rsz prikken voor een anderToen de coronovaccins begin 2021 in recordtempo werden uitgerold, was de boodschap van de overheid aan de burger helder, dwingend en moreel geladen: "Laat je prikken. Voor jezelf, en voor de ander."

Wie destijds weigerde of kritische vragen stelde, stuitte op een muur van maatschappelijke uitsluiting en politieke drang via QR-codes.


Nu, jaren later, liggen de destijds geheime Pfizer-contracten op straat en is de mist opgetrokken. De werkelijkheid achter de schermen blijkt mijlenver te liggen van de stelligheid op de persco's.

Achter gesloten deuren werd een juridische constructie opgetuigd die de farmaceutische industrie volledig beschermde, de overheid indekte en het risico volledig bij de individuele burger legde.

Voor de slachtoffers van ernstige vaccinatieschade is de bittere conclusie: de overheid gaf niet thuis toen het misging.

De kern van de controverse ligt in de contracten die de Europese Commissie namens de lidstaten sloot met Pfizer. In deze documenten staat in zwart-wit wat destijds publiekelijk werd genuanceerd of doodgezwegen.

Pfizer eiste — en kreeg — volledige indemnificatie (financiële vrijwaring).

De clausules laten aan duidelijkheid niets te wensen over:

Pfizer liet overheden expliciet tekenen voor het feit dat de effecten op de lange termijn en de exacte effectiviteit op het moment van levering simpelweg onbekend waren.

Mocht het vaccin achteraf onvoorziene, ernstige bijwerkingen veroorzaken, dan zou Pfizer onder geen beding opdraaien voor de schadeclaims of de juridische kosten.

Die rekening werd direct doorgeschoven naar de nationale overheden — en dus naar de belastingbetaler.

    Farmaceutische giganten behielden de miljardenwinsten, maar nationaliseerden het risico. Een constructie die in het reguliere bedrijfsleven ondenkbaar is, maar onder de druk van de pandemie de standaard werd.

    De woede onder burgers werd pas echt gevoed toen de vaccins eenmaal gezet waren en de eerste verhalen over ernstige post-vaccratiesyndromen (zoals myocarditis en neurologische uitval) de kop opstaken.

    Voormalig minister van Volksgezondheid Ernst Kuipers deed destijds in de Tweede Kamer een uitspraak die bij velen het bloed onder de nagels vandaan haalde: de Nederlandse overheid aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid.

    Medisch en juridisch creëerde de overheid hiermee een perverse paradox.

    Aan de contracttafel tekende de Staat dat zij de financiële risico's van Pfizer zou overnemen. Maar aan de interruptiemicrofoon in de Kamer hield de minister de boot af richting zijn eigen burgers.

    De redenering? Vaccinatie was een "vrijwillige keuze".

    Dit argument wringt aan alle kanten. Want hoe vrijwillig is een keuze als je zonder QR-code niet meer naar je werk mag, niet mag sporten en uitgesloten wordt van het sociale leven?

    De overheid paste drang toe om de vaccinatiegraad te maximaliseren, maar weigerde de morele en juridische verantwoordelijkheid te dragen voor de onvermijdelijke schaduwzijde daarvan.

    Het resultaat van deze constructie is een systeem dat voor de gewone burger zo goed als ondoordringbaar is. Wie vandaag de dag kampt met aantoonbare, invaliderende vaccinatieschade, staat er nagenoeg alleen voor.

    Waar landen als Duitsland en het Verenigd Koninkrijk tenminste nog een laagdrempelig overheidsfonds hebben opgericht om slachtoffers financieel te compenseren, kent Nederland dat niet.

    Een gedupeerde burger moet in Nederland via de civiele rechter bewijzen dat er een direct causaal verband is tussen het vaccin en de medische klachten.

    Dat is een medische en financiële uitputtingsslag.

    Je neemt het immers niet op tegen een lokale instantie, maar tegen de landsadvocaat en de juridische legers van de farmacie.

    Voor iemand die te ziek is om te werken en zijn inkomen heeft verloren, is dit een kansloze missie.

    De afhandeling van de vaccinatieschade laat zien waar het beleid ontspoorde. De overheid maakte destijds een risico-batenanalyse: de bescherming van de volksgezondheid woog zwaarder dan het risico op zeldzame bijwerkingen. Dat is een politieke afweging die in een crisis verdedigbaar kan zijn.

    Wat echter niet verdedigbaar is, is de daaropvolgende weigering om te zorgen voor de minderheid die de prijs voor die collectieve bescherming heeft betaald.

    Door de contracten geheim te houden, kritiek te smoren en slachtoffers vervolgens in een juridisch vacuüm te storten, is er een diepe bres geslagen in het publieke vertrouwen.

    De constructie rondom de Pfizer-prikken was achter de schermen waterdicht dichtgetimmerd — maar wel over de rug van de burger, die achterbleef met de brokstukken en de boodschap: zoek het zelf maar uit.