rsz datacenterVolgens recente prognoses zijn er wereldwijd meer dan 3.000 nieuwe datacenters gepland of al in aanbouw.

Het stroomverbruik is ruwweg het equivalent van het totale verbruik van vijf keer het Verenigd Koninkrijk.

Wie de wereldkaart van geplande infrastructurele projecten aandachtig bestudeert, stuit op een onthutsende realiteit.

Achter de schermen van het wereldwijde politieke toneel voltrekt zich een transformatie van ongekende omvang, die de fundamenten van het huidige klimaatdiscours op losse schroeven zet.

Volgens recente prognoses zijn er wereldwijd meer dan 3.000 nieuwe datacenters gepland of al in aanbouw. Gezamenlijk vertegenwoordigen deze faciliteiten een aangekondigde energievraag van zo’n 190 gigawatt, wat neerkomt op een duizelingwekkend jaarlijks elektriciteitsverbruik tot wel 1.500 terawattuur.

Om dit in een helder perspectief te plaatsen: dit is ruwweg het equivalent van het totale stroomverbruik van vijf keer het Verenigd Koninkrijk. Tegelijkertijd ramen dezelfde projecties het waterverbruik voor de koeling van deze systemen op meer dan 15 miljard liter per jaar.

Deze cijfers staan in schril contrast met de boodschap die de wereldbevolking al decennia met de paplepel ingegoten krijgt.

Generaties lang werd ons verteld dat de mensheid haar energieconsumptie drastisch moet terugdringen. De planeet zou economische groei niet langer kunnen dragen. Burgers moesten CO2-belastingen, strikte restricties, slimme meters, energierationering en dure groene maatregelen accepteren.

Een lagere levensstandaard werd gepresenteerd als de onvermijdelijke prijs die we moesten betalen om de aarde te redden.

Er waren immers strikte 'limieten aan de groei'. De beruchte Club van Rome bouwde een compleet wereldbeeld rond het idee dat de bevolkingsomvang, industriële productie, grondstoffenconsumptie en economische ontwikkeling aan banden moesten worden gelegd.

De planeet kon het simpelweg niet meer aan.

Maar plotseling, nu het doel is verschoven naar het bouwen van de infrastructuur voor kunstmatige intelligentie (AI), biometrische surveillancesystemen, digitale identiteiten, digitale centralebankmunten (CBDC's) en voorspellende gedragsmodellering, lijken die onwrikbare ecologische grenzen als sneeuw voor de zon te verdwijnen.

Blijkbaar gelden er geen limieten aan de groei wanneer die groei in het teken staat van de constructie van het digitale raster zelf.

Ineens stelt niemand de vraag of de planeet die duizenden energieverslindende datacenters wel kan dragen.

Er is geen enkele autoriteit die suggereert dat de training van AI-modellen aan banden moet worden gelegd om de CO2-uitstoot te beperken. Niemand eist dat deze megaprojecten worden stopgezet vanwege hun gigantische waterconsumptie.

Er zijn geen klimaatactivisten die zich aan het asfalt vastlijmen om de bouw van een datacenter te blokkeren.

In plaats daarvan zien we het tegenovergestelde gebeuren: overheden over de hele wereld wedijveren met elkaar om de vergunningen zo snel mogelijk goed te keuren.

Energiebedrijven haasten zich om hun productiecapaciteit in recordtempo uit te breiden.

Kernenergie is plotseling weer bespreekbaar en politiek salonfähig gemaakt, en kolencentrales die officieel op de nominatie stonden om definitief te sluiten, worden heroverwogen en langer opengehouden.

Het roept onvermijdelijk fundamentele vragen op over de ware aard van de klimaatpolitiek.

Het heeft er alle schijn van dat energie nooit het werkelijke probleem was, en dat de CO2-uitstoot nooit de primaire zorg vormde.

Het klimaatnarratief lijkt achteraf bezien vooral een instrument te zijn geweest om menselijk gedrag te controleren, economische activiteit aan banden te leggen, investeringsstromen om te buigen en complete industrieën te transformeren onder een centraal gestuurde agenda.

Nu kunstmatige intelligentie is gebombardeerd tot de nieuwe strategische prioriteit, is het masker definitief gevallen.

Dezelfde instituten die jarenlang de gewone burger de les lazen over hun ecologische voetafdruk, maken zich nu op om de elektriciteit van complete naties te consumeren voor de bouw van een planetaire digitale infrastructuur.

En ze verwachten in alle ernst dat niemand deze immense contradictie opmerkt.