaal van een president die een affaire heeft met een jonge vrouw. Het is een zorgvuldig voorbereide actie die gebruikt kan worden wanneer de noodzaak daar is.

Matt Drudge en Michael Isikoff, de twee ‘journalisten’ die het 'schandaal ontdekten' zijn, net als Lewinsky, Joods


