Sponsors


Nieuwsbrief

Sponsors




Member of The Internet Defense League

Onderwerpen

 

 Open in nieuw venster

Promotie


 

Poll

Wist jij dat dikke bomen gekapt worden voor 5G?
Anunnaki, onze Goden – (deel 142) – ...dieper het konijnenhol in (13.0)
Zaterdag, 10 december 2016 15:16
PDF Afdrukken

Dit is een reeks artikelen waarin Evert Jan Poorterman ons meeneemt op een fascinerende ontdekkingsreis.

Over de komst van een ster en vooral zijn bewoners die al sinds 445.000 jaren álles, maar dan ook écht alles op onze planeet bepalen.


De Zon en de bij-Zon (slot 24)

Dieper het konijnenhol in...

De Veluwe en Utrecht samen vormden een aaneengesloten onherbergzaam gebied (zie de vorige afleveringen) waar wouden, heuvels en dalen, zandverstuivingen en moerassen elkaar afwisselden. Geen god of goed mens... Oh nee dat klopt niet! Geen goed mens vertoonde zich de afgelopen duizenden (en honderden) jaren in de schemering en nacht buiten de paden in deze gebieden. De ‘hessenwegen’ waren redelijk begaanbaar en verder zullen er ‘jachtpaden’ zijn geweest (in later eeuwen kerke-paadjes) en de rest was woest en ruig en ontoegankelijk. Rijk van flora en fauna en met, zoals eerder opgemerkt; wilde dieren zoals de Eland, Edelhert, Beer en Wolf, Lynx, wilde Boskat, Everzwijn, Ree, Vos en de kleinere jagers van de ‘marterfamilie’...

Het gebied was vanwege de ontoegankelijkheid van ‘nature’ een afgesloten gebied. Aan het oog onttrokken was er Apollo-tempel (tenminste daar waar Apeldoorn ligt - Apollo-doorn, de Naald van Apeldoorn bij het Loo herinnert daar wellicht nog aan...) en misschien nog een bij het ‘processie-pad’ bij Drie (bij Ermelo). Het lijkt er in elk geval op dat de ‘goden’ wel verbleven in deze gebieden. Afgesloten van de mensen en bewust gekozen voor de ruigte van de Veluwe, Utrechtse Heuvelrug en ‘t Gooi. Als mijn ervaringen kloppen, wat gesprekken mij opleverden en wat Martin van Wieringen en Pieter van der Meer uitzochten; kunnen we er van uitgaan dat de ‘nederlanden’ al duizenden jaren ‘bezocht’ worden door de goden en dat...

Fenni, Finnen? of zeevaarders!

in feite deze gebieden door hen zijn ingenomen. Samen met mijn verhaal over de vlieghaven in Drenthe (met dank aan Raymond ten Berge) en de aanwezigheid van de ‘Fenni’, die Finnen zouden kunnen zijn... Kan ik niet anders dan concluderen dat Marduk, zoon van Enki, hier opduikt met zijn schoonzuster Inanna. Marduk is dezelfde godheid als Ra, als Bel en Baäl (Balder en Brammert en Brandaan of Brandaris en Brahma?!) en Inanna is dezelfde als Ishtar, Isis, Ast, Astarte of Astoret. In Drenthe noemt men haar Spin-An en ook ‘spinwieffie’ (in Afrika ook Anansi) en die twee kennen we ook als ‘Ellert en Brammert’, de twee reuzen van de woeste heidegebieden in Drenthe. We vinden in die provincie nog het ‘noorder- en zuiderveld’ en het Ellertsveld.

