Volgens Werner zal het invoeren van een CBDC stuiten op grote maatschappelijke weerstand.Hij bepleit dat beleidsmakers en internationale organisaties een Universeel Basisinkomen (UBI) kunnen inzetten om acceptatie af te dwingen.
Richard A. Werner (1967) is een vooraanstaand Duitse econoom en hoogleraar in de banken- en monetaire economie. Hij studeerde aan de London School of Economics en promoveerde aan de Universiteit van Oxford.
Werner verwierf in de jaren 90 wereldwijde bekendheid in de financiële wereld toen hij als hoofdeconoom in Japan werkte en de term Quantitative Easing (kwantitatieve versoepeling) introduceerde als monetair beleidsvoorstel.
Hoewel zijn vroege werk diep verankerd is in de reguliere macro-economie, heeft hij zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot een van de meest uitgesproken critici van het huidige gecentraliseerde bankensysteem en de plannen voor digitale centralebankmunten (CBDC’s).
Richard Werner wordt in online video's vaak bestempeld als een "ex-WEF Young Global Leader". In werkelijkheid werd hij in 2003 door het World Economic Forum geselecteerd als een Global Leader for Tomorrow (de voorloper van de YGL).
Werner is zelf al jaren een felle criticus van het WEF, de centralisatie van banken en CBDC's. Zijn uitspraken zijn dus geen "lek" van binnenuit, maar de waarschuwingen van een kritische econoom die al decennia lang tegen de stroom in roeit.
Werners visie op de economie rust op twee fundamentele, empirisch onderbouwde pijlers:
-
Geldcreatie door commerciële banken: Werner heeft via empirisch onderzoek aangetoond dat reguliere commerciële banken geld creëren 'uit het niets' op het moment dat zij een lening verstrekken. Zij treden volgens hem niet op als louter tussenpersoon van spaargeld, wat vaak in tekstboeken staat, maar zijn de primaire scheppers van de geldhoeveelheid.
-
Het belang van decentraal bankieren: Volgens Werner floreert een economie wanneer de geldcreatie decentraal is georganiseerd. Hij wijst vaak naar het historische succes van Duitsland en Oost-Azië, waar duizenden kleine, lokale gemeenschapsbanken (zoals de Duitse Sparkassen) krediet verstrekken aan de lokale reële economie (het mkb), in plaats van aan financiële speculatie.
In recente jaren, met name in interviews en presentaties vanaf 2023, heeft Werner zijn analyses uitgebreid naar de toekomst van de digitale infrastructuur. Hierin verbindt hij monetaire trends met technologische ontwikkelingen:
1. Centralisatie en de introductie van CBDC's
Werner beschouwt de introductie van Central Bank Digital Currencies (CBDC's) als de ultieme centralisatie van het monetaire systeem.
Zijn analyse is dat CBDC's niet primair bedoeld zijn als efficiënter betaalmiddel, maar als een instrument voor totale controle.
Omdat de centrale bank in dit systeem directe toegang heeft tot de digitale portemonnee van de burger, stelt Werner dat hiermee de mogelijkheid ontstaat om uitgaven te monitoren, te conditioneren of te blokkeren.
2. Universeel Basisinkomen (UBI) als acceptatiestrategie
Volgens Werner zal het invoeren van een CBDC stuiten op grote maatschappelijke weerstand. Hij bepleit dat beleidsmakers en internationale organisaties een Universeel Basisinkomen (UBI) kunnen inzetten om acceptatie af te dwingen.
Wanneer burgers (bijvoorbeeld door banenverlies als gevolg van AI of economische crises) afhankelijk worden van overheidssteun, en deze steun uitsluitend in de vorm van een CBDC wordt uitgekeerd, ontstaat er volgens zijn theorie een economische noodzaak voor de burger om het systeem te accepteren.
3. De koppeling met AI-datacenters en hardware
Een van de meest recente stellingen van Werner is dat de huidige, massale bouw van gecentraliseerde datacenters — die in de media wordt toegeschreven aan de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) — in werkelijkheid (ook) een monetaire agenda dient.
Hij beargumenteert dat de rekenkracht en infrastructuur die momenteel wereldwijd worden opgetuigd, noodzakelijk zijn om de gigantische hoeveelheid realtime data en transacties van een mondiaal, gecentraliseerd CBDC-systeem te kunnen draaien en controleren.
4. Ultieme vorm van implementatie
Werner heeft in diverse lezingen gewaarschuwd dat de technologische eindfase van dit centralisatieproces verder kan gaan dan de smartphone.
Hij wijst op bestaande technologieën (zoals microchips onder de huid) en stelt dat dit vanuit het perspectief van een controlerend systeem de meest sluitende methode is om transacties en identiteit onlosmakelijk aan elkaar te koppelen.
Werner beperkt zich niet tot waarschuwingen, maar draagt ook oplossingen aan die aansluiten bij zijn economische filosofie:
-
Behoud en gebruik van cash geld: Dit blijft volgens hem de belangrijkste anonieme en decentrale tegenhanger van digitaal centralebankgeld.
-
Oprichting van lokale banken: Hij is actief betrokken bij initiatieven om nieuwe, kleine coöperatieve banken op te richten die buiten de invloedssfeer van centrale megabanken opereren.
-
Decentrale alternatieven: Werner toont zich de laatste jaren tevens een voorstander van decentrale cryptovaluta zoals Bitcoin, mits deze worden gebruikt als daadwerkelijk ruilmiddel buiten het traditionele gecentraliseerde fiat-systeem om.
Richard Werner, the ex WEF young global leader shocked me yet again with his chilling insights.
— Kat A 🌸 (@SaiKate108) May 24, 2026
You may recall in 2023 he revealed that the purported end game was CBDCs implanted under the skin, using universal basic income to force acceptance.
Now we’re being told UBI will be… pic.twitter.com/EbUI99cdJz


