Terwijl de oostelijke helft van de Verenigde Staten zucht onder een historische ‘hittekoepel’ en de noodtoestand op het stroomnet wordt uitgeroepen, herhaalt zich een bekend script.Het falen van onze vitale infrastructuur wordt steevast afgewenteld op de natuur.
De ware crisis ligt niet in de stralingshitte van de zon; die ligt in de ideologische blindheid van beleidsmakers.
Welkom in de nabije toekomst, waarin wanbeheer de perfecte dekmantel vormt voor ingrijpende vrijheidsbeperkingen.
Het is een zinderende zomer in de westerse wereld. Waar we in Europa bij de minste hittegolf zuchten en kreunen in onze airco-loze, naoorlogse woningen, daar is de situatie in de Verenigde Staten traditioneel anders.
Amerikanen hebben hun binnenklimaat geciviliseerd; airconditioning is er geen luxe, maar een eerste levensbehoefte.
Maar deze week kraakt en piept het grootste elektriciteitsnet van de VS, PJM Interconnection, onder het gewicht van een megahittekoepel. Temperaturen in de regio rond Washington D.C. schieten richting de veertig graden Celsius. De airconditioners draaien op maximaal vermogen, en plotseling is overal ter wereld de conclusie dezelfde: elektriciteit is het probleem.
Of beter gezegd: het acute gebrek daaraan.
De cijfers liegen niet. PJM, de netbeheerder die 67 miljoen mensen in dertien Amerikaanse staten bedient, voorspelt een stroomvraag van maar liefst 165 gigawatt. Daarmee wordt het absolute record uit augustus 2006 direct getest en mogelijk verpulverd.
Om blackouts te voorkomen, heeft het Amerikaanse ministerie van Energie (DOE) nu al noodbevelen uitgevaardigd.
Centrales moeten gedwongen worden opgeschaald en noodaggregaten staan klaar als laatste redmiddel voordat het netwerk in een Level 3-energienoodtoestand belandt.
Het ironische aan de situatie is de huidige energiemix die de boel in de Mid-Atlantic regio nog ternauwernood overeind houdt: aardgas, kernenergie en steenkool.
De traditionele, verguisde bronnen zijn de enige reden dat de lichten in Washington en omstreken nog branden.
Desondanks stijgen de stroomrekeningen exponentieel.
Grote media en analisten wijzen vlot naar de enorme stroomhonger van de explosief gegroeide datacenters. Dat is echter slechts het halve verhaal.
De olifant in de kamer is het falende overheidsbeleid: een verouderd distributienetwerk gecombineerd met een overhaaste, ideologisch gedreven transitie die betrouwbare capaciteit heeft uitgefaseerd zonder dat er een stabiel en weersonafhankelijk alternatief voorhanden was.
Wanneer systemen door deze hittekoepels bezwijken, staat de schuldige al bij voorbaat vast.
De schuld zal, en móét, volledig worden afgeschoven op het klimaat.
Het frame is simpel: de natuur wordt extremer, dus de burger moet bloeden.
Wat angstvallig buiten de schijnwerpers wordt gehouden, is de chronisch slechte planning van de infrastructuur. Men weigert te investeren in de robuustheid en opslagcapaciteit van het netwerk, terwijl tegelijkertijd de maatschappij in sneltreinvaart móét elektrificeren — van warmtepompen tot verplichte elektrische voertuigen.
We creëren doelbewust een structureel tekort en verbazen ons vervolgens dat de stoppen doorslaan.
Dit is niet louter incompetentie; het heeft alle schijn van een politiek businessmodel. Want wat gebeurt er wanneer het stroomnet straks structureel bezwijkt onder de hitte?
De recente geschiedenis leert ons dat overheden crises niet onbenut laten om controle uit te breiden. Een overbelast stroomnet biedt de perfecte legitimiteit voor de introductie van zogeheten 'klimaatlockdowns'.
Onder het mom van "het voorkomen van nog meer hittekoepels" en "het solidair ontlasten van het netwerk", zullen ingrijpende restricties worden genormaliseerd.
De contouren van dit scenario zijn angstaanjagend logisch. Je eindigt in een situatie waarin burgers effectief worden opgesloten in hun eigen, bloedhete huizen.
In Europa zonder koeling, in Amerika met een via 'slimme meters' op afstand uitgeschakelde of strikt gelimiteerde airconditioning.
Het gebruik van basisvoorzieningen en apparaten wordt aan banden gelegd, zogenaamd voor het algemeen belang en de stabiliteit van de staat.
Het is de ultieme paradox: onder de vlag van planetaire redding worden de burger de elementaire, technologische middelen ontzegd om zichzelf tegen diezelfde elementen te beschermen.
We moeten weigeren de stroomnoodtoestanden te accepteren als een onvermijdelijk natuurverschijnsel.
Als de nieuwe Amerikaanse energieminister Chris Wright stelt dat betrouwbare en betaalbare stroom "niet-onderhandelbaar" is, dan moet de westerse wereld de daad bij het woord voegen.
Het piepen en kraken van de netwerken in zowel Europa als Amerika is geen onafwendbaar vonnis van de natuur, maar het directe resultaat van falend beleid en bewuste keuzes.
Als we nu niet eisen dat infrastructuur, leveringszekerheid en realiteitszin prioriteit krijgen over utopische plannen, zitten we straks letterlijk in het donker te zweten — gevangen in een lockdown van ons eigen makelij.