Aanduidingen dat die ‘goden’ hier werkelijk zijn geweest (of nog zijn). Het bovenstaande past perfect in wat we kunnen vinden in het Oera Linda Boek, dat de Friezen na een verblijf van decennia besluiten een grote vloot te bouwen om in 1794 vóór de jaartelling af te zakken naar de ‘nederlanden’. Ze bouwen onderweg forten met kaden en aanlegsteigers (in Fenicische tijden een ‘statio’ genoemd, een handelsfactorij) en trekken weer verder (Klein Duimpje-verhaal) en zo blijven op te behappen afstanden Friezen achter in bemande forten. Ze zorgen voor voorraden en vers water en drijven wellicht handel met de plaatselijke bevolkingen. Zodoende duurt hun reis tot ongeveer 1640 als ze aankomen in de ‘lage landen’; hun nieuwe woongebied.

Marduk vlucht naar Drenthe

Ze zijn, via omwegen, uiteindelijk hun god Marduk gevolgd naar zijn nieuwe gebied in Europa. Marduk werd verjaagd uit Babylon. Hij moest zijn land en stad opgeven en ging in ballingschap. Hij vluchtte naar noordwest-Europa en koos voor de ‘lage landen’. Een perfect gebied; met grote rivieren, een delta, moerassen, meren en vennen - prima voor aan amfibisch reptiel en de mogelijkheid tot cultivering vanwege de rijke bodem. Goed gelegen en met goede mogelijkheden; visrijke gronden, perfecte bodem voor akkerbouw, veeteelt en tuinbouw. Voldoende hout in de bossen, zout, gas, olie en kolen in de grond. Veel Babyloniërs volgden hun leider, ruim anderhalve eeuw later gevolgd door de ‘munabtutu’, de vluchtelingen voor een grote ramp.

De atoomoorlog, deel van de zogenaamde ‘piramide-oorlogen’ tussen de goden van het Midden-Oosten (lees de clan van Enlil) en... de clan van Enki. Marduk’s stad Babylon werd verwoest en de atoombommen op Sodom en Gomorrah, de Baälbek (de raketbasis in de Beka-vallei) en die op de vlieghaven in de Sinaï (volgens Zecharia Sitchin) maakten een einde aan de macht van de clan van Enki en zijn zonen. De dodelijke ‘fall-out’ woei in oostelijke richting en maakte een abrupt einde aan de hoge Soemerische beschaving. Tot op heden weten de ‘wetenschappers’ niet waarom de Soemeriërs verdwenen, wat de oorzaak was en waar ze gebleven zijn. Ik durf te stellen dat die ‘verdwenen’ Soemeriërs naar noordwest-Europa zijn getrokken.

Vluchtelingen voor een ‘grote ramp’...

De ‘munabtutu’, de vluchtelingen voor een grote ramp (worden beschreven in de zogenaamde ‘klaagliederen’ die betrekking hebben op de atoomoorlog) trekken noordwaarts. Ze komen bijeen in wat nu Anatolië heet in het huidige Turkije. Zecharia Sitshin weet kennelijk niet waar ‘munabtutu’ voor staat. Het is in Kwando-oertaal MU UN AB TU TU>, met de betekenis; ‘vertrekken-eenheid-aanbeden-toe-toe’, ofwel het betreft de elite van het land. Koning, koningin en hun prinsen en prinsessen, generaals, wetenschappers, architecten, ingenieurs, rechters, technici en piloten. Het is de top van het land. Zij beschikten eerder over de informatie van de komende ‘dodelijke storm’ en zij hadden de mogelijkheid snel het land te verlaten.

Met hun paarden als rij- en trekdieren en zeer waarschijnlijk met nog een aantal vliegschepen. In Anatolië gaat de groep uiteen. Dat valt ook te lezen in het Oera Linda Boek. Munabtutu in de omkering wordt dan; UT UT BA NU UM<, met de betekenis; ‘uit-uit-balans-permanent-hoeden’, ofwel eenmaal weg uit de oorlogsgebieden durfden de ‘vluchtelingen voor een grote ramp’ langzaam en beetje bij beetje weer uit te treden. Naar buiten te komen zonder zich te hoeven verschuilen of te moeten vluchten. Hun leven kreeg weer balans. Ze konden het vee weer weiden, akkers aanleggen en het leven vervolgen maarrr... ze moesten wel permanent op hun hoede zijn. Dat zijn ze door de tijden heen vergeten. Waar de Friezen in het Oera Linda Boek nog waarschuwen met WAAK!

De Nederlanden opgesplitst, in tweeën verdeeld

Zijn wij moderne Friezen en oude Soemeriërs onze herkomst totaal vergeten. Waken doen we al lang niet meer en zodoende werden en worden we overlopen door oude vijanden. We hebben ons in de eeuwen die volgden vermengd met andere volken en zijn niet meer bloedzuiver (op enkele oude familie-bloedlijnen na). Onze vijanden stelden dan ook alles in het werk ons te ontregelen. Eerst vielen ‘mediterrane’ volken binnen (1500 voor de jaartelling) en kort erop werden de Grieksch-Helleense Tinoorlogen gevoerd, kwamen de tien ‘verloren’ stammen Israëls naar noordwest-Europa, vielen de Romeinen binnen... verscheen Karel de Grote Moordenaar ten tonele, doken de Spanjaarden op en werd uiteindelijk Nederland gedeeld door de Fransen en de Britten...

Het door Zecharia Sitchin geleverde verhaal komt overeen met wat er in het Oera Linda Boek geschreven staat; De ene groep trekt over de Kaukasus-bergen en volgt de rivier de Wolga naar het noorden en in een lus in de rivier bouwen zij de stad Samara. De andere groep trekt naar het westen (vestigt zich tijdelijk in Turkije en kennen we als de Hittieten), anderen trekken verder, steken de Bosporus over en trekken naar de vruchtbare vlakten van Roemenië en Hongarije (kennen we als de Kelten). Van de Russische groep trekken mensen over de Oeral-bergen naar Siberië (en zelfs Mongolië en China - getuige de grafvondsten met stoffelijke overschotten van lange mensen met... rood haar!). Anderen uit Samara gaan naar Estland en Finland en...

Friezen zijn Finnen en Feniciërs

die zouden een grote vloot bouwen, schrijft Zecharia Sitchin, en trokken omstreeks 1800 vóór de jaartelling naar het zuiden. Naar onze gebieden dus. En ik heb het nu over de ‘nederlanden’ en dus ook over België. De Friezen bezaten forten aan de mondingen van twaalf grote rivieren, van Polen tot aan het zuiden van Spanje. Ze beheerden en beheersten de scheepvaart en dreven handel met plaatselijke bevolkingen. De taal op de kusten was ‘ingeweoons’, aldus wetenschappers... ofwel een ingesleten en steevast gesproken taal. Die was overal het zelfde. Uiteraard; het was de taal van de Friezen, een ‘ingewoonde’ oude taal. Mooi is dat Zecharia Sitchin en Oera Linda Boek beiden vertellen over de vluchtelingen die een veilig heenkomen zoeken en dat...

die vluchtelingen enkele eeuwen later een grote vloot bouwen om af te zakken naar zuidelijker gelegen gebieden. Volgens het Oera Linda Boek wordt de vloot aangevoerd door drie ‘zeekoningen’ (admiraals), te weten; Inka, Ion en Teunis. Teunis (Neptunis) blijft in noordwest-Europa bij zijn volk, Ion gaat met zijn vloot naar de Middellandse Zee (wordt de ‘vader’ van de Myceense cultuur op Kreta, sticht de stadstaat Attica, het latere Athena en de latere Feniciërs en uiteraard de ‘Zeevolken’) en Inka voer met zijn vloot over de Atlantische Oceaan om zich te voegen bij een andere zoon van Enki; Ningishzidda in het Midden-Oosten en Toth in Egypte en als Quetzalcoatl, Kukulkan en Viracocha in de Amerika’s. Het lijkt bespottelijk dat weet ik.

Blanken volgen hun goden naar Europa

Maar kijkend naar wat ik tegenkwam al lezende en onderzoekend, maakt het juist zeer plausibel. Je moet echter wel het verhaal van en over de Twaalfde Planeet van Zecharia Sitchin kennen en begrijpen en je moet accepteren dat er van dat stelsel (ster met vier resterende planeten) ooit astronauten naar hier kwamen en de geschiedenis in gingen als de ‘goden’. Er zijn te veel aanwijzingen dat de ‘Diets-sprekenden’, die dus de taal van de Anunnaki/goden spreken, een speciale band hebben met de Nefilim, met de astronauten/kolonisten en wel via de Vader Enki en niet via hun vijand Enlil. Enki heeft genetische experimenten uitgevoerd die leidden tot de eerste blanken. Mensen die minder pigment in hun huid hebben dan de andere soorten.

Minder pigment maakt de huid niet alleen lichter van kleur, maar ook gevoeliger voor het licht en de warmte van de Zon. Aangezien de Anunnaki/Nefilim zijn geëvoluëerd op duistere werelden, kunnen we hen zien als ‘nachtwezens’. Met een lichte tot transparante huid, grote ogen en daarmee zijn we opeens weer bij de ‘miermensen’ van de Hopi. Die leven ondergronds, hebben slanke ledematen, een groot hoofd en zwarte ogen. Zij komen na de komende ‘wereldramp’ massaal naar boven... zo voorspellen de Hopi. Dat kan ten tijde zijn van de komende passage van de bij-Zon Ra met zijn planeten of na WO III. Het onderstaande (Miermensen) heb ik laten staan. Het zijn de laatste twee woordblokken van de laatste aflevering... en zijn de ‘set-up’ van de komende afleveringen over Grey’s...

Aliens

en andere kosmische wezens, zeg maar Aliens. Uit mijn verhaal (zie de complete 142 afleveringen) dat de tweede ster, de bij-Zon Ra (of Anu of Gud) afkomstig is uit de Orion-Nevel (de kraamkamer van jonge sterren) uit het zogenaamde Orion-sterrenstelsel. Dat in acht genomen hebbende is het niet zo heel vreemd dat de ‘miermensen’, aldus de Hopi in Amerika, volgens hen afkomstig zijn van Orion. Niet alleen omdat hun lijven de vorm blijken te hebben van een Mier en dat die Mier weer lijkt op de vorm van Orion, maar ook omdat ze zich evoluëerden op de planeten rond de tweede ster Ra. Hun essentie, hun ‘sterrenstof’ komt van Orion, eenvoudigweg omdat ze meekwamen met de jonge nog ‘vuurbrakende’ ster!

Mier in Kwando-oertaal is MI ER>, met de betekenis; ‘minder-waardevol’ en omgekeerd RE IM, met de betekenis; ‘regelmaat/regels-implant’, ofwel een Mier is op zijn eentje ‘minder waardevol’ en heeft zich te houden aan regels en aan regelmaat, dat is bij Mier geïmplanteerd! Hij kan niet anders! Aan één Mier heb je niks maar aan een heel leger of een hele kolonie wel! Dus Mier lijkt een biologische robot (zoals de mens ook bedoeld was...) en Mier en Mens moeten dus worden aangestuurd. Ze hebben zich te houden aan vaste regels aan regelmaat en gaat vanzelf waant dat is bij hen geïmplanteerd. Opmerkelijk is dat mensen die zeggen/menen ontvoerd te zijn door ‘aliens’ vrijwel altijd drie figuren aan hun bed zien verschijnen...

en die gelijktijdig bewegen en ook vaak de zelfde bewegingen lijken te maken. Vriend Willem vertelde me toen hij een jaar of zeven was dat hij ze zag bewegen als ‘aangestuurd’ en ze zoefden om het bed alsof ze geen voetjes hadden maar meer zweefden of rolden (swif swaf en woesj... alsof op zwenkwieltjes). Als het gaat om ‘miermensen’, om aangestuurde aliens (Grey’s) dan volgens zij zeer waarschijnlijk een voorgeprogrammeerd programma. Dat wilden de ‘goden’ met de mens ook, maar die bleken gaandeweg toch iets te veel ‘eigenheid’ te hebben, iets te veel persoonlijkheid en autonomie en te weinig volgzaamheid. Wat de mens niet kan, kan de Mier wel. Mogelijk zijn insecten en de Grey’s (amfibische reptielen) minder individueel en meer groepsgericht, anders dan zoogdieren.



xxx



xxx

Miermensen

op het Aramees; ‘nephilia’. De betekenis van het woord nephilia is in het Aramees onder andere de benaming voor een sterrenstelsel. Volgens Gary A. David valt uit de New Englisch Bible (Genesis 6:4) de benaming Nefilim te vertalen met; ‘Zij die van Orion zijn’. Orion is een moderne benaming voor het sterrenstelsel, de oude benaming voor dat stelsel is Morui en vindt zijn oorsprong in de oude Indo-Europese Taal (de Indo-Germaanse Taalgroep) en betekent zo veel als ‘mier’. Wie naar het sterrenbeeld Orion kijkt ziet duidelijk een vorm die lijkt op een ‘zandloper’, op een ‘vlinderstrik’ en dankzij het smalle midden op een ‘mier’. De Hopi in Amerika noemen het Orion-sterrenstelsel Hotòmqam, wat ‘er aan rijgen, zoals kralen aan een snoer’ zou betekenen.

Dit zou kunnen verwijzen naar de drie middelste sterren van het Orion-stelsel maar ook naar de bouw van een Mier. Een Mier lijkt met zijn losse kop, borst en achterlijf ook aan een snoer geregen te zijn. Orion was/is voor de Hopi één van de belangrijkste sterrenstelsels. Hun godheid van de dood, de aarde en de onderwereld Masau’u (Maasaw) werd er sterk mee geassocieerd. Masau’u kon, naar verluidt, net als sterrenstelsel Orion in één nacht de hele afstand over de ‘aarde’ (bedoelen ze de planeet Gaia of Terra mee) afleggen (verplaatsen/reizen). Masau’u wordt afgebeeld als een grijs wezen met grote ogen en een groot voorhoofd en lange en dunne ledematen. De naam Masau’u is afgeleidt van het Hopi-woord voor grijs!... ‘Maasi’. Meer de volgende keer...

Miermensen komen van Orion:


xxx

Evert Jan Kommee(t)man

Delen tekst zijn overgenomen uit de Statenvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap Haarlem - 1987 (350 jaren Statenvertaling 1637-1987). Ik dank Carolus Verhulst; oprichter van Uitgeverij Mirananda te Wassenaar, voor het uitgeven van Sitchin's boek en voor zijn bijdrage als vertaler van de tekst, mijn ouders, mijn gidsen en onderzoekers en schrijvers als Immanuel Velikovsky, Erich von Däniken, Robert Charroux, Zecharia Sitchin, Alan Alford, Ernst Gideon, Iman Wilkes, de schrijvers danwel samenstellers van het Oera Linda Boek en tal van andere pioniers zoals Jan van Gorp (Iohannes Goropius Becanus, geboren te Hilvarenbeek, 1518-1572), Simon Stevin van Bruggen (Brugge, 1548-1620), Berend Willem Hietbrink (Maastricht 1943-...), Hylke Welling (1933 - ...), Michel de Nostradame (St. Rémy, 1503-1566), Pieter van der Meer en Alex Onbekend en Ansi mijn mentor en taalmeester en anderen die mij inspireerden...

Voor vragen en/of suggesties kun je Evert Jan rechtstreeks mailen op evertjan(apestaart)niburu.co

EVERT JAN POORTERMAN/NIBURU.CO



Bezoek ook eens gezondheidswebwinkel Orjana.nl